Categorie: Limited Liability

De Laatste Dans

Het leven is een dans met rare sprongen.
Het is niet iedereen gegeven, de passie, de
souplesse en de verbetenheid te bezitten om
zijn cadans te volgen en het ritme bij te houden.

Met de vader van mijn zoon zette ik ooit een
wervelende dans in, tot onze passen niet meer
in elkaar overliepen. Tot de vele kwetsuren ons
ertoe noopten ermee op te houden.

Vannacht is hij na een slepende ziekte
overleden.
Afscheid nemen hoeft niet meer, dit deed ik dertig
jaar geleden al.
Huilen wil ik niet, want, hoewel de dans ophield,
de muziek bleef doorspelen.

Dankzij hem is er onze fantastische zoon, mijn
bijzondere parel, die mij door alle tragedies van het
leven loodste tot ik de logica ervan leerde begrijpen
en aanvaarden.

Tot het moment waarop ook voor mij de muziek
zal stilvallen, blijf ik zijn vader dankbaar voor dit
onbetaalbare geschenk.

Voor hem en met hem wil ik nu onze laatste dans
inzetten, een dans die hem mag leiden naar de
weldadige oase van vrede en rust.

Hoe breng je slecht nieuws op 31 december?

Feiten : je hebt net de flank van je wagen tegen een geparkeerde verroeste truck aangeschuurd.

Je bent niet gestopt, want je leeft op Kreta en daar stop je niet zolang het bloed niet van je motordeksel druipt.

Het ziet er niet lief uit. Dit is wel het aardigste understatement dat ik kan
bedenken als ik, vijf mijl verder, besluit de schade toch even op te meten.

Ik moet mijn stijgende ergernis kwijt. Het overvolle bankkantoor, waar de
Grieken, die nog niet van ontbering zijn gestorven, uiterlijk vandaag hun
autotaks moeten betalen, lijkt mij de meest aangewezen ventileringsplaats.
“Of mijn nieuwe bankkaart reeds is aangekomen?” vraag ik de bleke
bediende, die mij vorige week verzekerde dat de kaart er over drie weken
zal zijn. ?!£#%!§$#S@Fck! Oef, mijn bloeddruk daalt zienderogen.

Eens buiten en een beetje confuus, besef ik dat the worst is yet to come.
Ik moet Boss bellen.
Hem zo terloops mogelijk even mededelen dat mijn dagplannen wegens
deze onvoorziene en vooral ongewenste omstandigheden zijn gewijzigd.
Een afgemeten bericht in een drukke, lawaaierige straat lijkt mij het beste.
Het treft, bankkantoren liggen wel eens vaker in drukke, lawaaierige
straten. Niet huilen, vooral niet, hier kom je enkel mee weg in je
wittebroodsweken. Overdrijven, hem zeggen dat de hele passagierskant
nu aan die fokking truck hangt. Schuld bekennen, niet té nadrukkelijk.
Gevoel manipuleren, “maar ik ben oké, hoor!”.

Ik bel. De boodschap moet vooral nauwelijks verstaanbaar overkomen,
dus ik peuter al pratend in mijn neus, niet helemaal ladylike in een
drukke straat, toegegeven, maar what the hell.
Mijn vis braadt. Boss verstaat maar de helft van het verhaal en wijt dit
aan de slechte telefoonverbindingen op het eiland.
Ik heb trouwens ook al tweemaal totaal overbodig “Wablief?” gebruld, de
ervaring heeft mij geleerd dat hij het daarna voor bekeken houdt.
“Of ik nu maar onmiddellijk naar huis kom, want ik klink erg overstuur”,
dringt hij aan.

Ik parkeer de gehavende vehikelkant pal naast een muur, er kan zelfs geen
kat meer langs. Bovendien wil ik koste wat kost voor mijn nieuwsgierige
buren mijn waardigheid behouden.

Als Boss zich met alle geweld de visu van het onheil wil vergewissen,
sputter ik pro forma nog wat tegen.
“Maar dat valt nog mee”, zegt hij na een blik op de meterlange krassen.

Ik heb wijselijk mijn mond gehouden.