Categorie: Ottoman Whispers

Het Nummer 6

Arthouse_Pic10

Dat het allemaal wel zal loslopen“, denk je dan vol vertrouwen en niet meer zo jeugdige overmoed, als je inpakt voor een leven in Griekenland en een ervaren inwoner je verwittigt to expect the unexpected.

Geheel onverwacht was het dan ook, dat wij zouden terechtkomen in een straat, die zelfs hoogbejaarde Heraklioten en doorgewinterde taxichauffeurs niet eens weten te vinden. De enige zekerheid, die het vervallen huis bood, was het huisnummer. En dat was het nummer 6. Dachten wij.

Het huis rechts had geen nummer en de mediocre kunstenaar, die er toen resideerde, beweerde – geheel ten onrechte en bij hoog en bij laag –  dat zijn huis het nummer 6 had. Een misverstand dat slechts na een paar jaren werd opgehelderd, toen een nieuwe bewoner er zijn kantoor vestigde en wij hem ervan konden overtuigen dat hij op nummer 4 woonde.

Erger was het gesteld met het huis links, dat in een erbarmelijke staat was en onbewoond sinds de studentinnen, die er een onderkomen hadden gevonden, spoorslags verdwenen waren met achterlating van een ton vuilnis en onbetaalde rekeningen. Niks aan de hand, denk je dan. Behalve dat dit huis – officieel – eveneens het nummer 6 heeft. Je voelt de nattigheid al aankomen. In welke brievenbus blijven de rekeningen toestromen, denk je? In welke woning wordt verkeerdelijk de watertoevoer en de elektriciteit afgesloten, denk je?

Tot overmaat van ramp, nam ene Maria er vrij spoedig haar intrek. Een uiterst  beklagenswaardig armoedig vrouwtje, met als enig gezelschap een doodzieke, lelijke kat en diverse “heer”schappen die haar in de late uurtjes wat euro toestopten voor bewezen diensten. Helaas niet genoeg om haar huishuur en rekeningen te betalen, het duurde een eeuwigheid vooraleer de eigenaar haar en haar povere spulletjes eruit kon zetten. Het duurde minder lang om ook haar rekeningen in onze brievenbus aan te treffen. En alweer spoedig zonder water of stroom te zitten, want je woont toch op huisnummer 6?

De bureaucratische, afmattende calvarietocht langs de verschillende diensten wens je je ergste vijand niet toe. De droplullen zetten het zowaar op een lopen als wij nog maar in de deuropening verschijnen; het onnozele feit dat er twee huizen zijn met hetzelfde huisnummer bereikt hun voorstellingsvermogen niet eens.

Er kwamen nieuwe huurders in huis links. Ditmaal met een luizig hondje en grootse plannen. De eigenaar verzekerde ons, dat zij heel solvabel waren. Waarop vrij spoedig onze opluchting een flinke duik nam, toen wij ook hun facturen in onze bus vonden, die netjes bij hen op de stoep legden en ze in opengescheurde omslag in hun voortuintje terugvonden. Het dient gezegd, de “diensten” reageerden nu vrij snel op deze nieuwe  betalingsweerzin, jammer genoeg gingen de kranen weer dicht en de lichten weer uit in het verkeerde huis.

Toen wij er vorige week arriveerden, viel het ons meteen op. Onze kredietwaardige buren hebben de benen genomen. Het doemhuis staat te huur. Wij houden nog maar eens ons hart vast.

 

 

 

 

Cretexit

IMG_5069

Met wat wikken en wegen, zit je nu wel netjes onder het toegestane gewicht. Daarna heb je nieuwe, kleurige adreslabels aan je reiskoffers gehangen, ditmaal met Union Jack en bloemetjes erop. Met grote tegenzin heb je die verdomd dikke mantel in je handbagage gepropt, want het zal koud zijn bij aankomst in Brussel. En het zal regenen. Je ziet de landingsbaan van de Nikos Kazantzakis luchthaven voor je opdoemen en je vraagt je af, wat je bezielt om je eiland voor een paar weken uit je lijf en je gedachten te bannen. Net nu de zon zo gewillig de kwade winter uit de aarde drijft en haar stralen de ingeslapen oerdrift opnieuw tot leven wekken. Je bent zwijgzaam, overgelaten aan de gedachten die vooruitsnellen, die voor jou al ter bestemming zijn. Daar zijn je armen, om je kinderen geslagen, hun warmte stroomt door je lijf. Daar is de natte zoen van je kleinkind, zo groot inmiddels. Daar voel je de nieuwe baby, die je nog enkel op het scherm kon bewonderen. Daar overvalt diep gekoesterd geluk je en je ervaart opnieuw wat je reeds wist, dat is wat je bezielt. Je hijst je koffers uit de wagen en stapt de vertrekhal in. Samen met jou, kunnen de uren nu niet snel genoeg vliegen.

Arthouse

Arthouse_Pic4Toen Boss & Babette bericht kregen, dat een quasi vervallen huis binnen de Venetiaanse stadswallen in het oude centrum van de hoofdstad Heraklion (Kreta) leegstond, besloten zij vrijblijvend een kijkje te gaan nemen. Middenin een wirwar van smalle straatjes in een uitgesproken multiculturele en verpauperde omgeving, en in wat eens beslist de rosse buurt van Heraklion moet zijn geweest, stond dit huis zowaar te roepen om een make-over en een nieuwe bestemming.
De toestand ervan was deplorabel. Eens een fiere, ruime en belangrijke Ottomaanse religieuze school, werd het gebouw na de Tweede Wereldoorlog gerenoveerd en het complex werd in 6 huizen onderverdeeld, drie huizen aan de voorkant en drie aan de achterkant. Tientallen jaren werd het achtereenvolgens (en meestal onbetaald) bewoond door immigranten, studenten, kunstenaars en andere wereldverbeteraars van divers pluimage. De laatste anarchisten waren met de noorderzon vertrokken na het achterlaten van revolutionaire schade, onuitwisbaar kleurrijke leuzen op muren en deuren, en een vrachtwagenlading vuilnis.
Niettemin werden Boss & Babette meteen bedwelmd door de sfeer en de rust die van het huis uitgingen, en – dit in tegenstelling tot de anarchisten – voelden zij de good vibes die er even uitbundig binnenvielen als de zonnestralen.
De afgelopen jaren bracht het dreamteam Boss & Babette meer en meer tijd in Heraklion door en, hoewel de rit naar hun thuisdorp slechts een 20-tal minuten bedraagt, leek een bijkomende stek in de hoofdstad hen wel een leuk idee. De kriebel van een nieuw project had hen meteen te pakken en de beslissing was gauw gevallen.
Op 1 februari 2013 sloegen zij dus aan het restaureren, samen met een ploeg enthousiaste en praatgrage Grieken, Engelsen, Schotten, Ieren, Australiërs en Albanezen en zij zagen dat volledig zitten.
ARTHOUSE was geboren. De restauratie van het pand duurde zes maanden, het daaropvolgend herstellen van hun relatie twee jaar.

Boss wou van zijn nieuwe tempel een ontmoetingsruimte maken voor kunstenaars van allerlei slag, en alras werden er o.a. klassieke concerten, kookdemonstraties en foto-tentoonstellingen georganiseerd en werd er ruimte gecreëerd voor een lees- en een handwerkclub.

Babette daarentegen wou van het nieuwe onderdak voornamelijk een privévluchthuis maken, waar zij op vrij regelmatige basis zou kunnen ontsnappen aan de eenmansramp genaamd Boss. Waar Boss geen oren naar had. Er moest dus een compromis gevonden worden om een einde te maken aan het “ik niet, dus jij ook niet“-probleem.

Back to basics dan maar. De Ottomaanse good vibes-stulp zou de plaats worden waar 1) Boss & Babette gezamenlijk een paar dagen per week zouden doorbrengen, waar 2) elk der partijen in een noodgeval van happy never after enkele dagen kon naar verbannen worden, en waar 3) tijdens het zomerseizoen buitenlandse gasten zouden kunnen verblijven.

Zo gezegd, zo gedaan. Nergens te lande worden er zo vaak koffers in- en weer uitgepakt als ten huize B&B, maar de formule wérkt.

Zo ook het dreamteam momenteel, want de eerste gasten komen einde maart aan en de aanhoudende horrorwinter heeft een vernielend spoor in Arthouse nagelaten. All hands on deck.

Cut!

063

Geheel in de lijn van zijn credo, dat life has to be about fun and excitement, wou de boss Fedor interviewen, een Rus die gedurende een maand in no less dan paradijselijke omstandigheden wel zijn medewerking wou verlenen aan de organisatie van de jaarlijkse zomerfestiviteiten in de hoofdstad. En Tola, een filmmaakster, zou hierbij van een onschatbare waarde zijn. Dat was zij ook, tot op zekere hoogte. Tola, zo Grieks als la Nana, gaf namelijk een geheel eigen en vooral veel tragere invulling aan de begrippen “Nu!, Onmiddellijk! Gisteren!” die de boss doorgaans pleegt te hanteren, zodat het met beeld, muziek en spraak ingeblikt interview ten langen leste verscheen toen Fedor al voorbereidingen trof om Vadertje Vorst in de schoot van zijn familie te vieren. All of this maakte de boss niet bepaald gelukkig.

Tola heeft geen tijd, ook niet voor hard feelings. Dus vroeg zij enkele maanden later of de boss de rol op zich wou nemen van de kunstgalerijhouder Elliott in een no budget-kortfilm, die Chinees-Australische-Griekse vrienden in de buurt zouden opnemen. Het verhaal ontsnapte hem volledig, op zich niet onoverkomelijk, want dat was er eigenlijk niet. Wèl was er een knappe, jonge hoofdrolspeelster with an attitude en haar boyfriend, met die zou hij in de film te maken krijgen. De amoureuze boyfriend geloofde namelijk rotsvast in het arty kliederwerk van zijn vriendin, Elliott ook, maar zag haar veelbelovende artistieke toekomst dan enkel zonder die boyfriend. Kwalijke opdoffer aan het einde en dat was het zowat. Naast de beloofde fun and excitement.

Neen, u wil beslist niet weten hoeveel uren Boss en Babette aan dit magere script hebben gespendeerd. Hoeveel godgansedagen ik tot kreunens toe met hem de dialogen heb doorgenomen. Met welke death-defying overtuigingskracht ik een van de slotzinnen “F*ck Off, Elliott” telkens wist te brengen.  Drie dagen duurden de opnames, putje winter in een ijskoud huis in Archanes, dat iemand geheel vrijwillig ter beschikking had gesteld daar hij zolang bij zijn ouders zou intrekken, waar er wel verwarming was. Drie dagen, omdat het mooie hoofdrolkind-met-kapsones-en-andere-verplichtingen zich slechts sporadisch liet zien en allang spijt had van haar toegezegde medewerking, wegens de aanwezige cast vermoedelijk. Alles werd nog net even ietsje kutter, toen de boss zeven dagen later nog steeds ziek op bed lag.

Meer budget daarentegen was er voorzien voor de volgende uitdaging. De Dienst voor Toerisme had nog wat onverduisterde liquide middelen en een bevriende inheemse director gevonden en zou een promotiefilm over Kreta gaan draaien. Of de boss zich wou aanbieden bij de casting director voor de rol van filmregisseur? Neen, dat kon hij niet, want een trip naar Chania paste niet in zijn strakke planning. Of hij dan illico wat foto’s kon toesturen? Eentje met hoed, eentje zonder hoed. Eentje met blauw kostuum, eentje met lichtere tint kostuum. Eentje met bijpassende overhemden. Eentje met daarbij passende dassen. Eentje met zwarte schoenen, eentje met bruine schoenen. Boss sloeg aan het fotoshoppen, Babette aan het strijken. Imagine my luck dat zoveel excitement mij verder bespaard is gebleven, daar de opnames zouden plaatshebben net toen wij in het buitenland waren. Boss vond eveneens dat he definitely deserved something funnier than this.

Maar, when you relax, it comes. In de gedaante van Tola alweer, die, gedreven door tomorrow’s deadline, wanhopig op zoek is naar een koppel dat wil figureren in een road movie, en bijna huilend aan de lijn hangt. Vier uurtjes maar, Babette. Een koppel, met small suitcase of backpack, klaar om op vakantie te vertrekken, casual kledij, no flashy colours please. I’ve sent a message to the Boss too. Saturday, aan de haven, see you there!

De vier uurtjes werden er zes. Boss en Babette staan, valiesje aan de hand, op de kade te praten. Of beter nog, Babette staat te praten en Boss knikt minzaam. Deze scène wordt vijfmaal herhaald. Vervolgens, Boss en Babette stappen op het schip, nog steeds pratend, wel, Babette althans, Boss knikt. Wat heeft die toch veel te vertellen, zal iedereen nu denken. Ik ben alsnog zeer opgewekt, per slot van rekening vertrekken wij toch samen op vakantie. Deze scène wordt achtmaal herhaald, mede door het feit dat de (lege) small suitcase van Babette door de felle wind uit haar handen glipt. Onnodig hier aan toe te voegen dat ik in the meantime al helemaal niet meer weet wat te vertellen en de grootste onzin op Boss loslaat.

Na drie uren is er pauze, wij snakken naar een koffie en meerdere peuken. Sprakeloos zijn wij nu. Al helemaal, als blijkt dat het varend personeel nog ligt te slapen, dus éven geduld nog. Het wordt al donker, en erg frisjes bovendien, als de laatste opnames op het bovendek worden gemaakt. Er wordt een terrasje geïmproviseerd (wie gaat nu bij windkracht 9 bovendeks op een terrasje zitten?), enkele tafeltjes met een flesje water en drinkrietjes aangevoerd. Boss en Babette aan een tafeltje, pratend (of wat dacht u) en het watertje een beetje verveeld negerend (welk koppel bestelt nu één drankje? diepgekoeld dan nog?). Aan de geïnteresseerde uitdrukking van de boss te zien, vertel ik hem nu iets totaal nieuws, dit verwarmt mij een beetje. De scène wordt zesmaal herhaald.

En dan klinkt eindelijk het finale Cut! Freeze! Totaal overbodig, dat laatste. De filmploeg is verrukt, wij uitgehongerd. Eerlijk, ik heb er geen woorden voor.