Categorie: Struggling against Madness

Hoe zit het met je libido?

Aan de kathedraal hadden zij afgesproken, een voor de hand liggende locatie.

De man had immers net, en wel op gevorderde leeftijd, een cursus toeristische gids achter de kiezen. Met onderscheiding. En met evenveel voldoening, eindelijk, voor het eerst, na een introverte carrière in de plaatselijke bibliotheek. Een semi actieve loopbaan die al even geruisloos in zijn oppensioenstelling was gevloeid.


Hij was terecht fier op zijn prestatie. Geen twee op elkaar liggende slijkstenen uit de vroege of late Middeleeuwen, of hij kon er een heus verhaal om bouwen.


Ik zal je niet meer bellen” had hij gewaarschuwd. “Ik heb een vast toestel, en bellen naar een mobieltje is héél duur“.
Hij was West-Vlaming. En vrijgezel.


Om 14 uur zal ik er zijn. Ik breng een paraplu mee” had hij er accentloos aan toegevoegd.


Er stond een novembergure wind en het regende. Zij had haar nepbontjas aangetrokken, een tikkeltje vroeg  op het jaar, toegegeven, maar zij vond het zo BCBG staan.
Hij mocht vooral niet denken dat zij er zo eentje was dat enkel op zijn geld uit was.
Mannen worden op datingsites zo vaak opgelicht.


Zij bad kwiek doorstappend dat haar pas geföhnt kapsel in model zou blijven en waaide zowat naar hem toe. Wat bleekjes zag hij eruit, in zijn witrode ruitjeshemd met open kraag en kort vaalbruin JBC-blousonnetje. Zij greep spontaan de beide ritsen van zijn jasje. “Heb je het niet koud?” vroeg zij moederlijk. Hij was aangenaam verrast.


Het kon slechter, dacht ze, toen hij haar volgde op weg naar de afgesproken degustatieplaats. Bezorgd keek zij geregeld om.
Gefascineerd en hevig geëmotioneerd beschreef hij haar de gevels waarover hij zoveel had gelezen. Zij luisterde niet.
Hij heeft een zacht en teder gezicht, stelde zij zichzelf gerust. Lengte en figuur zitten ook wel snor. Iemand waarmee je je op straat kon vertonen.


Toen ze bij de Markt arriveerden, had het opgehouden met regenen. Er was weinig volk op de terrasjes; door een uitzonderlijk natte zomer hadden de middenstanders het massaal opgegeven hun afgeschreven terrasmeubeltjes nog ruim voor de winter binnen te halen.


Aan het meest troosteloze, lege terrasje, haalde hij haar in.
Hier gaan wij een koffie drinken“stelde hij voor. Zij vond het maar niks en ging op het natte ongemakkelijke stoeltje zitten.
Toen de koffies uiteindelijk door de onvriendelijke serveerster op het tafeltje werden geschoven,  hadden zij reeds wederzijds gegevens  over hun burgerlijke stand uitgewisseld.


Hij was nooit getrouwd geweest, hij had zijn Grote Liefde de rug toegekeerd toen hij besloot alsnog hogere studies aan te vatten. Daar had hij spijt van.
Een korte relatie achteraf had nauwelijks vier maanden geduurd.


Zij beperkte haar huwelijken veiligheidshalve tot één. Want daar had zij geen spijt van.


Hoe zit het met je libido“?
De vraag kaatste af op het kopje dat zij net naar haar mond bracht. Het bracht haar danig van haar stuk. Achteloos maakte zij de bovenste knopen van haar faux fur mantel los en schoof haar stoeltje wat dichter bij het zijne,  in een poging hem met haar blauwe blik gerust te stellen.


Hij was gerustgesteld en bestelde zich overmoedig een Leffe. “En voor haar nog een koffie” voegde hij ongevraagd aan zijn bestelling toe.


Het gevaar was geweken, het gesprek kabbelde voort.
Of hij haar al had verteld dat hij een cursus toeristische gids met onderscheiding had afgemaakt? Niet te onderschatten, het had hem moeite en tijd gekost. Maar daartegenover stond, dat hij thuis de verwarming uit kon zetten als hij naar de les was. En het bracht nog een centje op, dat gidsen, dat mocht nu, weet je, je mag bijverdienen als je op pensioen bent.


“Ik heb geen elitewagen, hoor”, vervolgde hij, na een sluikse blik op de pels.
“Een Nissan, sterk wagentje. Na de dood van mijn mamaatje gekocht. In 1993 was dat”.
“Maar je hebt wel een elitefiets” probeerde zij. Zij herinnerde zich zijn bericht over de hybride stadsfiets die hij zich onlangs had veroorloofd. Een Norta of zoiets?
Hij schaterde het uit.

Wat ben jij adrem, zeg“.”Ja hoor. Een noodzaak in een verkeerszwangere stad. Doe ik ook mijn boodschappen mee. Dat jij dat nog weet, zeg. Maar het was een dure aankoop, weet je“?


Zij wist dat. Alles wat hij vertelde, wist zij. En zij vroeg zich af, hoe laat het nu zou zijn.
Om halfvier veerde hij recht. Zijn glas was leeg, haar koffie koud.
Ik ga de rekening vragen. Wij delen dit toch he?
Verbluft, totaal ongelovig moet zij gekeken hebben.”Ja toch?”


Zij griste haar portemonnee uit haar handtas en legde die goed zichtbaar op het tafeltje. Hij schrok van haar haast en probeerde die met zijn elleboog terug in haar handtas te schuiven.”Wacht, wàcht even tot het meisje is langsgekomen“.

Zij wou hier niets van horen.
8,20 euro stond op het ticket dat hij aandachtig bestudeerde. Zij legde een 5 eurobiljet op het tafeltje en stond onmiddellijk op. Wààg het vooral niet me wat koperstukjes terug te geven, dacht zij. Hij maakte daar geen aanstalten toe.


Toen zij haar stoeltje netjes onder de tafel wilde schuiven, raakte haar hand ongewild de zijne aan. Hij verstijfde en keek haar ontzet aan. Zijn zacht en teder gezicht liep bloedrood aan. Hij deinsde verschrikt een pas achteruit en schudde verwoed met zijn hand, alsof er net een kom hete soep was overgegaan. Hij stamelde. “Dit is nog te vroeg” piepte hij.


Zou zij nu onbedaarlijk lachen? Zij lachte niet, leek onbewogen, maar keek hem vol medelijden aan. Hoe zit het met jouw libido? welde in haar op.
Zij begreep het ineens. Zij begreep zeer veel, zij het dan meestal iets te laat.


Ik ben met de trein gekomen” haastte hij zich te zeggen.”Ze durven enorm veel geld vragen voor de parkeergarages hier“. Zij knoopte haar nepjas volledig dicht, zweefde langsheen de tafeltjes en keek niet meer om.


Een week later liep een berichtje binnen. Hij had de kennismaking zo prettig gevonden. Een mooie verschijning was zij, dat moest hij haar nageven. Maar had iemand leren kennen uit zijn streek, dit wou hij een kans geven. En sorry, hij wou eerder bellen, maar bellen naar een mobieltje is zo duur. En al helemaal vanaf een vast toestel.


Zij was opgelucht.

 

Het Bedrog

(Deze blog verscheen reeds eerder. Ik herhaal deze ter nagedachtenis aan mijn inmiddels overleden vrienden Don en Roland, die erin slaagden van hun laatste levensjaren de gelukkigste te maken)

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn buurman, met wie ik samen Lidl-de. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Boobs (Un)Ltd.

Voor een vrouw die – zonder aanwijsbare verdienste – beschikt over een facebookpagina A en B, kan je niet genoeg op je hoede zijn.

Des te meer, als je very nosy scrollend verdacht veel commentaren mag aantreffen van mannen, die zich in niet mis te verstane bewoordingen heel dankbaar uitlaten over a wonderful night met haar.


Helemaal duidelijk wordt het je, als je nadien met enigszins verhoogde belangstelling door haar foto’s wandelt en vaststelt dat zij er boezemgewijs doorheen de jaren een flink stuk is op vooruitgegaan.


Van het schriele wicht, dat haar tietjes omzeggens met haarkrulspelden in de vorm moest leggen, ontpopte zij zich tot een monumentale vrouw  met een genereuze 38J.
Dat hier enige cosmetische interventie aan te pas is gekomen, mag duidelijk zijn. Nu ik een respectabele leeftijd heb bereikt, moet je me niet komen vertellen waar de tepel hangt.

Ooit was Petroula de socialite van dienst alhier. Op elk event, waar meer dan tien mensen samentroepten, was zij present. Zij gaf zichzelf uit voor de publisher van een glossy magazine, hoewel dit enkel het gewrocht van haar echtgenoot was en zij zich nooit op kantoor vertoonde, gezien haar bruisend nachtleven.

Bij elke uitgave werd de inkijk op haar boezem groter, op elk weliswaar professioneel kiekje kon je van de fratsen van een uitbundige en naarmate de nacht vorderde zwaar doorzakkende (dit laatste mag u wel letterlijk nemen) Petroula meegenieten.


Edoch, toen de crisis wild om zich heen en haar man naar de minder synthetische borsten van een medewerkster greep, was dit einde verhaal. Met haar man en zijn maîtresse, verdwenen ook het tijdschrift en de glamoureuze voordelen waaraan zij zo gretig haar status ontleende.

Ik schrok toen ik haar voor het eerst ontmoette. Grom had al eens eerder een koffietje met haar gedronken, zo bleek. Vermoedelijk vond hij het toen verkieslijker, na eenzelfde blik op haar foto’s, mij niet ongerust te maken.


“This is Darling”, stelt hij mij voor en slikt het epitheton “my partner”, dat er normaliter op volgt, net op tijd in. Aan de verachting in de blik die ik hem toewerp, wordt het hem duidelijk dat hij binnenskamers hiervoor zal bloeden.


Petroula heeft zich voor de gelegenheid (zij heeft Grom “for a coffee with me” uitgenodigd voor een “waanzinnig” zakenvoorstel) in zwart leder gestoken.

Kniehoge laklederen laarzen met killer heels, té kort ledergerokt ook, ik zie de rivierenkaart van België op haar dijen. Ik duizel ook van haar décolleté, ik had er geen benul van dat zo’n minuscule shirtjes in de handel verkrijgbaar waren.

Zij is nog slechts een schim van de diva die zij ooit was. Zij davert van de zenuwen, zweet als een paard en brengt amechtig hijgend totaal onsamenhangende klanken uit.

Na de tweede koffie en Grom’s herhaalde en niet-beantwoorde vragen “what is this proposal about, Petroula?”, “can you tell me some more…”, wil zij weg. Naar een andere gelegenheid, want daar is iemand die ons het fijne van haar voorstel zal uitleggen.

Ik betaal de koffies.

Aan het andere eind van de stad aangekomen, plant zij ons neer in een duister zaaltje achter de bar. Wij wachten op die iemand en bestellen koffie.

Zij installeert nog steeds zwaar ademend een laptop, die wij verder niet meer nodig hebben. Vertelt ons inmiddels dat zij nu in de armoedige wijk rond Knossos woont en al haar verplaatsingen met de bus moet doen.

Grom probeert tevergeefs nog maar eens tot de kern van de zaak te komen. “We have another appointment at 4 o’clock, Petroula, maybe you might want …”  
De atmosfeer is beangstigend. Ik krijg plots visioenen van een “Populair-Koppel-Op-Kreta-Ontvoerd”-Breaking News, Grom schuifelt al even ongemakkelijk op zijn stoel.
Een jongeman stapt binnen, gehuld in de onmiskenbare nevelen van young entrepreneurship. Installeert zijn tablet op ons tafeltje, vraagt om een koffie en leidt ons binnen in de verderfelijke wereld van een zoveelste piramideconstructie, die de radeloze Grieken een zilvergrijze BMW en levenslange vakanties in de hongerige maag splitst.

Naar goede gewoonte, poneert Grom dat wij op dit moment echter onze volle aandacht bij een ander project hebben. Ik vraag Petroula of wij haar een lift naar huis kunnen aanbieden. Het hoeft niet.

Ik betaal de koffies.

De Man met een Plan

Ano Hersonissos

There’s nowhere to eat” mompelt Grom humeurig als wij het authentieke, gezellige dorpspleintje oprijden. Ik hou van de intieme verlatenheid van dit kleine plein in de winter, zo helemaal anders dan wanneer het door vakantiegangers overrompeld wordt.

Ik antwoord vlug dat wij vast wel een taverne zullen open vinden, een beetje geërgerd door de vaststelling, dat Grom, sinds hij het roken heeft opgegeven, de ene verslaving door een andere heeft vervangen.

Het is stipt 10 uur in de ochtend en hij heeft nauwelijks twee uur geleden “volgens planning” zijn continental breakfast op bed gekregen, op de lichtblauwe schaaltjes, want bij de pink ones slaan zijn functies tilt en bovendien is pink for girls.

Geheel “volgens planning” bezoeken wij vanmorgen de dierenleed-verzachters-bazaar nummer zoveel, georganiseerd door de Britse Bitches, die stuk voor stuk de duidelijke keuze hebben gemaakt, de fles en de betreurenswaardige viervoeters boven hun better halves te plaatsen.

Dat Grom op komst is, is als een lopend vuurtje door de bazaar gegaan. Met opgezwollen, rood aangelopen, make-up free gezicht verdringen zij elkaar om Grom de hand te drukken.

Ik zie de onmiskenbare tegenzin en wanhoop in zijn ogen als de Bitches perse met “Mister B” op de foto willen. En de afkeer als zij hem met voor de hand liggend gemak aan de bar uitnodigen en hij bemerkt hoe smerig die erbij ligt.

I’m not having a coffee here, honey” fluistert hij mij toe, smekend bijna, nu hij (terecht) vreest dat ik hier nog minstens een half uur zal rondhangen om links en rechts een praatje te slaan en de kraampjes te bezoeken.

Wij vinden een schamele taverne, die wat voedsel belooft. Er is geen kat, een vrouwtje zit in haar aftandse jas tegen een houtkacheltje aangekleefd. Aan de muurschilderingen te zien, heeft zij haar diploma behaald aan de University of Hard Knocks.

Kip kunnen we krijgen, pork en beef ook. Eerst maar wat hapjes, raadt zij aan, want het vlees is nog diepgevroren. Grom is nu ontspannen, de olijven, aubergines en hummus, en het vooruitzicht op nog meer en steviger kost, verzachten al in ruime mate wat hij noemt “the attack of those vicious women”.

We’re going“, besluit hij, als hij zijn nagerecht naar binnen heeft gespeeld. Want, geheel “volgens plan”, is het nu tijd voor zijn nap.

No, we’re not, I’m having my raki first”. Want hoe kan je nu het glaasje na de maaltijd weigeren dat het kouwelijke besje zo genereus hors saison aanbiedt?

Ik steek nonchalant een sigaret op en neem mij voor, het flesje gezapig tot op de bodem leeg te drinken. Geheel volgens mijn plan.

Etcetera op Zaterdag

In het dorp zijn er geen kleine kindertjes meer, die voor wat zakgeld en snoep aan je deur komen zingen, maar gelukkig is er nog een generatie die persoonlijk haar nieuwjaarswensen komt aanbieden.
Deze nieuwbakken generatie houdt haar kont liever warm.
Voor nog een andere generatie valt het moeilijk te verteren, dat zij ook dit jaar geen muntje in de vasilopita gevonden heeft.
Het weer maakt gekke sprongen.
Een heftig stormende zee spuwt stenen en afval het wegdek op.
Een wegdek, dat op zijn beurt brokken maakt.
Je kan dus maar beter uitkijken waar je rijdt.
Of omhoog kijken (foto van Dimitris Papadogiorgakis in Chania)
Je gunt de mindervalide medemens toch ook een parkeerplaats.
Maar eigenlijk sta je toch liever aan je voordeur geparkeerd.
Want je bent solidair met de buren.

Verworpen Voorstel

Ik heb vanmorgen – met opzet – mijn haar niet gewassen.

Grom en ik zijn op weg naar de hoofdstad. Het is een stralende dag vandaag, er liggen zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

Grom zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, honey” zegt.

Agnes hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Grom! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Grom, steeds in voor een watdanook voorstel, hapte meteen toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Agnes is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull. Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo en iemand zal hiervoor boeten.

Agnes vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Grijpt met beide handen Grom’s hoofd, waar zij een bijna strafbare hoeveelheid glitterlipstick op nalaat.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

Almighty Agnes heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt. Dat vertelt zij uitgebreid aan Grom, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen. “See what I mean, Grom?”

Grom laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Agnes staren.

How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk. Daar komen wij namelijk net van terug.

Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities.
You might consider starting your new business there”.

De kat op het koord

(Waarschuwing : Emotionele Poezenliefhebbers slaan dit over)


Vangelis, mijn garagist in Sitia, is een uiterst voorzichtig man.
Als hij met aandrang fronsend zegt “don’t drive to Heraklion, just drive around Sitia” (dit moet zowat de enige zin zijn die hij in het Engels kent, speciaal aangeleerd met mij in gedachten), dan luister ik naar hem en zal je mij dus geen urenlang bochtenwerk in de bergen zien ondernemen.

Want als Vangelis dit zegt, dan is er stront aan de knikker. In dit geval, aan mijn karretje.

De man doet zijn werk grondig. Wat niet kan gezegd worden van de twaalf dozijn katten die mijn lieflijke heuveltop paringsgewijs overbevolken en overbelasten.

Het probleem van de productieve zwerfkatten (en -honden) in Kreta is genoegzaam bekend, ik ga hierover mijn duit niet in het zakje doen. Niet dat ik daar geen eigen oordeel over heb, maar omdat ik me danig en dagelijks oefen in het niet-meer-zonodig-een-eigen-oordeel-over-iets-te-moeten-hebben. Laat staan dit ook te ventileren.

Naast het met hoogst irritante klanken en met een driftige regelmaat bezegelen van hun voortbestaan en het werpen van verdere nesten ongewensts, worden katten ook verondersteld op muizen te jagen. Wat zij dus vertikken.

Ik heb dan ook besloten geen vaart meer te minderen als ik mijn helling kom opgevlogen en zij in formaties van acht midden op de baan liggen te verteren wat zij uit de vuilniscontainers hebben opgediept.

Want het is mij om die verrekte muizen te doen.

Het was mij al eventjes opgevallen dat ik bij het schakelen telkens een pikzwart rookgordijn achter mij aan zag bengelen. De olie, denk je dan. Kan niet, denk je dan, die is pas ververst en hoeft slechts om de zes maanden of om de 5000 km opnieuw. Althans, volgens Vangelis, zulke banaliteiten gaan immers aan mij voorbij. A sensible person had al eens onder de motorkap gekeken. Ik niet.

Toen viel de toerenteller uit. Geen zorg, denk je dan, ik hoor het wel als ik in overdrive zit.
Toen viel de radio uit. Minder gezellig. Het scherm er dan maar uitklikken en opbergen in het handschoenenvak. Tot ik eens in de garage raak.

Ik ben er vandaag geraakt.

Tientallen proppen van de binnenbekleding van de motorkap alom. Verdachte brokken alom. Kabeltjes alom. Stukgeknabbeld door muizen. Door muizen !
Vangelis gaat zich maandag op dit gevaarlijk kluwen werpen, beloofde hij. “Don’t drive to Heraklion” intussen.

Look out, poezelige luiwammesen. Mijn strooptocht wegens schuldig verzuim gaat morgen onverbiddelijk in.

De Rake Klap

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat Nele ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook. Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar meteen in zijn ban.

Schrijf misschien eens terug?” was zijn overbodige vraag. Dat deed Nele dan ook meteen. Nou, metéén… Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen. Mooipraters zàt op datingsites, hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit. 

Hij hield van de mensen. Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig. Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard. Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij. Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten. Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non. Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen. Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Nele had het even niet meer. Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd. Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel Nele voor zijn duidelijk overgewicht en andere sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl. Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen. Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.

Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend. Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.

Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Nele was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens“, schreef hij haar ’s nachts. “Hij voelde dat het kon. Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen“.

Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang“?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde Nele hem een weekendje samen voor. Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem. “Bedenk maar wat“.

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij de Erotische Verbeelding.

Het erotische verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet. Voorzichtig en discreet stuurde Nele hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag.

Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Nele heeft zijn zonovergoten kiek van haar bureaublad verwijderd. Zij had van hem nooit de hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op. Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje laten aansmeren. 

Nele opende ze niet meer.

Duivelszak is nooit vol

Grieken en inwijkelingen betalen meer dan 100 miljoen euro per maand aan de banken in de vorm van “vergoedingen” en “commissies” die de geldschieters in rekening brengen voor alle mogelijke soorten diensten.
Volgens gepubliceerde gegevens van de vier systeembanken (National, Piraeus, Eurobank en Alpha Bank) hebben zij hun klanten belast met “commissies” ten bedrage van ongeveer 700 miljoen euro in de eerste helft van 2019.

Dit nieuws viel niet in goede aarde bij de Eerste Minister, die zich zowat dubbel plooit om het betalen-met-kaart in alle hevigheid te promoten teneinde belastingsvlucht te ontmoedigen.

Kwatongen (die vindt men hier ook) beweren, dat de regering, in een poging om Griekse banken onder druk te zetten om de binnenkort geplande verhogingen voor diensten, die in het verleden gratis waren, in te trekken, blijkbaar besloten heeft een “oorlog” tegen de banken te beginnen door de bovengenoemde informatie te lekken …. In elk geval werden de bankbonzen voor een “gesprek” uitgenodigd.

De Zonderling

Heb je toevallig zo’n dagje waarop je sterk sociaal afwijkend gedrag vertoont en elk levend projectiel het liefst een muilpeer zou verkopen,
dan blijf je best weg uit de plaatselijke supermarkt.

Deze zaak is immers hét meeting point van de inwijkelingen. Het is dan ook de enige zaak die onze verwende allures tegemoet komt : ruim assortiment, pittige prijzen en alhier toch unieke van 8 tot 8 en 7 op 7 openingstijden.

Heb je een bekkie waar genetisch geen Griekse klanken uit rollen,
dan is er geen ontkomen aan. Je start met een proviandlijstje waar je
een halfuurtje voor hebt uitgetrokken, en je eindigt met die zwanzers steevast op een terrasje waar je na drie uren nog steeds pompend rondhangt.

Harvey is de enige man die aan deze vorm van sociale controle weet te ontsnappen. Elke morgen staat hij als eerste aan de toegangsdeur.

Een zonderling is hij. Zijn grijze baard reikt tot zijn navel, zijn uitdunnende haren in een vlecht tot halfweg zijn rug.
Steevast met de fiets, een uitgerafelde jeans tot boven zijn knieën en een witte singlet. Zijn verweerde huid is zo diep bruingebrand,
dat het lijkt alsof hij uit de tropen komt.

Knikken hoef je naar hem niet te doen, hij ziet je niet. Over zijn troebele ogen hangt een draperie van jarenlang intens, oeverloos verdriet. Op je “Hi, Harvey!” antwoordt hij niet. Elk woord is in eenzaamheid verstomd.

Het was ooit anders.

Harvey is een op en top Brit. Een man in bonis, hij bouwde voor zijn
gezinnetje het grootste witmarmeren paleis dat je hier in de wijde omtrek aan kan treffen. Loyaal omgeven door een staf personeel, bracht Harvey met vrouw en zoon er talloze verdiende en overgelukkige zomervakanties door.
En telkens verheugden zij zich reeds op het einde van hun te actieve loopbaan en het begin van hun passief oudedaggenieten.

Tot zijn vrouw die vreselijke winterse vooravond haar moeder voor het familiekerstfeest ophaalde, haar wagen over het onverwachte sneeuwtapijt heenslingerde en beiden tegen een boom uit het leven weggleden.
Hoewel nauwelijks vijftig, maakte Harvey ook een einde aan zijn leven, zijn “Britse” leven.
Hij verkocht al zijn bedrijven, voorzag hun inmiddels volwassen zoon in een ruim levensonderhoud, en vluchtte.

De oude huishoudster behield hij, de chauffeur, de tuinman, de schoonmaaksters gingen eruit. En al zijn vrienden.

Hij praatte nooit meer. Hij sloot zich op met zijn boeken en zijn muziek. Hij sloot zich af met dagelijks  gewroet in zijn park en zijn olijfgaarden.

Naar het jaarlijks zomerbezoek van zijn zoon echter keek hij telkens weer reikhalzend uit, in de trekken van zijn twee kleindochtertjes
vond hij die van zijn vrouw steeds scherper terug.

Hij belde rond de middag. “Hi Dad, wij zijn net met de ferry aangekomen, maar onze wagen is zopas achteraan geramd.
Maar geen erg hoor, iedereen fel geschrokken, maar ongedeerd. Niks onherstelbaars. Wij zijn er over een kwartiertje, Dad“.

De volgende ochtend werd zijn zoon echter niet meer wakker.

De volgende jaren kwamen ook zijn kleindochtertjes niet meer op bezoek.

Harvey’s ongehuwde zus, mijn lieve vriendin Stella, heeft toen haar united-kingdom verlaten om in haar broer’s nabijheid te blijven. Ook Harvey wordt een dagje ouder.
En een ongeluk is gauw gebeurd.

Oh My God!

Hier zijn net enkele regendruppels gevallen en de hele goegemeente slaat met woord en beeld in paniek. What’s up, folks?

“Rosy Cheeks” Rosie

Rosie had zwaar ingezet op de hoornen komboloi en het juwelensetje die ik op de veilingsite ten voordele van het plaatselijk hondenasiel had geplaatst.
En had die gewonnen.

Met een frons om de neus had ik haar dan ook uitgenodigd om de nu wel kostbare spulletjes op een terrasje in het centrum in ontvangst te nemen. Frons, omdat ik mij glashelder onze eerste ontmoeting herinnerde, waar Rosie vakkundig opgetut en onder invloed verscheen, in de vaste overtuiging dat Grom nog een happy-go-lucky vrijgezel was, of althans by no means gehinderd door enige commitment whatsoever. Volkomen aandoenlijk allemaal.

Zij reageerde meteen. “Saturday morning, right? Is Grom coming with you?”
Ja, hij zou langskomen, wellicht iets later, beloofde ik.
Dat hij elk voorstelbaar excuus had opgediept om onder de afspraak uit te komen, zeg je als weldenkend mens toch niet?

Ik schrok me de pleuris als ik haar op het bankje bij de fontein zag zitten. Rosie?
De vrouw die vorig jaar haar comfortabele job voortijdig was uitgevlucht om eindelijk permanent te kunnen genieten van haar zonovergoten huisje tussen de wijnranken?
De vrouw die eveneens de zoete verleiding van de fles niet had weerstaan en deze eenzame, stille moordenaar als minnaar had genomen?

Met rozige wangen nipte zij aan haar tweede glas wijn, terwijl zij onafgebroken vertelde hoe welstellend zij wel was. Zo en zoveel op de bank in Engeland, zo en zoveel hier op de bank, zo en zoveel geschonken door haar ouders die hun riante huis in Londen hadden verkocht, zo en zoveel nog te verwachten ook. I’m lucky, you know.

Niet in de mogelijkheid het gesprek een andere wending te geven, concentreerde ik me op de grauwe kleur van haar onopgemaakt gezicht, haar lege ogen, haar doffe haren, haar vormeloze, oude groene trui. Haar afgeschilferde goudkleurige nagellak met een vuil randje.
Zoekend naar iets dat mij van haar huge amount of luck kon overtuigen.

Zij zag als eerste Grom het terras opwandelen.
“Hi Rosie, long time no see. How are you?”
“I’m fine, Grom. I’m a millionaire’s daughter”.

Arme vrouw.

Overgeslagen Generatie

Het aantal verkeersdoden in Kreta neemt angstwekkend toe. Dit jaar liep het aantal reeds op tot 47, een toename met 50% in vergelijking tot vorig jaar. De helft van de doden is jonger dan 35.

Uit een politierapport blijkt, dat Europa in 2018 gemiddeld 54 verkeersdoden per miljoen mensen telde, Griekenland 68.

Met 620.000 Kretenzers en reeds 47 verkeersdoden dit jaar, zullen wij hoogstwaarschijnlijk een score van 100 doden per miljoen bereiken.
De belangrijkste doodsoorzaken zijn overmoed, alcohol en drugs. Onder de verkeersdoden vallen nauwelijks toeristen, die houden zich doorgaans aan de verkeersregels.

De roep om veiligere en betere wegen, handhaving van de verkeerswetgeving en meer controles door de politie en de autoriteiten wordt steeds luider.

In de afgelopen 50 jaar, vonden 120.000 mensen de dood op de Griekse wegen, 350.000 hielden aan een verkeersongeval een blijvende handicap over en meer dan 2 miljoen mensen werden gewond. Een hele generatie werd aldus op dramatische wijze overgeslagen.


The French Connection

Het kan niet anders of Grom’s familie laat zowat in elk werelddeel een onuitwisbaar voetspoor achter. Stel je dan ook Grom’s immense joy voor, toen zijn neef meldde, het mondaine Parijs even achter zich te laten en, met zijn gezin, een vakantie te boeken in Zuid-Kreta om er eindelijk – na 17 jaar – zijn oncle préféré nogmaals in de armen te sluiten.

Het is een beproefd scenario. De Man-met-een-Plan gaat na dit nieuws meteen aan de slag, boekt voor ons een flatje in het Zuiden (je kan toch niet verwachten dat die mensen die hele afstand tot ons lusteloos dorp in een snikhete wagen afleggen?), zoekt internetsgewijs naar de betere eethuisjes in de wijde omtrek (je kan toch niet verwachten dat die mensen denken dat er niets beters te bikken valt dan souvlaki en pita gyros?), en stelt een lijstje op van de must-see’s rond hun vakantieresort (je kan toch niet verwachten dat die mensen een godganse dag in de zee liggen te verrimpelen?).

Ik zag de bui al hangen, zweeg als vermoord en voorzag me van een heftige misdaadroman, waarin het ene lijk nog niet aan rigor mortis toe is als er al een ander bovenop ligt.

Een paar dagen voor ons vertrek mailt Le Neveu & Co. dat zij aangekomen zijn en dat het toch wel fijn zou zijn Mon Oncle reeds halfweg (te weten Agios Nikolaos) even te ontmoeten. Dit is niet meteen een voor de hand liggend voorstel voor Grom, die zware ademhalingsproblemen heeft en zich maar moeizaam verplaatst. Maar voor je familie heb je iets over. Grom plant koffie in Cafe du Lac en een visfestijn bij Pelagos in.

Het weerzien was een succes zonder weerga. Het is een totaal afgepeigerde, maar zielsgelukkige Grom die in de vooravond in huis valt, zijn puffers in de aanslag, zich al verheugend in een nieuwe ontmoeting een paar dagen later.

Het mocht niet zijn. Zoals verwacht – en terecht – had de familie andere activiteiten gepland; de kinderen verkozen de dag met hun nieuwe vriendjes aan zee door te brengen, moeder zou de winkelstraten afschuimen op zoek naar koopjes en vader zou wat in de schaduw chillen, een paar koele Mythos-biertjes binnen handbereik.

Dit viel niet in goede aarde bij Grom, die sikkeneurig zijn ontgoocheling luchtte, terwijl ik in opperste gelukzaligheid op het terras, drankje en snoepje bij de hand, omhuld door het gezinder van honderden tzitzikia (slapen die beesten wel eens?) probeerde gelijke tred te houden met de opgehoopte lijken uit mijn boek. Not a worry in the world.

Grom’s bokkigheid verdween snel, wij besloten na een paar dagen onze tenten op te slaan in het Oosten, waar de Wijzen verbleven, in casu mijn zoon en zijn gezin. Verrukking!

Over een paar weken komt Grom’s “kleine” zus vakantie houden aan onze kust. Geen hap voor de Man-met-een-Plan ditmaal, zij heeft haar lijstje met desiderata alvast doorgemaild. It runs in the family.

Het droeve leven van Lemonia III

Trouwe volgelingen van mijn gekrabbel zullen zich ongetwijfeld de haat-liefdeverhouding, die ik met mijn weerbarstige Lemonia heb, herinneren.

De totebel presteerde het, mijn (nochtans oeverloos) geduld en gepopel te weerstaan en gunde mij verder geen enkele nakomeling meer. Zij tekende hiermede haar doodvonnis.

Met niet minder dan misplaatste fierheid kondigde Grom immers aan, dat hij een nieuwe gardener had gevonden, die alle gewas in en op onze patio eens deskundig onder handen zou nemen, lees : uitroeien. Aggelos heette de nieuwe engel, die meteen kwam aanrukken met een lichte vrachtwagen nieuwe planten, een lading keramieken potten en hopen tuinaarde, van het soort waar je zelfs met een klopboormachine geen litertje water doorheen krijgt. En o ja, met een nieuwe Lemonia, nummer 3 dus.

Met een beroepsernst, bij mijn weten enkel op Kreta te bespeuren (wat mij bijgevolg nog wantrouwiger maakte), verzekerde Aggelos ons, dat wij over dit citroenenboompje over afzienbare tijd enkel lof zouden uitbazuinen. Meer zelfs, dit unieke exemplaar zou ons tweemaal per jaar voorzien van tonnen citroenen.

Niks van dit alles. Helemaal ongevoelig bleef ook dit mispunt voor mijn stille hoop. Groeien deed zij wel, opende bij tijd en wijle zelfs een paar schuchtere witte bloemetjes, gegeneerd als zij (vermoedelijk) was door mijn niet-aflatende goede zorgen, fikse aansporingen en liefdevolle aanrakingen.

Ik besloot haar verder geen blik meer te gunnen. En zie, plots hangt daar zoiets als een prille citroen tussen de bladeren. Eentje. Twee centimeter troostprijs.

Het kan mij geen barst meer schelen. En dat geldt zowaar eveneens voor Lemonia III. Zij heeft immers uit represaille haar meest vervaarlijke stekels opgezet.