Categorie: Struggling against Madness

Boobs (Un)Ltd.

Voor een vrouw die – zonder aanwijsbare verdienste – beschikt over een facebookpagina A en B, kan je niet genoeg op je hoede zijn.

Des te meer, als je very nosy scrollend verdacht veel commentaren mag aantreffen van mannen, die zich in niet mis te verstane bewoordingen heel dankbaar uitlaten over a wonderful night met haar.


Helemaal duidelijk wordt het je, als je nadien met enigszins verhoogde belangstelling door haar foto’s wandelt en vaststelt dat zij er boezemgewijs doorheen de jaren een flink stuk is op vooruitgegaan.


Van het schriele wicht, dat haar tietjes omzeggens met haarkrulspelden in de vorm moest leggen, ontpopte zij zich tot een monumentale vrouw  met een genereuze 38J.
Dat hier enige cosmetische interventie aan te pas is gekomen, mag duidelijk zijn. Nu ik een respectabele leeftijd heb bereikt, moet je me niet komen vertellen waar de tepel hangt.

Ooit was Petroula de socialite van dienst alhier. Op elk event, waar meer dan tien mensen samentroepten, was zij present. Zij gaf zichzelf uit voor de publisher van een glossy magazine, hoewel dit enkel het gewrocht van haar echtgenoot was en zij zich nooit op kantoor vertoonde, gezien haar bruisend nachtleven.

Bij elke uitgave werd de inkijk op haar boezem groter, op elk weliswaar professioneel kiekje kon je van de fratsen van een uitbundige en naarmate de nacht vorderde zwaar doorzakkende (dit laatste mag u wel letterlijk nemen) Petroula meegenieten.


Edoch, toen de crisis wild om zich heen en haar man naar de minder synthetische borsten van een medewerkster greep, was dit einde verhaal. Met haar man en zijn maîtresse, verdwenen ook het tijdschrift en de glamoureuze voordelen waaraan zij zo gretig haar status ontleende.

Ik schrok toen ik haar voor het eerst ontmoette. Grom had al eens eerder een koffietje met haar gedronken, zo bleek. Vermoedelijk vond hij het toen verkieslijker, na eenzelfde blik op haar foto’s, mij niet ongerust te maken.


“This is Darling”, stelt hij mij voor en slikt het epitheton “my partner”, dat er normaliter op volgt, net op tijd in. Aan de verachting in de blik die ik hem toewerp, wordt het hem duidelijk dat hij binnenskamers hiervoor zal bloeden.


Petroula heeft zich voor de gelegenheid (zij heeft Grom “for a coffee with me” uitgenodigd voor een “waanzinnig” zakenvoorstel) in zwart leder gestoken.

Kniehoge laklederen laarzen met killer heels, té kort ledergerokt ook, ik zie de rivierenkaart van België op haar dijen. Ik duizel ook van haar décolleté, ik had er geen benul van dat zo’n minuscule shirtjes in de handel verkrijgbaar waren.

Zij is nog slechts een schim van de diva die zij ooit was. Zij davert van de zenuwen, zweet als een paard en brengt amechtig hijgend totaal onsamenhangende klanken uit.

Na de tweede koffie en Grom’s herhaalde en niet-beantwoorde vragen “what is this proposal about, Petroula?”, “can you tell me some more…”, wil zij weg. Naar een andere gelegenheid, want daar is iemand die ons het fijne van haar voorstel zal uitleggen.

Ik betaal de koffies.

Aan het andere eind van de stad aangekomen, plant zij ons neer in een duister zaaltje achter de bar. Wij wachten op die iemand en bestellen koffie.

Zij installeert nog steeds zwaar ademend een laptop, die wij verder niet meer nodig hebben. Vertelt ons inmiddels dat zij nu in de armoedige wijk rond Knossos woont en al haar verplaatsingen met de bus moet doen.

Grom probeert tevergeefs nog maar eens tot de kern van de zaak te komen. “We have another appointment at 4 o’clock, Petroula, maybe you might want …”  
De atmosfeer is beangstigend. Ik krijg plots visioenen van een “Populair-Koppel-Op-Kreta-Ontvoerd”-Breaking News, Grom schuifelt al even ongemakkelijk op zijn stoel.
Een jongeman stapt binnen, gehuld in de onmiskenbare nevelen van young entrepreneurship. Installeert zijn tablet op ons tafeltje, vraagt om een koffie en leidt ons binnen in de verderfelijke wereld van een zoveelste piramideconstructie, die de radeloze Grieken een zilvergrijze BMW en levenslange vakanties in de hongerige maag splitst.

Naar goede gewoonte, poneert Grom dat wij op dit moment echter onze volle aandacht bij een ander project hebben. Ik vraag Petroula of wij haar een lift naar huis kunnen aanbieden. Het hoeft niet.

Ik betaal de koffies.

De Man met een Plan

Ano Hersonissos

There’s nowhere to eat” mompelt Grom humeurig als wij het authentieke, gezellige dorpspleintje oprijden. Ik hou van de intieme verlatenheid van dit kleine plein in de winter, zo helemaal anders dan wanneer het door vakantiegangers overrompeld wordt.

Ik antwoord vlug dat wij vast wel een taverne zullen open vinden, een beetje geërgerd door de vaststelling, dat Grom, sinds hij het roken heeft opgegeven, de ene verslaving door een andere heeft vervangen.

Het is stipt 10 uur in de ochtend en hij heeft nauwelijks twee uur geleden “volgens planning” zijn continental breakfast op bed gekregen, op de lichtblauwe schaaltjes, want bij de pink ones slaan zijn functies tilt en bovendien is pink for girls.

Geheel “volgens planning” bezoeken wij vanmorgen de dierenleed-verzachters-bazaar nummer zoveel, georganiseerd door de Britse Bitches, die stuk voor stuk de duidelijke keuze hebben gemaakt, de fles en de betreurenswaardige viervoeters boven hun better halves te plaatsen.

Dat Grom op komst is, is als een lopend vuurtje door de bazaar gegaan. Met opgezwollen, rood aangelopen, make-up free gezicht verdringen zij elkaar om Grom de hand te drukken.

Ik zie de onmiskenbare tegenzin en wanhoop in zijn ogen als de Bitches perse met “Mister B” op de foto willen. En de afkeer als zij hem met voor de hand liggend gemak aan de bar uitnodigen en hij bemerkt hoe smerig die erbij ligt.

I’m not having a coffee here, honey” fluistert hij mij toe, smekend bijna, nu hij (terecht) vreest dat ik hier nog minstens een half uur zal rondhangen om links en rechts een praatje te slaan en de kraampjes te bezoeken.

Wij vinden een schamele taverne, die wat voedsel belooft. Er is geen kat, een vrouwtje zit in haar aftandse jas tegen een houtkacheltje aangekleefd. Aan de muurschilderingen te zien, heeft zij haar diploma behaald aan de University of Hard Knocks.

Kip kunnen we krijgen, pork en beef ook. Eerst maar wat hapjes, raadt zij aan, want het vlees is nog diepgevroren. Grom is nu ontspannen, de olijven, aubergines en hummus, en het vooruitzicht op nog meer en steviger kost, verzachten al in ruime mate wat hij noemt “the attack of those vicious women”.

We’re going“, besluit hij, als hij zijn nagerecht naar binnen heeft gespeeld. Want, geheel “volgens plan”, is het nu tijd voor zijn nap.

No, we’re not, I’m having my raki first”. Want hoe kan je nu het glaasje na de maaltijd weigeren dat het kouwelijke besje zo genereus hors saison aanbiedt?

Ik steek nonchalant een sigaret op en neem mij voor, het flesje gezapig tot op de bodem leeg te drinken. Geheel volgens mijn plan.

Etcetera op Zaterdag

In het dorp zijn er geen kleine kindertjes meer, die voor wat zakgeld en snoep aan je deur komen zingen, maar gelukkig is er nog een generatie die persoonlijk haar nieuwjaarswensen komt aanbieden.
Deze nieuwbakken generatie houdt haar kont liever warm.
Voor nog een andere generatie valt het moeilijk te verteren, dat zij ook dit jaar geen muntje in de vasilopita gevonden heeft.
Het weer maakt gekke sprongen.
Een heftig stormende zee spuwt stenen en afval het wegdek op.
Een wegdek, dat op zijn beurt brokken maakt.
Je kan dus maar beter uitkijken waar je rijdt.
Of omhoog kijken (foto van Dimitris Papadogiorgakis in Chania)
Je gunt de mindervalide medemens toch ook een parkeerplaats.
Maar eigenlijk sta je toch liever aan je voordeur geparkeerd.
Want je bent solidair met de buren.

Verworpen Voorstel

Ik heb vanmorgen – met opzet – mijn haar niet gewassen.

Grom en ik zijn op weg naar de hoofdstad. Het is een stralende dag vandaag, er liggen zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

Grom zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, honey” zegt.

Agnes hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Grom! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Grom, steeds in voor een watdanook voorstel, hapte meteen toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Agnes is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull. Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo en iemand zal hiervoor boeten.

Agnes vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Grijpt met beide handen Grom’s hoofd, waar zij een bijna strafbare hoeveelheid glitterlipstick op nalaat.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

Almighty Agnes heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt. Dat vertelt zij uitgebreid aan Grom, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen. “See what I mean, Grom?”

Grom laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Agnes staren.

How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk. Daar komen wij namelijk net van terug.

Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities.
You might consider starting your new business there”.

De kat op het koord

(Waarschuwing : Emotionele Poezenliefhebbers slaan dit over)


Vangelis, mijn garagist in Sitia, is een uiterst voorzichtig man.
Als hij met aandrang fronsend zegt “don’t drive to Heraklion, just drive around Sitia” (dit moet zowat de enige zin zijn die hij in het Engels kent, speciaal aangeleerd met mij in gedachten), dan luister ik naar hem en zal je mij dus geen urenlang bochtenwerk in de bergen zien ondernemen.

Want als Vangelis dit zegt, dan is er stront aan de knikker. In dit geval, aan mijn karretje.

De man doet zijn werk grondig. Wat niet kan gezegd worden van de twaalf dozijn katten die mijn lieflijke heuveltop paringsgewijs overbevolken en overbelasten.

Het probleem van de productieve zwerfkatten (en -honden) in Kreta is genoegzaam bekend, ik ga hierover mijn duit niet in het zakje doen. Niet dat ik daar geen eigen oordeel over heb, maar omdat ik me danig en dagelijks oefen in het niet-meer-zonodig-een-eigen-oordeel-over-iets-te-moeten-hebben. Laat staan dit ook te ventileren.

Naast het met hoogst irritante klanken en met een driftige regelmaat bezegelen van hun voortbestaan en het werpen van verdere nesten ongewensts, worden katten ook verondersteld op muizen te jagen. Wat zij dus vertikken.

Ik heb dan ook besloten geen vaart meer te minderen als ik mijn helling kom opgevlogen en zij in formaties van acht midden op de baan liggen te verteren wat zij uit de vuilniscontainers hebben opgediept.

Want het is mij om die verrekte muizen te doen.

Het was mij al eventjes opgevallen dat ik bij het schakelen telkens een pikzwart rookgordijn achter mij aan zag bengelen. De olie, denk je dan. Kan niet, denk je dan, die is pas ververst en hoeft slechts om de zes maanden of om de 5000 km opnieuw. Althans, volgens Vangelis, zulke banaliteiten gaan immers aan mij voorbij. A sensible person had al eens onder de motorkap gekeken. Ik niet.

Toen viel de toerenteller uit. Geen zorg, denk je dan, ik hoor het wel als ik in overdrive zit.
Toen viel de radio uit. Minder gezellig. Het scherm er dan maar uitklikken en opbergen in het handschoenenvak. Tot ik eens in de garage raak.

Ik ben er vandaag geraakt.

Tientallen proppen van de binnenbekleding van de motorkap alom. Verdachte brokken alom. Kabeltjes alom. Stukgeknabbeld door muizen. Door muizen !
Vangelis gaat zich maandag op dit gevaarlijk kluwen werpen, beloofde hij. “Don’t drive to Heraklion” intussen.

Look out, poezelige luiwammesen. Mijn strooptocht wegens schuldig verzuim gaat morgen onverbiddelijk in.

De Rake Klap

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat Nele ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook. Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar meteen in zijn ban.

Schrijf misschien eens terug?” was zijn overbodige vraag. Dat deed Nele dan ook meteen. Nou, metéén… Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen. Mooipraters zàt op datingsites, hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit. 

Hij hield van de mensen. Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig. Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard. Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij. Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten. Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non. Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen. Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Nele had het even niet meer. Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd. Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel Nele voor zijn duidelijk overgewicht en andere sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl. Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen. Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.

Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend. Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.

Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Nele was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens“, schreef hij haar ’s nachts. “Hij voelde dat het kon. Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen“.

Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang“?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde Nele hem een weekendje samen voor. Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem. “Bedenk maar wat“.

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij de Erotische Verbeelding.

Het erotische verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet. Voorzichtig en discreet stuurde Nele hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag.

Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Nele heeft zijn zonovergoten kiek van haar bureaublad verwijderd. Zij had van hem nooit de hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op. Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje laten aansmeren. 

Nele opende ze niet meer.

Duivelszak is nooit vol

Grieken en inwijkelingen betalen meer dan 100 miljoen euro per maand aan de banken in de vorm van “vergoedingen” en “commissies” die de geldschieters in rekening brengen voor alle mogelijke soorten diensten.
Volgens gepubliceerde gegevens van de vier systeembanken (National, Piraeus, Eurobank en Alpha Bank) hebben zij hun klanten belast met “commissies” ten bedrage van ongeveer 700 miljoen euro in de eerste helft van 2019.

Dit nieuws viel niet in goede aarde bij de Eerste Minister, die zich zowat dubbel plooit om het betalen-met-kaart in alle hevigheid te promoten teneinde belastingsvlucht te ontmoedigen.

Kwatongen (die vindt men hier ook) beweren, dat de regering, in een poging om Griekse banken onder druk te zetten om de binnenkort geplande verhogingen voor diensten, die in het verleden gratis waren, in te trekken, blijkbaar besloten heeft een “oorlog” tegen de banken te beginnen door de bovengenoemde informatie te lekken …. In elk geval werden de bankbonzen voor een “gesprek” uitgenodigd.