Categorie: Struggling against Madness

De Rake Klap

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat Nele ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook. Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar meteen in zijn ban.

Schrijf misschien eens terug?” was zijn overbodige vraag. Dat deed Nele dan ook meteen. Nou, metéén… Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen. Mooipraters zàt op datingsites, hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit. 

Hij hield van de mensen. Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig. Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard. Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij. Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten. Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non. Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen. Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Nele had het even niet meer. Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd. Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel Nele voor zijn duidelijk overgewicht en andere sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl. Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen. Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.

Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend. Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.

Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Nele was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens“, schreef hij haar ’s nachts. “Hij voelde dat het kon. Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen“.

Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang“?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde Nele hem een weekendje samen voor. Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem. “Bedenk maar wat“.

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij de Erotische Verbeelding.

Het erotische verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet. Voorzichtig en discreet stuurde Nele hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag.

Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Nele heeft zijn zonovergoten kiek van haar bureaublad verwijderd. Zij had van hem nooit de hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op. Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje laten aansmeren. 

Nele opende ze niet meer.

Duivelszak is nooit vol

Grieken en inwijkelingen betalen meer dan 100 miljoen euro per maand aan de banken in de vorm van “vergoedingen” en “commissies” die de geldschieters in rekening brengen voor alle mogelijke soorten diensten.
Volgens gepubliceerde gegevens van de vier systeembanken (National, Piraeus, Eurobank en Alpha Bank) hebben zij hun klanten belast met “commissies” ten bedrage van ongeveer 700 miljoen euro in de eerste helft van 2019.

Dit nieuws viel niet in goede aarde bij de Eerste Minister, die zich zowat dubbel plooit om het betalen-met-kaart in alle hevigheid te promoten teneinde belastingsvlucht te ontmoedigen.

Kwatongen (die vindt men hier ook) beweren, dat de regering, in een poging om Griekse banken onder druk te zetten om de binnenkort geplande verhogingen voor diensten, die in het verleden gratis waren, in te trekken, blijkbaar besloten heeft een “oorlog” tegen de banken te beginnen door de bovengenoemde informatie te lekken …. In elk geval werden de bankbonzen voor een “gesprek” uitgenodigd.

De Zonderling

Heb je toevallig zo’n dagje waarop je sterk sociaal afwijkend gedrag vertoont en elk levend projectiel het liefst een muilpeer zou verkopen,
dan blijf je best weg uit de plaatselijke supermarkt.

Deze zaak is immers hét meeting point van de inwijkelingen. Het is dan ook de enige zaak die onze verwende allures tegemoet komt : ruim assortiment, pittige prijzen en alhier toch unieke van 8 tot 8 en 7 op 7 openingstijden.

Heb je een bekkie waar genetisch geen Griekse klanken uit rollen,
dan is er geen ontkomen aan. Je start met een proviandlijstje waar je
een halfuurtje voor hebt uitgetrokken, en je eindigt met die zwanzers steevast op een terrasje waar je na drie uren nog steeds pompend rondhangt.

Harvey is de enige man die aan deze vorm van sociale controle weet te ontsnappen. Elke morgen staat hij als eerste aan de toegangsdeur.

Een zonderling is hij. Zijn grijze baard reikt tot zijn navel, zijn uitdunnende haren in een vlecht tot halfweg zijn rug.
Steevast met de fiets, een uitgerafelde jeans tot boven zijn knieën en een witte singlet. Zijn verweerde huid is zo diep bruingebrand,
dat het lijkt alsof hij uit de tropen komt.

Knikken hoef je naar hem niet te doen, hij ziet je niet. Over zijn troebele ogen hangt een draperie van jarenlang intens, oeverloos verdriet. Op je “Hi, Harvey!” antwoordt hij niet. Elk woord is in eenzaamheid verstomd.

Het was ooit anders.

Harvey is een op en top Brit. Een man in bonis, hij bouwde voor zijn
gezinnetje het grootste witmarmeren paleis dat je hier in de wijde omtrek aan kan treffen. Loyaal omgeven door een staf personeel, bracht Harvey met vrouw en zoon er talloze verdiende en overgelukkige zomervakanties door.
En telkens verheugden zij zich reeds op het einde van hun te actieve loopbaan en het begin van hun passief oudedaggenieten.

Tot zijn vrouw die vreselijke winterse vooravond haar moeder voor het familiekerstfeest ophaalde, haar wagen over het onverwachte sneeuwtapijt heenslingerde en beiden tegen een boom uit het leven weggleden.
Hoewel nauwelijks vijftig, maakte Harvey ook een einde aan zijn leven, zijn “Britse” leven.
Hij verkocht al zijn bedrijven, voorzag hun inmiddels volwassen zoon in een ruim levensonderhoud, en vluchtte.

De oude huishoudster behield hij, de chauffeur, de tuinman, de schoonmaaksters gingen eruit. En al zijn vrienden.

Hij praatte nooit meer. Hij sloot zich op met zijn boeken en zijn muziek. Hij sloot zich af met dagelijks  gewroet in zijn park en zijn olijfgaarden.

Naar het jaarlijks zomerbezoek van zijn zoon echter keek hij telkens weer reikhalzend uit, in de trekken van zijn twee kleindochtertjes
vond hij die van zijn vrouw steeds scherper terug.

Hij belde rond de middag. “Hi Dad, wij zijn net met de ferry aangekomen, maar onze wagen is zopas achteraan geramd.
Maar geen erg hoor, iedereen fel geschrokken, maar ongedeerd. Niks onherstelbaars. Wij zijn er over een kwartiertje, Dad“.

De volgende ochtend werd zijn zoon echter niet meer wakker.

De volgende jaren kwamen ook zijn kleindochtertjes niet meer op bezoek.

Harvey’s ongehuwde zus, mijn lieve vriendin Stella, heeft toen haar united-kingdom verlaten om in haar broer’s nabijheid te blijven. Ook Harvey wordt een dagje ouder.
En een ongeluk is gauw gebeurd.

Oh My God!

Hier zijn net enkele regendruppels gevallen en de hele goegemeente slaat met woord en beeld in paniek. What’s up, folks?

“Rosy Cheeks” Rosie

Rosie had zwaar ingezet op de hoornen komboloi en het juwelensetje die ik op de veilingsite ten voordele van het plaatselijk hondenasiel had geplaatst.
En had die gewonnen.

Met een frons om de neus had ik haar dan ook uitgenodigd om de nu wel kostbare spulletjes op een terrasje in het centrum in ontvangst te nemen. Frons, omdat ik mij glashelder onze eerste ontmoeting herinnerde, waar Rosie vakkundig opgetut en onder invloed verscheen, in de vaste overtuiging dat Grom nog een happy-go-lucky vrijgezel was, of althans by no means gehinderd door enige commitment whatsoever. Volkomen aandoenlijk allemaal.

Zij reageerde meteen. “Saturday morning, right? Is Grom coming with you?”
Ja, hij zou langskomen, wellicht iets later, beloofde ik.
Dat hij elk voorstelbaar excuus had opgediept om onder de afspraak uit te komen, zeg je als weldenkend mens toch niet?

Ik schrok me de pleuris als ik haar op het bankje bij de fontein zag zitten. Rosie?
De vrouw die vorig jaar haar comfortabele job voortijdig was uitgevlucht om eindelijk permanent te kunnen genieten van haar zonovergoten huisje tussen de wijnranken?
De vrouw die eveneens de zoete verleiding van de fles niet had weerstaan en deze eenzame, stille moordenaar als minnaar had genomen?

Met rozige wangen nipte zij aan haar tweede glas wijn, terwijl zij onafgebroken vertelde hoe welstellend zij wel was. Zo en zoveel op de bank in Engeland, zo en zoveel hier op de bank, zo en zoveel geschonken door haar ouders die hun riante huis in Londen hadden verkocht, zo en zoveel nog te verwachten ook. I’m lucky, you know.

Niet in de mogelijkheid het gesprek een andere wending te geven, concentreerde ik me op de grauwe kleur van haar onopgemaakt gezicht, haar lege ogen, haar doffe haren, haar vormeloze, oude groene trui. Haar afgeschilferde goudkleurige nagellak met een vuil randje.
Zoekend naar iets dat mij van haar huge amount of luck kon overtuigen.

Zij zag als eerste Grom het terras opwandelen.
“Hi Rosie, long time no see. How are you?”
“I’m fine, Grom. I’m a millionaire’s daughter”.

Arme vrouw.

Overgeslagen Generatie

Het aantal verkeersdoden in Kreta neemt angstwekkend toe. Dit jaar liep het aantal reeds op tot 47, een toename met 50% in vergelijking tot vorig jaar. De helft van de doden is jonger dan 35.

Uit een politierapport blijkt, dat Europa in 2018 gemiddeld 54 verkeersdoden per miljoen mensen telde, Griekenland 68.

Met 620.000 Kretenzers en reeds 47 verkeersdoden dit jaar, zullen wij hoogstwaarschijnlijk een score van 100 doden per miljoen bereiken.
De belangrijkste doodsoorzaken zijn overmoed, alcohol en drugs. Onder de verkeersdoden vallen nauwelijks toeristen, die houden zich doorgaans aan de verkeersregels.

De roep om veiligere en betere wegen, handhaving van de verkeerswetgeving en meer controles door de politie en de autoriteiten wordt steeds luider.

In de afgelopen 50 jaar, vonden 120.000 mensen de dood op de Griekse wegen, 350.000 hielden aan een verkeersongeval een blijvende handicap over en meer dan 2 miljoen mensen werden gewond. Een hele generatie werd aldus op dramatische wijze overgeslagen.


The French Connection

Het kan niet anders of Grom’s familie laat zowat in elk werelddeel een onuitwisbaar voetspoor achter. Stel je dan ook Grom’s immense joy voor, toen zijn neef meldde, het mondaine Parijs even achter zich te laten en, met zijn gezin, een vakantie te boeken in Zuid-Kreta om er eindelijk – na 17 jaar – zijn oncle préféré nogmaals in de armen te sluiten.

Het is een beproefd scenario. De Man-met-een-Plan gaat na dit nieuws meteen aan de slag, boekt voor ons een flatje in het Zuiden (je kan toch niet verwachten dat die mensen die hele afstand tot ons lusteloos dorp in een snikhete wagen afleggen?), zoekt internetsgewijs naar de betere eethuisjes in de wijde omtrek (je kan toch niet verwachten dat die mensen denken dat er niets beters te bikken valt dan souvlaki en pita gyros?), en stelt een lijstje op van de must-see’s rond hun vakantieresort (je kan toch niet verwachten dat die mensen een godganse dag in de zee liggen te verrimpelen?).

Ik zag de bui al hangen, zweeg als vermoord en voorzag me van een heftige misdaadroman, waarin het ene lijk nog niet aan rigor mortis toe is als er al een ander bovenop ligt.

Een paar dagen voor ons vertrek mailt Le Neveu & Co. dat zij aangekomen zijn en dat het toch wel fijn zou zijn Mon Oncle reeds halfweg (te weten Agios Nikolaos) even te ontmoeten. Dit is niet meteen een voor de hand liggend voorstel voor Grom, die zware ademhalingsproblemen heeft en zich maar moeizaam verplaatst. Maar voor je familie heb je iets over. Grom plant koffie in Cafe du Lac en een visfestijn bij Pelagos in.

Het weerzien was een succes zonder weerga. Het is een totaal afgepeigerde, maar zielsgelukkige Grom die in de vooravond in huis valt, zijn puffers in de aanslag, zich al verheugend in een nieuwe ontmoeting een paar dagen later.

Het mocht niet zijn. Zoals verwacht – en terecht – had de familie andere activiteiten gepland; de kinderen verkozen de dag met hun nieuwe vriendjes aan zee door te brengen, moeder zou de winkelstraten afschuimen op zoek naar koopjes en vader zou wat in de schaduw chillen, een paar koele Mythos-biertjes binnen handbereik.

Dit viel niet in goede aarde bij Grom, die sikkeneurig zijn ontgoocheling luchtte, terwijl ik in opperste gelukzaligheid op het terras, drankje en snoepje bij de hand, omhuld door het gezinder van honderden tzitzikia (slapen die beesten wel eens?) probeerde gelijke tred te houden met de opgehoopte lijken uit mijn boek. Not a worry in the world.

Grom’s bokkigheid verdween snel, wij besloten na een paar dagen onze tenten op te slaan in het Oosten, waar de Wijzen verbleven, in casu mijn zoon en zijn gezin. Verrukking!

Over een paar weken komt Grom’s “kleine” zus vakantie houden aan onze kust. Geen hap voor de Man-met-een-Plan ditmaal, zij heeft haar lijstje met desiderata alvast doorgemaild. It runs in the family.