Categorie: Limited Liability

Brief Encounter

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat zij ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook.

Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar op slag in zijn ban.

 “Schrijf misschien eens terug”? was zijn overbodige vraag.

Dat deed zij dan ook meteen. Nou, metéén…
Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen.
Mooipraters zàt op datingsites hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit.

Hij hield van de mensen.
Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig.
Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard.
Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij.
Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.
Zowat half Limburg kon dit onderhand wel bevestigen.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten.
Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non.
Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen.
Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Zij had het even niet meer.
Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd.
Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel zij en bleef zij liggen voor zijn duidelijk overgewicht en andere  sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl.
Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen.

Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.
Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend.
Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.
Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Zij was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens”, schreef hij haar ’s nachts.
“Hij voelde dat het kon”.
“Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen”.
“Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang”?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde zij hem een weekendje samen voor.
Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem.
“Bedenk maar wat”.Afbeelding

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij De Erotische Verbeelding.
Het verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet.

Voorzichtig en discreet stuurde zij hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag. Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Zij heeft zijn zonovergoten exotische kiek van haar bureaublad verwijderd.
Zij had van hem nooit de Hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op.
Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje
laten aansmeren.

Zij opende ze niet meer.

Keep Smiling!

Afbeelding

Dit is nu al de derde keer in evenzoveel dagen dat hij mijn tanden eruit geklopt heeft.

Wat in je florissante jeugdjaren niet snel genoeg tot volle wasdom kan komen,

zoals een perfect gevormde haarlijn, een karaktersterke kaaklijn, opwaartse mondhoeken

en dito boezem, vertoont in je najaren de onheilspellende, erger nog, onverbiddelijke

neiging zich terug te trekken.

Neem nu mijn tandvlees.

Decennialang hebben de meest verfoeilijke, incompetente tandartsen zich

letterlijk over mijn gebit gebogen en in mijn mondholte een ingewikkelde constructie

van kronen en bruggen achtergelaten, waar een beetje experimenteel tandarts

spontaan op gaat geilen.

Het was dus na het alarmerend aanschouwen van mijn teruggetrokken

boven- en ondertandvlees, dat ik besloot Nikolaos, surgeon dentist volgens zijn uithangbord,

op te zoeken.

Hij heeft zo zijn vaste bewonderaars, de boss zweert bij hem. Niet voldoende onderbouwd,

denk ik zo, als je slechts twee maal in zes jaar de binnenkant van zijn  kabinet hebt gezien. Soit.

De behandeling is dus deze week gestart.

Of hij wel met een en ander een beetje haast kon maken,  vroeg ik hem, want ik vertrek

op 14 maart op reis, en dan nog het liefst met een glimlach à la Angelina Jolie.

Niko luistert niet eens, Griekse mannen luisteren niet naar vrouwen.

Dag 1 en hij klopt mijn twee kronen eruit. Kloppen.

Nu zitten die krengen daar al 30 jaar muurvast, daar komt dus enige mankracht bij kijken.

Ik vrees dat hij mijn schedel zal splijten, ik voel splinters  glazuur langs mijn wangen

schuren, ik grijp naar het speekselslurfje en heb dus twee stukken in mijn hand.

“Denk aan leuke dingen, Babette” spreek ik mezelf moed in.

Ik vind geen leuke dingen. Ik denk aan de boss die nu op een terrasje in de zon

aan zijn koffietje zit te lurken en  zo meteen bij “Doe-Het-Zelf Fotini” een voorraad verf zal

gaan inslaan die mijn budget ruimschoots zal overschrijden.

“Nu geen rampscenario’s bedenken, Babette”. Ik nogmaals vermanend tegen mezelf,

want als ik nog maar zoiets bedenk,  gebeurt het ook.

“Waai aar joe so strest, rieleks!” zegt Niko.

Het gebeurt. Ik zie mijn kroon de lucht ingaan, Niko op zijn knieën erachter aan.

Hij vindt ze niet. Ik krijg de daver.

Ik zie in de hoek van de kamer leidingen in de grond  verdwijnen en geen tegeltjes errond,

ik krijg misselijke  visioenen van mijn kroon in die put.

Niko staat recht, kribbelt wat in een notaboekje, mompelt in zichzelf,

slaat aan het telefoneren, volledig zen.

Zoek dan toch, man. Uiteindelijk heb ik ze gevonden.

“Iet ies broken”, stelt Niko vast. Ik voel me ook broken.

“Ienof for toedee” besluit Niko. “Aai em taaird, joe kom bek toemorro”.

Hij plaatst mijn kronen terug, eentje zonder glazuur en eentje met een gat erin.

Gelaten onderga ik dag 2 en 3. Kronen er weer uit en weer in.

Pasta erin en er weer uit en er weer in.

“Ies no good, wie traai again, don’t wurrie”.

Vandaag heb ik hem gebeld dat ik geen zin had om mijn mond open te doen.

“Ies no problem, joe kom fraaidee. Don’t wurrie, wie hef taaim”.

Morgen sta ik er weer. Ik zal op mijn tanden bijten.

Een Nieuw Lief

Ik zou het echt fijn vinden
mocht u het grote nieuws
nog even stil willen houden.

Er is een nieuwe liefde in mijn leven.

Voldoende reden om dit uit te brullen,
vindt u.
Niet zo.

Het is wèl zo, dat ik mijzelf
– al sinds de eeuwwisseling zowat –
heb aangepraat mij niet meer met
dergelijke futiliteiten in te laten.
Mede mijn lijstje “Tien-prangende-zaken-
die-je-over-mij-moet-weten-voor-je-
ik-hou-van-jou-zegt” blijkt daartoe een
geniaal instrument met hoge
ontmoedigingswaarde te zijn geweest.

Het is ook zo, dat wij elkaar nog maar
vier dagen geleden hebben ontmoet.
Voor het eerst.

Dit is allemaal zo broos, zo afwachtend,
zo onwerkelijk nog.
Het is als met Sinterklaas eigenlijk,
je krijgt nooit wat je verlangt
en toch ligt er een knoop in je darm.
Dàt gevoel.

Elke dag zien wij elkaar.
En maken een wandeling van zowat
een uurtje.
Soms in het park, soms in een echt bos.
Niet veel soeps, maar hij houdt ervan.
En wij kennen elkaar in feite
nog helemaal niet, het is een begin.
Van stapel lopen is je
in de vernieling lopen, dat weet ik.

Het valt op, hij weet met zijn vreugde
geen blijf als ik hem, onder het
alziend en goedkeurend oog van zijn hospita,
met veel verwachting op kom halen.

Een groot prater is hij niet.
Sommige ervaringen zwijg je liever dood,
daar kan ik inkomen.
En wat je niet zegt, wordt je later
ook niet verweten.

Maar luisteren kan hij als de beste.
Het bestaat dus nog.
Een uurtje, mits enkele diplomatische
adempauzes en stiltes,
kan ik best wel volpraten,
dat treft.

Nu ik hem zo bekijk, erg knap is hij niet.
Het moet gezegd. Een ruw kantje heeft hij.
Een beetje wild, misschien.
Veel concurrentie hoef ik niet te vrezen,
zoveel is duidelijk.

Maar hij is lief.
En ik kan dat ook soms wel zijn.
Ik voel aandacht en zie begrip
in zijn donkere ogen,
ook zijn dankbaarheid en zelfs hoop
kan ik zien.

En zowaar angst als wij half onder het
gebladerte terug op zijn stoep staan.
Ik schrik er telkens van.
Van die tragiek die je met je sleept
omdat het onuitgesproken
en onbegrepen blijft.

“25 november” roept de dame als zij mij
in het oog krijgt.
“Wat dan op 25 november?” vraag ik.

“Dan doet de rechtbank uitspraak.
Dan weten wij of hij terug naar zijn
baasje moet of hier kan blijven.
In dat geval kan je hem adopteren,
weet je?”

Het hondenasiel is altijd al
karig met informatie geweest.
Afbeelding

Het Rampgebied

Afbeelding

“Who is this?”
vraagt de loketbediende van Hellenic Post
terwijl zijn vinger op mijn naam en adres
op de aangetekende omslag wijst die hij net
tussen ons heeft geschoven.

Ik zie meteen dat “Ambassade de Belgique” zich
op de begroting 2012
een nieuwe stempel heeft veroorloofd en nu
elke blijde mare namens “Belgian Embassy” verstuurt.

“I am, Sir”.
“Passport?”

Let wel, ik heb de man op charmante wijze wel
degelijk in het Grieks begroet. Drie maal zelfs.
Een goede dag, een goede eerste dag van de week
en een goede eerste dag van de maand.
Ik weet namelijk dat je loketbedienden wereldwijd
het best met de nodige égards behandelt.

Hij stoort er zich duidelijk niet aan.

Belgian Embassy heeft nu vastgesteld dat mijn handtekening
zich na drie eerdere pogingen binnen de grenzen
van het daartoe bestemde vak bevindt
en stuurt mij dus mijn nieuwe identiteitskaart toe.
Met als land van verblijf : Greece.

Niet onbelangrijk en een hele geruststelling in geval van
aardbevingen, overstromingen, orkaanpassages, instortingen,
modderstromen, tsunamis, explosies, vulkaanerupties,
meteoorinslagen en andere calamiteiten.

Nu wéten zij tenminste in welk rampgebied zij mij moeten
localiseren – en als het even kan ook terugvinden –
en derhalve mijn finaal wanhopige familieleden geruststellen.

Alleen, het opgegeven adres is slechts een postbusadres,
een noodzakelijk kwaad omdat je straat geen naam heeft,
je huis geen nummer en je deur geen bel.

Wie dus ook maar iets opvangt over wonderbaarlijke    
overlevenden op een heuvel buiten Heraklion,
gelieve de Belgian Embassy in Athene te verwittigen.
Veel kans dat ik ertussen lig.

Be My Guest!

be_my_guest

Zo kan ik mijn visite vandaag
niet onder de ogen komen.
Hem toch niet.

Ik had naar de kapper moeten gaan.

Zie mij hier staan.
Net nu.
Dit komt nooit goed.
Had ik mijn haar maar niet
zelf moeten wassen.

Hij zal het maar niks vinden.
Ik wil het einde voor hem zijn
en dit is zelfs geen goed begin.

Als je ten prooi aan dehydratatie
mijn koelkast opentrekt
voor een frisse pint
en je ziet op de diepgekoelde flesjes
mijn haardroger liggen,
dan kan ik daar maar één reden
voor verzinnen.
Het kreng heeft het middenin
en wel in het heetst van de strijd
opgegeven
en is tijdelijk aan afkoeling toe.

Een beetje probleemoplossend
moet een mens hier wel zijn.

Want. Er kan al eens een dag of zelfs twee
geen water zijn.
Denk je dat eens in.
Geen bakje verse koffie als je in
je niemendal nog half slapend met
die lege kan in je handen staat.
En je die niemendal
dus ook niet onder de douche zal
wakker krijgen.
En wat je zo nodig moet achterlaten,
ook niet doorgespoeld zal krijgen.
En de zwabber die je vandaag eens vlug
door je kot zou halen,
in de hoek blijft staan.
En je dat frivole jurkje, dat je voor
je bijzondere gast eens vlug op de hand
zou wassen, niet aan kunt trekken.
En hij zal zien dat je afwas van
gisterenavond er nog staat.
En je de patatjes met prei voor
vanavond wel kan vergeten.
En je bloemen zullen verpieteren,
je meloenen verschrompelen en je
nieuwe tomaatjes uitdrogen.

Puur suïcidaal ben je
als je geen halve container
flessenwater in je kasten hebt staan.

Want. Er kan al eens een dag of zelfs twee
geen stroom zijn.
Denk je dat eens in.
Je hebt je verslapen,
net die éne dag van de overige
driehonderdvierenzestig
dat het absoluut niet mocht.
En je kan niet verwittigen,
want je vergat gisterenavond
je mobieltje op te laden.
En in het donker heb je je
teen-met-likdoorn tegen je
beddenpoot geknald.
En je mag het bakje verse koffie
waar je nu ècht aan toe bent,
wel vergeten.
En veel troost kan ook Radio2
je niet bieden.
En de plas die zich onder je
koelkast vormt mag je opdweilen.
En al wat tot later genot in
je diepvriezer ligt opgeslagen
in de vuilniszak kieperen.
En je dus in het zweet werken,
want ook de airco doet het niet.
En de Indonesische rijsttafel
waar je vanavond wou van genieten
op je buik schrijven.
En al helemaal niet naar je
thuisfront mailen dat het zo
lekker met je gaat.
En “Blokken” hoef je ook al niet
te volgen terwijl je dat pikante
jurkje strijkt.

Puur suïcidaal ben je,
als je geen bananendoos kaarsen in je huis
en geen barbecue in je tuin hebt staan.

Want. Er kan al eens een aardschok zijn.
Denk je dat eens in.
Je loopt nu wel een grote kans
én zonder water én zonder stroom te zitten.

Maar ik wou het over mijn visite hebben.

Vide-o-ma

3209 km zijn wij van elkaar verwijderd,
mijn kleinzoon en ik.

Hij begint net te broebelen,
speekselhaartjes slierten over zijn kin.
Ik heb een droge mond,
ik ben ei zo na uitgepraat.

Afbeelding

Elke zondag zien wij elkaar, na de cameraklik.

Ik ben een afstandsoma, een onlinegrootje.
Een chatopoe. Teeveemoemoe.
Zijn skypomi, zijn beppekreta.

Wij verstaan elkaar, mijn kleinzoon en ik.
Dezelfde stem als zijn mama, maar dan met
een bril erboven.

Hij lacht breeduit, zijn papa trekt gekke bekken
buiten het beeld.

Ik zie zijn nieuwe tandjes,
zijn dikke handjes.

Zijn verwonderde blik. Spaarzame haartjes.
De outfit die ik online kocht.

Ik afstandshou van ‘m.
Elke zondag opnieuw.

Herr Doktor

Reeds twee opeenvolgende avonden

sloeg hij haar stilletjes,

maar heel nauwlettend gade.

Dat niet alleen, ook de all inclusive tequila sloeg hij,

maximal ontspannen aan de hotelbar,

mit Mass aber regelmässig achterover.

Zonder zijn blik van haar af te wenden,

wisselde hij met tussenpozen enkele woorden

met zijn Herr vriend, die geen tequila lustte,

maar des te meer het happy single

loslopend vrouwenwild dat zo’n five star resort

doorgaans al vanaf maart pleegt te bevolken.

Het is niet anders, een surplus aan vrije tijd,

aan gezondheid en aan geld brengt mensen ertoe

dingen te gaan doen die zij leuk vinden.

Zij verleggen hun grenzen, niet enkel de geografische.

Iets gevaarlijker, iets scherper op de snee.

Het was haar uiteraard niet ontgaan.

Het ontbreken van elke vorm van Frau in zijn buurt,

was het laatste zetje om dan ook een ondeugend knipoogje

zijn richting uit te sturen.

Herr Doktor stelde zichzelf uiterst hoffelijk

en bescheiden aan haar voor, een zachte stem, zachte ogen,

zachtheid all over.

Vleesgeworden charme, finesse, réserve en politesse avant-la-lettre.

Ja, zij wou graag even op het krukje naast hem plaatsnemen,

zelfs even zo’n tequila met hem proeven.

“Du lächst immer”, verbaasde hij zich.

En herhaalde het.

En luisterde elke avond weer geamuseerd

naar haar belevenissen van die dag,

verbeterde minzaam haar verkeerde vervoegingen en verbuigingen,

overtuigde haar ervan dat zij niet allemaal

richtige Schweinhunde waren.

Schetste die Geschichte historisch, kulturell, politisch

en zweeg pünktlich over hetgeen haar niet interesseerde.

Een zonnige week lang keken zij uit

naar het ontbijtbuffet en naar de guest bar,

die zij besloten voortaan samen alle eer aan te doen.

Haar dauernde opgewektheid dreef Herr Doktor erheen,

zijn aaibare aanwezigheid wou zij dan niet missen.

Het afscheid die morgen hadden zij

met heel veel koffies voor zich uit geschoven.

Hij zag bleek, ondanks zijn zongebruinde tint.

Zijn beide ogen waren helemaal opgezwollen,

dit had zij de avond ervoor niet opgemerkt.

“Ik ben ermee opgestaan”, stelde hij haar gerust.

“Eine Entzündung”.

Hij zou thuis onmiddellijk zijn huisarts raadplegen.

Hij nam zijn bril af.

Zij wreef heel zachtjes en heel langzaam

over zijn ontstoken lieve ogen.

En zij besloten nu afscheid van elkaar te nemen.

“Dein Ritter kommt noch, ganz bestimmt”

zei hij, vol emotie en vertrouwen.

Zij vond geen woorden.