Categorie: Struggling against Madness

Family Guy

Londono

It’s that time of the year again dat Boss diep terneergedrukt rondschuifelt als een abandoned shelter pet. En driemaal in twee weken Love Actually kijken kan zijn melancholie enkel maar naar een hoger niveau tillen.

“I really need to see my babies, Babette!”

Zijn babies, dat zijn zijn zonen, beiden inmiddels onherroepelijk naar de 50 kruipend. Baby 1 in the UK heeft zo zijn eigen reserves als hij het aangekondigd bezoek aan de telefoon hoort. “We cannot put you up, Dad”. Ik zit bijna stuk als ik Boss hoor verzekeren dat er in Brighton ook wel hotels zijn en dat hij – als het effe kan – graag diens derde echtgenote wil ontmoeten, want hij was toch wel wat disappointed his son’s wedding via Facebook te moeten vernemen.

Baby 2 in een Speciale Administratieve Regio van de Volksrepubliek China “zou het nog even bekijken of hij een paar dagen Londen in zijn agenda kon prikken“. Onnodig te vermelden dat the arrogant twat niets meer van zich liet horen.

Boss is er de man niet naar om ook maar iets aan zijn planning te wijzigen, ergo meeting de plaatsvervangende Brother 3 would do just fine.

Het was een uitzonderlijk zonnige dag als ik de opgefleurde light traveller naar Heraklion Airport bracht, veilig voorzien van een dikke jas en zijn Long John’s. “Of ik het wel zou redden, een week zonder hem?” vroeg hij zich af. Ik verzekerde hem dat 51 weken met hem mij een grotere challenge leek.

Brother 3 was een tegenvaller. Niet alleen arriveerde hij te laat op de afspraak (“so rude, Babette!“) en probeerde Sugar Daddy-gewijs de waitress te versieren (“so embarrassing, Babette!“), hij presteerde het bovendien het gesprek te openen met “Hi Bro, can you lend me £10,000?”

Even opwindend was het langverwachte weerzien met Baby 1, die hij (samen met vrouwtje 3) in zijn nu wel ijskoude, natte armen kon sluiten en meegenieten van de roast beef with caramelised onion gravy die zij zo welwillend voor haar versbakken schoonpa had klaargemaakt en al evengoed koud was. “Did you make your will yet, Dad?” was ook niet bepaald het eerste wat hij wou horen, vond Boss achteraf.

Het was echter de Christmas Shopping in London en het struinen langs de musea en de hem zo bekende straten en winkels die hem de festive fun bezorgden waar hij zo naar uitgekeken had.

Zwaar verkouden en al even zwaar beladen vond ik Boss in de Heraklion Arrivals terug. Happy.

Het is alweer een week nu dat ik verse lakens, geneesmiddelen, ontbijten, boeken, geprefereerde gerechten, slipjes, sapjes en snacks aansleep. “You’re such a sweet lady, Babette“.  Misschien moet ik hem nu maar eens vragen hoe het precies zit met zijn testament.

Black Everyday

Afbeelding

Het zat eraan te komen. Met mondjesmaat eerst. De crisis, de prijsverhogingen en de “herstel”maatregelen van de regering vreten je halve maandinkomen weg. Na een paar jaren is je inkomen inmiddels gevierendeeld of in het ergste geval totaal weggevallen. Je leningen en je rekeningen betaal je allang niet meer. Je hebt je oude dementerende tante Anastasia uit het rusthuis weggetakeld en in huis genomen, want zij heeft nog een karig pensioentje dat jouw gezin van de hongerdood moet redden. Je hoopt en brandt kaarsjes dat zij het nog even trekt, want er is geen geld om haar te begraven. En je verkoopt alles wat niet stevig in de grond verankerd zit, want je echtgenoot heeft het op een lopen gezet of zich op zolder opgehangen en je hebt kinderen te voeden.

Het waren de expats die het startsein gaven. Geconfronteerd met het wegvallen van hun zomerjob, kozen zij eieren voor hun resterende wintergeld, huwden halsoverkop met hun Griekse better half en trokken bij bosjes en zonder inboedel terug naar hun heimat.

De uitverkoop via “For Sale”-facebookgroepen was een feit. Duizenden werpen zich op de aangeboden koopjes, aanvankelijk nog nieuwsgierig en gemoedelijk, intussen uiterst agressief en grofgebekt. Wagens, brommers, fietsen, boten, frigo’s, slaapkamers, televisietoestellen, meubilair, helemaal niets is te zwaar of te heet om door de strot van een mogelijke koper te duwen. Kinderen worden voortijdig uit hun kakstoel of buggy gehaald, want die kan tegen 20 euro verkocht worden. Hun kleertjes worden hen van het lijf gerukt, want een pakketje brengt al gauw 15 euro op. Alle menselijkheid valt opeens weg, er wordt haast misdadig afgepingeld, geruzied, gevloekt en opgelicht.

En dan koop je dat fototoestel van 60 euro, een buitenkans lijkt het wel. Want er moeten kiekjes op je tijdlijn komen, je kinderen halfnaakt en breedlachend op het strand. Zodat je familie overzee kan zien hoe goed het met je gaat.

 

Cut!

063

Geheel in de lijn van zijn credo, dat life has to be about fun and excitement, wou de boss Fedor interviewen, een Rus die gedurende een maand in no less dan paradijselijke omstandigheden wel zijn medewerking wou verlenen aan de organisatie van de jaarlijkse zomerfestiviteiten in de hoofdstad. En Tola, een filmmaakster, zou hierbij van een onschatbare waarde zijn. Dat was zij ook, tot op zekere hoogte. Tola, zo Grieks als la Nana, gaf namelijk een geheel eigen en vooral veel tragere invulling aan de begrippen “Nu!, Onmiddellijk! Gisteren!” die de boss doorgaans pleegt te hanteren, zodat het met beeld, muziek en spraak ingeblikt interview ten langen leste verscheen toen Fedor al voorbereidingen trof om Vadertje Vorst in de schoot van zijn familie te vieren. All of this maakte de boss niet bepaald gelukkig.

Tola heeft geen tijd, ook niet voor hard feelings. Dus vroeg zij enkele maanden later of de boss de rol op zich wou nemen van de kunstgalerijhouder Elliott in een no budget-kortfilm, die Chinees-Australische-Griekse vrienden in de buurt zouden opnemen. Het verhaal ontsnapte hem volledig, op zich niet onoverkomelijk, want dat was er eigenlijk niet. Wèl was er een knappe, jonge hoofdrolspeelster with an attitude en haar boyfriend, met die zou hij in de film te maken krijgen. De amoureuze boyfriend geloofde namelijk rotsvast in het arty kliederwerk van zijn vriendin, Elliott ook, maar zag haar veelbelovende artistieke toekomst dan enkel zonder die boyfriend. Kwalijke opdoffer aan het einde en dat was het zowat. Naast de beloofde fun and excitement.

Neen, u wil beslist niet weten hoeveel uren Boss en Babette aan dit magere script hebben gespendeerd. Hoeveel godgansedagen ik tot kreunens toe met hem de dialogen heb doorgenomen. Met welke death-defying overtuigingskracht ik een van de slotzinnen “F*ck Off, Elliott” telkens wist te brengen.  Drie dagen duurden de opnames, putje winter in een ijskoud huis in Archanes, dat iemand geheel vrijwillig ter beschikking had gesteld daar hij zolang bij zijn ouders zou intrekken, waar er wel verwarming was. Drie dagen, omdat het mooie hoofdrolkind-met-kapsones-en-andere-verplichtingen zich slechts sporadisch liet zien en allang spijt had van haar toegezegde medewerking, wegens de aanwezige cast vermoedelijk. Alles werd nog net even ietsje kutter, toen de boss zeven dagen later nog steeds ziek op bed lag.

Meer budget daarentegen was er voorzien voor de volgende uitdaging. De Dienst voor Toerisme had nog wat onverduisterde liquide middelen en een bevriende inheemse director gevonden en zou een promotiefilm over Kreta gaan draaien. Of de boss zich wou aanbieden bij de casting director voor de rol van filmregisseur? Neen, dat kon hij niet, want een trip naar Chania paste niet in zijn strakke planning. Of hij dan illico wat foto’s kon toesturen? Eentje met hoed, eentje zonder hoed. Eentje met blauw kostuum, eentje met lichtere tint kostuum. Eentje met bijpassende overhemden. Eentje met daarbij passende dassen. Eentje met zwarte schoenen, eentje met bruine schoenen. Boss sloeg aan het fotoshoppen, Babette aan het strijken. Imagine my luck dat zoveel excitement mij verder bespaard is gebleven, daar de opnames zouden plaatshebben net toen wij in het buitenland waren. Boss vond eveneens dat he definitely deserved something funnier than this.

Maar, when you relax, it comes. In de gedaante van Tola alweer, die, gedreven door tomorrow’s deadline, wanhopig op zoek is naar een koppel dat wil figureren in een road movie, en bijna huilend aan de lijn hangt. Vier uurtjes maar, Babette. Een koppel, met small suitcase of backpack, klaar om op vakantie te vertrekken, casual kledij, no flashy colours please. I’ve sent a message to the Boss too. Saturday, aan de haven, see you there!

De vier uurtjes werden er zes. Boss en Babette staan, valiesje aan de hand, op de kade te praten. Of beter nog, Babette staat te praten en Boss knikt minzaam. Deze scène wordt vijfmaal herhaald. Vervolgens, Boss en Babette stappen op het schip, nog steeds pratend, wel, Babette althans, Boss knikt. Wat heeft die toch veel te vertellen, zal iedereen nu denken. Ik ben alsnog zeer opgewekt, per slot van rekening vertrekken wij toch samen op vakantie. Deze scène wordt achtmaal herhaald, mede door het feit dat de (lege) small suitcase van Babette door de felle wind uit haar handen glipt. Onnodig hier aan toe te voegen dat ik in the meantime al helemaal niet meer weet wat te vertellen en de grootste onzin op Boss loslaat.

Na drie uren is er pauze, wij snakken naar een koffie en meerdere peuken. Sprakeloos zijn wij nu. Al helemaal, als blijkt dat het varend personeel nog ligt te slapen, dus éven geduld nog. Het wordt al donker, en erg frisjes bovendien, als de laatste opnames op het bovendek worden gemaakt. Er wordt een terrasje geïmproviseerd (wie gaat nu bij windkracht 9 bovendeks op een terrasje zitten?), enkele tafeltjes met een flesje water en drinkrietjes aangevoerd. Boss en Babette aan een tafeltje, pratend (of wat dacht u) en het watertje een beetje verveeld negerend (welk koppel bestelt nu één drankje? diepgekoeld dan nog?). Aan de geïnteresseerde uitdrukking van de boss te zien, vertel ik hem nu iets totaal nieuws, dit verwarmt mij een beetje. De scène wordt zesmaal herhaald.

En dan klinkt eindelijk het finale Cut! Freeze! Totaal overbodig, dat laatste. De filmploeg is verrukt, wij uitgehongerd. Eerlijk, ik heb er geen woorden voor.