Eindelijk rust!

Afbeelding

 

Negen jaar niets van haar gehoord. Dan plots hoogst ongevraagd door een oud-collega teruggehaald worden naar een tijd die allang de jouwe niet meer is, nou, I didn’t see that one coming. Je gaat ten slotte toch drieduizend kilometer verder wat kluizenieren om dergelijke kanttekeningen in je levensboek weg te stuffen.

“Dag Babette. Een vraagje : onze Anton gaat met pensioen, wij willen een boek maken met “schrijfsels” van collega’s door zijn loopbaan heen. Zin om ook iets voor hem te schrijven?”

Jezusmina, dacht ik meteen. Die moet wel heel erg diep in de fijne kak gezonken zijn om zoiets uitgerekend aan mij te vragen. Dit verzoek grenst aan onwaarschijnlijke rampzaligheid. En wie is Anton eigenlijk? “Onze” Anton dan nog? Ik kan mij niet herinneren ooit wat voor Anton dan ook, de mijne, laat staan de onze, genoemd te hebben. Of welke andere man dan ook, for that matter.

Een boek? Valt er dan zoveel over Anton te schrijven? En ik zou mij die schilferkop gegebenenfalls niet herinneren?

Neen, ik heb er geen zin in. Om de praktische reden dat er over Anton niets te vertellen valt. En mijn “schrijfsel” in dit geval dus onoverkomelijk en volledig terecht in het niets zou verzinken bij de bijdragen die zijn vele collega’s zo driftig lovend zullen gaan verzinnen, althans dat mag ik hopen.

Want Anton bezat de opmerkelijke gave zich totaal onzichtbaar te maken. Een ganse loopbaan van voorzichtigheid, zwijgzaamheid, onderdanigheid, geduld en verveling. Eenmaal slechts ging hij beroepshalve zwaar in de fout, het had hem zijn baan en zijn nu riant pensioen kunnen kosten. Ik heb toen gezwegen, uit collegialiteit. En dit zal hij vast niet in zijn uitzwaaiboek willen terugvinden.

Je zal als nieuw rusten en sterven, Anton.