Categorie: Struggling against Madness

It’s a lie, of course!

mannen

(18+ indien van christelijken huize)

Even de stad induiken voor de duisternis (en het gebrek aan sigaretten mij) invalt is een bijzondere ervaring.

Op enkele piepkoppeltjes na, die hand in hand nog de illusie koesteren dat zij onafscheidelijk zijn, zie je nauwelijks vrouwen op straat. Zij staan namelijk achter de kookpotten, massaal veel kookpotten, want er dient achtereenvolgens ruim voorzien te worden in wat de man lust, en in wat de zoon lust.
In veel mindere mate in wat de dochter lust en in helemaal geen mate in wat de vrouw lust.
En dit alles in minstens drie gangen.

De mannen zitten dan ook op de terrasjes inmiddels, je gaat het toch nooit in je hoofd halen een handje toe te steken. (Moet dat nou zo overdreven ?)

En zij discussiëren, hoe minder verstand zij van iets hebben, hoe luider het eraan toegaat en hoe verbetener zij liegen. En zij metselen een ongezonde hoeveelheid koffie, raki en nicotine naar binnen. Of spelen backgammon. Of schaken.

En hebben elke vrouw gezien die het twijfelachtige voorrecht geniet op dit uur niet voor een hongerige nederzetting te hoeven prakken. Of zonder sigaretten valt.

Zij kennen mij inmiddels wel, hebben blijkbaar ook in blijde dankbaarheid mijn niet-toerist-status en de onvermijdelijk daaraan verbonden wildste geruchten aanvaard.

Want Grieken zijn nu eenmaal leugenaars, het is geen kwalijke eigenschap, het is een vanzelfsprekendheid, een sport zeg maar.
It’s a lie, of course!” hoor ik ze fier na zowat elke halsstarrige bewering zeggen.

Het wordt nog net ietsje kuttiger als ik, thuisgekomen, mijn Belgische buur met de kromme benen tegen het lijf loop. Jeweetwel, die man wiens hond ik hier twee weken heb vertroeteld toen hij naar België was afgereisd.
En waarvoor ik nog steeds op een bedankje wacht.

Wat heb ik gehoord?” fleemt hij.

Ik verwacht mij aan het ergste, want hij heeft bij de Jezuïeten schoolgelopen en heeft daar uiteraard een uitgesproken leugenachtig profiel aan overgehouden.
Wil ik eigenlijk wel horen wat hij heeft gehoord?

Wat dan, Roel?”

Je hebt hier een huis gekocht“.

Nou goed dat ik in Kreta een verbijsterende savoir-vivre aan de dag weet te leggen en zelfs een emmer kakkerlakken in mijn keuken mij niet meer van mijn stuk brengt.

Want hij had dat vernomen van Apostolis, die het wist van Kostas, die het had gehoord van Giorgos, die Manolis had afgeluisterd.

Ik weet niet of ik Roel van het tegendeel heb kunnen overtuigen. Het zal mij ook worst wezen, met zijn profiel kom ik hem later in de hemel sowieso niet tegen.

Het Bedrog

devil

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn toen-sweetheart. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij enkele jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Mousserende Mecenas

Lakkos

Is hier iemand begenadigd met een Engels vocabularium dat verder reikt dan “No“, “Yes” of “Dunno“? Wil die dan even aan Boss uitleggen, dat in mijn kleine universum en in mijn evolutionair proces als pensioengenieter het begrip “mecenaat” buitengewone omzichtigheid vergt?

Hij zag het vorige maand al helemaal voor zich, zijn nieuw project nummer 17.412.

Op het centrale pleintje in de verloederde buurt, die hij met enkele enthousiastiekelingen wil omvormen tot een trendy Park Slope, zou hij een info- en stratenbord aanbrengen, ten behoeve van de toeristen, die deze buurt maar zelden bezoeken, en de inwoners van Heraklion zelf, die het bestaan er niet eens van kennen.

Boss sloeg aan het ontwerpen en het contacteren van de nodige vakmensen, want zoals steeds zag hij het groots. Het bord zou komen naast de muurschildering van onze staatsieportretschilder, die de oorspronkelijke bewoners van deze buurt (pimps met krulsnorren, hoertjes, hasj-rokende muzikanten en andere armlastige flierefluiters) goed in beeld wist te brengen.

Wie moet dat betalen, vraagt u zich af. Ik stelde die vraag ook. Boss zou – it’s easy, Darling! – sponsors vinden.

Boss en Darling schuimden de acht buurtwinkeltjes af, voorzien van tekst, uitleg en plannen.

En werden in hun vaart geremd door een Griekje, dat naar de Deputy Mayor had gebeld met de mededeling dat er twee foreign weirdo’s aan het bedelen waren.

Soit. Wij vonden vier sponsors. Ruim onvoldoende, maar wij hebben het dan ook over arme crisis stricken donders, die bovendien nog een taxi moeten betalen om zondag naar de stembus te trekken.

Boss’s info annex stratenplanbord hangt er dus, sinds gisteren. En kent veel bijval. Op die ene bejaarde mierenneuker na, die vond dat de Griekse tekst voor de Engelse had moeten geplaatst worden. Ungrateful dick.

Mocht u Boss aan de lijn krijgen, wilt u hem dan ook zeggen dat zijn auspiciën mij stilaan de keel uithangen?

Wrong Island

Greekislands

Het is bijzonder erg gesteld met de geletterdheid c.q. geografische basiskennis van de medewerkers van het nog steeds niet failliete koerierbedrijf, waarvan ik de naam niet zal noemen, maar het begint  met A.

Long story short. 6 maanden geleden wordt Boss’ debit card bij zijn Engelse bankinstelling, waar hij al een halve eeuw klant is, aan de betaalautomaat geweigerd. Reden “Greece is a high risk country“. Zomaar. Geen verwittiging. Rot op, aan je centen kom je niet meer.

Boss is not pleased. Wat volgt is een (vergeefse) maandenlange, regelrechte veldslag met de diverse hiërarchieën binnenin de eerbiedwaardige Londense instelling. Tot uiteindelijk zelfs de Nationale Ombudsman de handdoek in de ring gooit.

Boss is er evenwel de man niet naar om zich vlug gewonnen te geven. Hij blijft lachen. Net zoals “La Vache Qui Rit”, beweert hij. Boss loopt namelijk nogal hoog op met zijn kennis van het Frans, maar dit moet je hem dus ECHT horen zeggen. Ik blijf dus ook lachen.

Nou goed. Je leeft niet voor niks 10 jaar op Kreta. Via slinkse wegen slaagt Boss erin, een kantoorhouder in Somerset UK te overtuigen een nieuwe debit card aan te maken. De kaart wordt op 1 september, aangetekend en al, verstuurd.

En zou hier dus al zijn, waren er niet de imbecielen van A.

Zij stuurden gisteren een sms-je. Hier ligt een pakje voor u. Gelieve

ons te bellen. Het zonenummer komt ons niet meteen bekend voor.

Ja, het pakje ligt bij hen op kantoor.

Op het Sporadeneiland SKOPELOS.

Through the eye…

Cancer1 1

In se zijn nietsvermoedende mensen, zoals ik, gelukkige mensen. Hoe ondraaglijk zou de gedachte immers zijn, dat je, na een voorziene vakantie van twee weekjes, slechts na vier maanden terug thuis zou zijn?

Hoe afschuwelijk zou het denkbeeld zijn van een rauwe diagnose, verminkende ingreep en uitputtende behandeling?

De zon schijnt ongenadig, duizenden krekels strijken hun vleugels en ik herstel. Over mijn hoogst confronterende episode kan, wil en zal ik het verder niet hebben, want in deze woorden zou ik nauwelijks kracht kunnen leggen.

Veel dankbaarder lijkt het me, die aan te wenden om dit achter mij te laten en mijn tweede leven elke dag uitbundig te omhelzen. En u, omdat u dit leest.

Scheefgroei

thebeautyinsiders

Gezegend

Heraklion-Rain

In zijn tegendraadsheid heeft Boss de wagen geparkeerd in een smalle eenrichtingsstraat, tegen de rijrichting in.
Dit belooft nog meer krassen op ons al flink gehavend vehikel.

“Shall I take my paraplu?” vraag ik langs mijn neus weg voor ik het portier dichtsla. Ik heb stante pede spijt van mijn (nog maar eens) overbodige vraag, want hij zal ‘neen’ zeggen.
“We call it an umbrella. It won’t rain today”.

Drie minuten later voel ik de eerste regendruppels al.
En lopen wij tot overmaat van ramp Manolis (of is het Yiannis? Michalis?) tegen het lijf, waarmee Boss uitgebreid staat te Kali Xronia-en (lees : nieuwjaarswensen) terwijl de regen al in mijn nek drupt.

Dampend, met ontregeld humeur, hol ik naar het overdekt terras van de nieuwe bakkerij op Freedom Square. Er is nog een tafeltje vrij , net onder een warmtelamp.
Het is druk en vooral rumoerig in de zaak, Grieken praten niet, zij roepen. Het deert me niet, want ik heb mij voorgenomen dit jaar enkel mijn vele blessings te tellen en mijn voorprogrammering schijnt te werken.

Als Boss onbezwaard binnenstapt, heb ik zijn frappé met chocoladecroissant al besteld. Wij overlopen voor de derde maal zijn, ons, dagprogramma, want “you NEVER listen to me, Babette”.

Hij moet er nog even vandoor, zegt hij, snel het dagelijks fotootje maken voor de lezers van zijn website. Vanuit mijn ooghoek zie ik hem op het plein in gesprek met een straatventer. Kali Xronia.

Met de nodige zwier legt hij even later een nieuw, opvouwbaar parapluutje op mijn tafeltje. Schotse ruitjes.
Laadt de foto van het druipnatte plein op en lanceert de oproep
“It’s raining in Heraklion, folks. Don’t forget your umbrella!”

Als ik bij het buitengaan mijn nieuwe aanwinst openklap, breekt een balein middendoor. Blessings.