Categorie: Struggling against Madness

Etcetera op Zaterdag

In het dorp zijn er geen kleine kindertjes meer, die voor wat zakgeld en snoep aan je deur komen zingen, maar gelukkig is er nog een generatie die persoonlijk haar nieuwjaarswensen komt aanbieden.
Deze nieuwbakken generatie houdt haar kont liever warm.
Voor nog een andere generatie valt het moeilijk te verteren, dat zij ook dit jaar geen muntje in de vasilopita gevonden heeft.
Het weer maakt gekke sprongen.
Een heftig stormende zee spuwt stenen en afval het wegdek op.
Een wegdek, dat op zijn beurt brokken maakt.
Je kan dus maar beter uitkijken waar je rijdt.
Of omhoog kijken (foto van Dimitris Papadogiorgakis in Chania)
Je gunt de mindervalide medemens toch ook een parkeerplaats.
Maar eigenlijk sta je toch liever aan je voordeur geparkeerd.
Want je bent solidair met de buren.

Verworpen Voorstel

Ik heb vanmorgen – met opzet – mijn haar niet gewassen.

Grom en ik zijn op weg naar de hoofdstad. Het is een stralende dag vandaag, er liggen zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

Grom zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, honey” zegt.

Agnes hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Grom! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Grom, steeds in voor een watdanook voorstel, hapte meteen toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Agnes is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull. Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo en iemand zal hiervoor boeten.

Agnes vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Grijpt met beide handen Grom’s hoofd, waar zij een bijna strafbare hoeveelheid glitterlipstick op nalaat.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

Almighty Agnes heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt. Dat vertelt zij uitgebreid aan Grom, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen. “See what I mean, Grom?”

Grom laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Agnes staren.

How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk. Daar komen wij namelijk net van terug.

Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities.
You might consider starting your new business there”.

De kat op het koord

(Waarschuwing : Emotionele Poezenliefhebbers slaan dit over)


Vangelis, mijn garagist in Sitia, is een uiterst voorzichtig man.
Als hij met aandrang fronsend zegt “don’t drive to Heraklion, just drive around Sitia” (dit moet zowat de enige zin zijn die hij in het Engels kent, speciaal aangeleerd met mij in gedachten), dan luister ik naar hem en zal je mij dus geen urenlang bochtenwerk in de bergen zien ondernemen.

Want als Vangelis dit zegt, dan is er stront aan de knikker. In dit geval, aan mijn karretje.

De man doet zijn werk grondig. Wat niet kan gezegd worden van de twaalf dozijn katten die mijn lieflijke heuveltop paringsgewijs overbevolken en overbelasten.

Het probleem van de productieve zwerfkatten (en -honden) in Kreta is genoegzaam bekend, ik ga hierover mijn duit niet in het zakje doen. Niet dat ik daar geen eigen oordeel over heb, maar omdat ik me danig en dagelijks oefen in het niet-meer-zonodig-een-eigen-oordeel-over-iets-te-moeten-hebben. Laat staan dit ook te ventileren.

Naast het met hoogst irritante klanken en met een driftige regelmaat bezegelen van hun voortbestaan en het werpen van verdere nesten ongewensts, worden katten ook verondersteld op muizen te jagen. Wat zij dus vertikken.

Ik heb dan ook besloten geen vaart meer te minderen als ik mijn helling kom opgevlogen en zij in formaties van acht midden op de baan liggen te verteren wat zij uit de vuilniscontainers hebben opgediept.

Want het is mij om die verrekte muizen te doen.

Het was mij al eventjes opgevallen dat ik bij het schakelen telkens een pikzwart rookgordijn achter mij aan zag bengelen. De olie, denk je dan. Kan niet, denk je dan, die is pas ververst en hoeft slechts om de zes maanden of om de 5000 km opnieuw. Althans, volgens Vangelis, zulke banaliteiten gaan immers aan mij voorbij. A sensible person had al eens onder de motorkap gekeken. Ik niet.

Toen viel de toerenteller uit. Geen zorg, denk je dan, ik hoor het wel als ik in overdrive zit.
Toen viel de radio uit. Minder gezellig. Het scherm er dan maar uitklikken en opbergen in het handschoenenvak. Tot ik eens in de garage raak.

Ik ben er vandaag geraakt.

Tientallen proppen van de binnenbekleding van de motorkap alom. Verdachte brokken alom. Kabeltjes alom. Stukgeknabbeld door muizen. Door muizen !
Vangelis gaat zich maandag op dit gevaarlijk kluwen werpen, beloofde hij. “Don’t drive to Heraklion” intussen.

Look out, poezelige luiwammesen. Mijn strooptocht wegens schuldig verzuim gaat morgen onverbiddelijk in.

De Rake Klap

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat Nele ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook. Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar meteen in zijn ban.

Schrijf misschien eens terug?” was zijn overbodige vraag. Dat deed Nele dan ook meteen. Nou, metéén… Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen. Mooipraters zàt op datingsites, hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit. 

Hij hield van de mensen. Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig. Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard. Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij. Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten. Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non. Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen. Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Nele had het even niet meer. Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd. Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel Nele voor zijn duidelijk overgewicht en andere sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl. Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen. Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.

Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend. Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.

Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Nele was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens“, schreef hij haar ’s nachts. “Hij voelde dat het kon. Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen“.

Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang“?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde Nele hem een weekendje samen voor. Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem. “Bedenk maar wat“.

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij de Erotische Verbeelding.

Het erotische verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet. Voorzichtig en discreet stuurde Nele hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag.

Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Nele heeft zijn zonovergoten kiek van haar bureaublad verwijderd. Zij had van hem nooit de hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op. Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje laten aansmeren. 

Nele opende ze niet meer.

Duivelszak is nooit vol

Grieken en inwijkelingen betalen meer dan 100 miljoen euro per maand aan de banken in de vorm van “vergoedingen” en “commissies” die de geldschieters in rekening brengen voor alle mogelijke soorten diensten.
Volgens gepubliceerde gegevens van de vier systeembanken (National, Piraeus, Eurobank en Alpha Bank) hebben zij hun klanten belast met “commissies” ten bedrage van ongeveer 700 miljoen euro in de eerste helft van 2019.

Dit nieuws viel niet in goede aarde bij de Eerste Minister, die zich zowat dubbel plooit om het betalen-met-kaart in alle hevigheid te promoten teneinde belastingsvlucht te ontmoedigen.

Kwatongen (die vindt men hier ook) beweren, dat de regering, in een poging om Griekse banken onder druk te zetten om de binnenkort geplande verhogingen voor diensten, die in het verleden gratis waren, in te trekken, blijkbaar besloten heeft een “oorlog” tegen de banken te beginnen door de bovengenoemde informatie te lekken …. In elk geval werden de bankbonzen voor een “gesprek” uitgenodigd.

De Zonderling

Heb je toevallig zo’n dagje waarop je sterk sociaal afwijkend gedrag vertoont en elk levend projectiel het liefst een muilpeer zou verkopen,
dan blijf je best weg uit de plaatselijke supermarkt.

Deze zaak is immers hét meeting point van de inwijkelingen. Het is dan ook de enige zaak die onze verwende allures tegemoet komt : ruim assortiment, pittige prijzen en alhier toch unieke van 8 tot 8 en 7 op 7 openingstijden.

Heb je een bekkie waar genetisch geen Griekse klanken uit rollen,
dan is er geen ontkomen aan. Je start met een proviandlijstje waar je
een halfuurtje voor hebt uitgetrokken, en je eindigt met die zwanzers steevast op een terrasje waar je na drie uren nog steeds pompend rondhangt.

Harvey is de enige man die aan deze vorm van sociale controle weet te ontsnappen. Elke morgen staat hij als eerste aan de toegangsdeur.

Een zonderling is hij. Zijn grijze baard reikt tot zijn navel, zijn uitdunnende haren in een vlecht tot halfweg zijn rug.
Steevast met de fiets, een uitgerafelde jeans tot boven zijn knieën en een witte singlet. Zijn verweerde huid is zo diep bruingebrand,
dat het lijkt alsof hij uit de tropen komt.

Knikken hoef je naar hem niet te doen, hij ziet je niet. Over zijn troebele ogen hangt een draperie van jarenlang intens, oeverloos verdriet. Op je “Hi, Harvey!” antwoordt hij niet. Elk woord is in eenzaamheid verstomd.

Het was ooit anders.

Harvey is een op en top Brit. Een man in bonis, hij bouwde voor zijn
gezinnetje het grootste witmarmeren paleis dat je hier in de wijde omtrek aan kan treffen. Loyaal omgeven door een staf personeel, bracht Harvey met vrouw en zoon er talloze verdiende en overgelukkige zomervakanties door.
En telkens verheugden zij zich reeds op het einde van hun te actieve loopbaan en het begin van hun passief oudedaggenieten.

Tot zijn vrouw die vreselijke winterse vooravond haar moeder voor het familiekerstfeest ophaalde, haar wagen over het onverwachte sneeuwtapijt heenslingerde en beiden tegen een boom uit het leven weggleden.
Hoewel nauwelijks vijftig, maakte Harvey ook een einde aan zijn leven, zijn “Britse” leven.
Hij verkocht al zijn bedrijven, voorzag hun inmiddels volwassen zoon in een ruim levensonderhoud, en vluchtte.

De oude huishoudster behield hij, de chauffeur, de tuinman, de schoonmaaksters gingen eruit. En al zijn vrienden.

Hij praatte nooit meer. Hij sloot zich op met zijn boeken en zijn muziek. Hij sloot zich af met dagelijks  gewroet in zijn park en zijn olijfgaarden.

Naar het jaarlijks zomerbezoek van zijn zoon echter keek hij telkens weer reikhalzend uit, in de trekken van zijn twee kleindochtertjes
vond hij die van zijn vrouw steeds scherper terug.

Hij belde rond de middag. “Hi Dad, wij zijn net met de ferry aangekomen, maar onze wagen is zopas achteraan geramd.
Maar geen erg hoor, iedereen fel geschrokken, maar ongedeerd. Niks onherstelbaars. Wij zijn er over een kwartiertje, Dad“.

De volgende ochtend werd zijn zoon echter niet meer wakker.

De volgende jaren kwamen ook zijn kleindochtertjes niet meer op bezoek.

Harvey’s ongehuwde zus, mijn lieve vriendin Stella, heeft toen haar united-kingdom verlaten om in haar broer’s nabijheid te blijven. Ook Harvey wordt een dagje ouder.
En een ongeluk is gauw gebeurd.

Oh My God!

Hier zijn net enkele regendruppels gevallen en de hele goegemeente slaat met woord en beeld in paniek. What’s up, folks?