Categorie: Sisters-in-arms

Good Ol’ Days

Your oldest friends are not necessarily your best friends. They just happen to be there first.

2010-2018 Herinnering aan een stukgelopen vriendschap.

Op de terugweg van de luchthaven, waar ik haar in een rolstoel heb neergeploft, niet omdat zij dat zo wil, maar omdat zij dan een voorrangsbehandeling krijgt tijdens haar vlucht naar Nederland, overloop ik in gedachten alle redenen waarom ik zo hoog oploop met, en zo dol ben op, mijn Grollandse vriendin.

Enkele jaren geleden zag ik haar voor het eerst, tijdens de Griekse les, waar wij beiden meteen doorhadden dat de vrijwillige leraar er niets van bakte en wij nog minder. Zij had als rolstoelpatiënte en in haar uppie  zowat half Europa afgereisd in een brommobiel, aangepast aan haar handicap, en landde uiteindelijk op Kreta, waar zij hoopte de progressie van haar ziekte te vertragen. Wat haar uiteindelijk ook lukte, met grenzeloze bewondering heb ik haar zien evolueren tot een vrolijk fuivend sirtaki-dansend fenomeen.

Wij bleven onafscheidelijk, ook toen zij zo’n 20 kilometer verderop naar haar opgeknapte cottage-aan-zee verhuisde en wij wekelijks halverwege voor een bakje koffie afspraken en de volgende dag ei zo na als vermist werden opgegeven. Nergens zal je op dit eiland nog zo’n stel veel te blonde, inordinately chaotic old bags aantreffen, beweert Grom, die onze uitgelaten attitude met lede ogen aanzag.

Waar wij echter compleet extatisch van werden, was het spreken en horen van onze eigen taal. Niks is bevrijdender dan je in je eigen taal eens goed los te laten, je eigen klanken te proeven, je enige ware stem te horen in een omgeving waar je je dagdagelijks met het Engels of het Grieks moet behelpen. Kolossaal grandioos.

De volgende week was zij er weer, bijgevuld met oerhollandse verhalen en hongerig naar haar stekje aan het strand. “Espresso met bougatsa, gekkerd?”

Tijd slaat wonden, een lelijke val, hospitalisatie en langdurige revalidatie eveneens. Goede vrienden waren er voor haar, maakten het haar naar de zin, zorgden ervoor dat het haar aan niets ontbrak. Haar verwachtingen waren echter zo stringent en hooggespannen, dat het zaad van teleurstelling begon te kiemen.

Het geluk was niet meer welkom.

Noch al haar vrienden. Een akelig kil en kort sms-bericht maakte het voor elk van ons pijnlijk duidelijk dat zij “ons” verhaal vergeten wou.

De Oppas

In haar eigen bed slaapt Ivona nooit. Want dat heeft zij niet.
Zij bezit enkel een nieuwe mountainbike, wat eenvoudige kledingsstukken en een lijvig Pools-Engels woordenboek.
En een meer dan behoorlijke portie lef.
Dat moet je haar nageven.

Je ontmoet haar dagelijks, al fietsend, haar bezittingen netjes in een rugzakje.
Niemand weet wanneer en hoe zij op mijn stukje eiland strandde.
Zij vertelt het ook niet zo gauw, haar vertrouwen is al even zoek als haar kennis van het Engels.

Ivona is een puur natuur Poolse midvijftiger, delicaatblonde haren, viooltjesogen.
Einzelgänger. Slank en taai. Onafhankelijk en vastberaden.

Zij is housesitter.
Telkens iemand van onze inwijkelingenkolonie voor een al dan niet langere poos naar zijn geboorteland trekt voor familiebezoek of een andere ingreep, wordt Ivona ingehuurd om tijdelijk in te wonen en het huis met de eventueel aanwezige katten, honden of tuin te onderhouden.


En dus hoeft zij geen eigen stekje, zij verhuist fietsend haar pezige lijf en schamele spulletjes van de ene woning naar de andere.

Ik ontmoette Ivona in het piepkleine huisje van een Engelse dame-met-stamboomkat.
Het eenkamerhuisje onderhouden was niet zo meteen de opdracht, zo bleek.
Er was trouwens geen onderhouden meer aan.
Alles, maar dan ook alles, was langsheen de muren opgestapeld in een kamerbrede wolk van stof en pluis.
Zij moest er enkel zorg voor dragen dat het de dure kat aan niets ontbrak en dat de lady het mormel bij haar terugkeer goed doorvoed, met glanzende pels en uiteraard niet met rigor mortis aan zou treffen.

Ik zocht een babysit.
Meer bepaald een deeltijdse oppas annex gezelschapsdame voor een zieke vriend.
Een klokrond oog moest in het zeil worden gehouden nu hij uit het ziekenhuis was.
Eigenzinnig en onverwoestbaar, verkoos hij zijn zuurstofslurfje en medicatie al eens te “vergeten”, alsook het feit dat hij echt te zwak was om al op eigen benen te staan.

Maar boodschappen moeten wel eens tussendoor gehaald worden, een terrasje en een frisse neus gepikt ook, een haarsnit en nieuwe jurk al evenzeer, dus daar zou Ivona zolang voor mij kunnen invallen.


Wij werden het gauw eens over de agenda en de voorwaarden, vrouwen lullen doorgaans niet lang over zulke banale dingen.

Het werd een fijne tijd.
Tot mijn vriend in staat was zich met een looprekje te verplaatsen, schonk trouwe Ivona mij de unieke kans enkele uren te ontsnappen.
De warme zee in, de ruwe natuur in, de herstellende vergetelheid in.

Ik toeter mij suf en zwaai mijn armen lam telkens ik haar voor mij uit zie fietsen.
Mijn Poolse zwerfkat, mijn dakloze lefgozer, mijn reddende engel.
Een godvergeten onvergetelijke vrouw.

Bloggen Bij De Buren

In tijden waarin je een virus en mensen van je weg moet zien te houden, wordt plots je wereld heel wat kleiner.

Satur9’s World vond er echter wat op. Als de wereld voorlopig niet tot jou komt, dan breng je toch gewoon jouw wereld – jouw woonplaats – onder de aandacht. Zij zette de deur wijdopen voor haar blogburen, die een beeld wilden ophangen van hun honk.

En met succes! Gastbloggers kwamen uit hun isolerende schelp gekropen en gaven een stukje van de grond onder hun voeten bloot.

Ook ik gunde hen een blik in de warme glans van een verdoken, maar schitterend kleinood in de Kretenzische bergen.

https://www.zonderdank.be/saturnein/2020/06/09/gastblog-lustig-en-rustig-leven-in-het-donker/

Alter Ego

Vooruit, op haar aandringen zal ik het maar toegeven. Sinds een paar weken heb ik een tegenhanger, een “klein zusje” zeg maar. Eentje dat geen verhalen schrijft, maar eerder eentje van het type “praatjes-en-plaatjes”.

Artistiek is ze, dat vooral, en een vrouw van weinig woorden. Maar ook iets loslippiger dan Grote Zus. Haar naam is Talle en zij bengelt onder Darling Doormat. Niet dat zij een onderkruipertje is, maar omdat WordPress dat zo heeft beslist.

Darling Doormat’s nieuwste blog “Talle’s” verdient een kans, vind ik zelf. Dat jullie er regelmatig eens doorbladeren zou zij dus echt mieters vinden.

Hier is ze dan, met eeuwige dank : https://tallesarts.com/

A Penny for your Thoughts

Het is een overlevingsmechanisme.

Als je in de Lidl plots een halve Bonenstaak Bob boven “Groenten & Fruit” ziet uittorenen, dan laat je illico je karretje achter en spurt halsoverkop de supermarkt uit. Elke alhier neergestreken Brit kent deze strategie.

Krijgt Bonenstaak Bob je als eerste in de gaten, dan gilt hij je naam zo luid door de drukke winkelgangen, dat elke sterveling zich verschrikt naar je toedraait, vrezend dat je Eerste Hulp nodig hebt.

Ontsnappen is dan uit den boze, je moet en zal op onaangepaste toonhoogte ondergaan hoe pleased hij is je te zien, onherroepelijk gevolgd door een plastische beschrijving  van zijn aanvaringen met mede-landgenoten.

In zijn schaduw staat steevast zijn Penny, een blond opdondertje dat zo ongeveer tot zijn middel reikt.

Je wordt zowaar weemoedig bij zoveel ogenschijnlijk introverte onzichtbaarheid. Nooit zegt zij een woord, want dat neemt hij haar meteen af.

Schuw, onooglijk, afhankelijk en engelengeduldig  wacht zij tot haren Bob beslist zijn weg langs de wet wipes en Heinz Baked Beans verder te zetten.

Tot Bob op een avond, net als hij in bed wou springen, er naast viel. Morsdood. Het bericht ging als een schokgolf door de gemeenschap.

Wat moet die arme Penny nu zonder hem beginnen? Hoe moet het arme schaap nu overleven? Wat moet de sukkel met dat grote huis? No way dat de stakker het in haar eentje op Kreta kan redden. Surely zal haar zoon, die in Engeland woont, haar na de begrafenis opladen en liefdevol in zijn huis opnemen. Of in een care home onderbrengen.

Zes maanden later.

Ik zit bij “Gregorys” aan het enige tafeltje dat niet door studenten is opgeëist. Een imposante vrouw, zo ontsnapt uit Eastenders, vraagt me of zij met haar vriendin en haar sausage roll aan mijn tafeltje kan plaatsnemen.

Ik herken de vriendin meteen : Penny!  Stralend, haartjes in de plooi, brons in het gezicht, blikwaardige cleavage. Voor het eerst hoor ik haar stem als zij honderduit vertelt hoe het haar is vergaan na het schielijk verscheiden van haar luidruchtige Bob.

Ik vind een vrouwtje dat haar mannetje heeft gestaan bij de hele poespas, die je enkel van een doodlopende en takswaanzinnige Griekse administratie kan verwachten.  Zij incasseerde de spaarcenten en de levensverzekering, zette het huis op haar naam, verkocht de wagen aan een Hollander, die er geen graten in zag dat de kar niet verzekerd was, en verbroederde met buurvrouw de Eastender, die er evenmin van wakker lag om Penny overal heen te brengen en zich op haar kosten vol te stoppen met romige soezen en krokante snacks.

Over enkele weken vertrekt Penny op vakantie, bij haar zoon. Voor een drietal maanden, rond Pasen is ze waarschijnlijk terug. Ik wed dat hij en aanverwanten Mummy met de nodige weloverwogen égards zullen behandelen.

Welcome back!

Veteranen onder ons zullen zich haar blog bubbliciously me (en haar bubbelspassie) nog herinneren en hoe zij onverwachts besloot er een punt achter te zetten. Maar het blogbloed kruipt waar het niet gaan kan, en – gejuich – zij is bloggewijs terug! Onder een andere naam en met evenveel passie! Als de wiedeweerga snel je nu naar LOLA’s nieuwe blog en volg je haar, wellicht is zij op zoek naar jou!

LOLA, wij verwelkomen jou met open armen! Succes!

Rock-steady Stella

Photo credits barbarasoleil

Mijn maatje Stella onbewaakt op het strand achterlaten is ten stelligste af te raden. Op de kilometerslange ongerepte en nauwelijks betreden zandstrook tref je nogal wat loslopende, veelal mismaakte, gedumpte honden aan. En Stella heeft de onhebbelijke gewoonte, zoniet de onweerstaanbare drang, er minstens eentje in haar wagen te laden.

Vijf heeft zij er inmiddels. In alle maten en van zeer twijfelachtige komaf. Tweemaal per dag hoor ik ze langs mijn straat-zonder-naam wandelen.

Een oorverdovend blaffend kluwen zwarte, bruine, witte poten, staarten en vlekken. Stella stormt er achteraan, afremmend, vijf leidsels in haar handen, in alle richtingen hevig trekkend in een poging haar wilde adoptievelingen uit de grasbermen weg te houden, want daar liggen schorpioenen op de loer.

Eventjes rustig je dagelijks praatje slaan is met zulke ongedisciplineerde meute geen optie.

Elke zaterdagmorgen ga ik dus stipt, met onze gezamenlijke vriendin Cheryl, bij haar op theevisite. Want haar thee is een absolute aanrader, haar zelfgebakken biscuits nog meer.

Bovendien lik ik mijn vingers af bij de heerlijke confrontaties tussen de oerbritse Stella en Cheryl, die Welsh is.

Stella is een zeer zelfstandige, uiterst gereserveerde oudere vrouw en wordt in onze kolonie erg gerespecteerd. Zij was nauwelijks zeventien toen zij de gammele, ouderlijke deur achter zich dichtsloeg en het schip richting VS opklom. Daar had zij een job als nanny aangeboden gekregen.

Veertig jaar bleef zij er. Haar werklust, haar ernst, haar ambities en haar kwaliteiten waren haar werkgever niet ontgaan, en toen zijn kinderen haar dagelijkse toewijding best konden missen, bood hij haar een verkoopfunctie in zijn kledingzaak aan.

Dik vijfentwintig jaar hard labeur en partnervrij leven later, bezat Stella haar eigen zes kledingwinkels, verspreid over verscheidene steden. Die zij op een gunstig moment van de hand deed om naar haar vervreemd geboorteland terug te keren. Zij aardde er niet meer. En volgde algauw het spoor van haar broer.

Anoniem, bescheiden, alleen, heeft zij zich toen genesteld in mijn ingeslapen gehucht, waar ook haar straat geen naam heeft en de jongeren reeds lang weggevlucht zijn. Misschien wel voor het hels kabaal dat haar nu kerngezonde hondentroep pleegt te maken. Of voor het bont allegaartje zwerfkatten dat zich, zo tussen het luie wachten op hun dagelijkse prakje door, in snel tempo rond haar woning blijft voortplanten.

Een sterke, merkwaardige vrouw is Stella. Met een heel groot hart. En een dijk van een levensboek. Niemand zal ooit elke pagina lezen.