Categorie: Struggling against Madness

Get over it!

Afbeelding

Had ik het niet gedacht.
Er loopt een bericht over mijn scherm. “Fw: humor??”
In onvervalst Engels, afkomstig van Leen, nochtans zo oerhollands als bitterballen.
 “The following is an e-mail I sent to the boss this morning. I want you to know what I said to him”.
Haar jeremiade had de boss die ochtend reeds onder mijn exclusieve brillenglazen geschoven, ik wist dus what she said to him.

Net zoals ik weet, dat ik mij aan een morning after klaagzang mag verwachten, telkens de expatkolonie zich verheugt op een plezierig samenzijn. Dat plezier danken zij dan uiteraard niet aan mij, maar aan de boss, die met zijn flamboyante attitude, en vooral zijn Britse humor, die anders zo saaie hormonencontainers pleegt te entertainen. Hem willen ze erbij, mij nemen ze erbij.

En steeds is er wel eentje dat zich in die humor verslikt, zich bij de ruime boezem gegrepen voelt.
Niet dat Leen zich bij dit laatste ook maar enigszins zou verzetten, zij staat erom bekend bij een begroeting haar push-up met onmiskenbare bedoelingen diep in elk mannenoverhemd te priemen.

Na Jackie, Maureen, Pam et les autres, moet nu ook een verontwaardigde Leen mij ervan op de hoogte brengen dat zij heel gekwetst is door een van zijn jokes, althans “I believe/hope you were joking, Boss, but for me it certainly is not a joke”.

Het blijft mij een raadsel, waarom deze vrouwen, die stuk voor stuk een kleurrijk verleden achter zich aanslepen en op alles, behalve op hun meertalige tong, zijn gevallen, er totaal niet in slagen de boss meteen, à la minute, per omgaande lik op stuk te geven.

Hijzelf zit er niet mee. Locking the stable door after the horse has bolted, zucht hij. Een volgende keer willen ze hem er toch weer bij, please.   

Ik heb Leen per kerende post een smiley gestuurd met de boodschap “Get over it”.

 

Boobs Inc.

Afbeelding

Voor een vrouw die – zonder aanwijsbare verdienste – beschikt over een facebookpagina A en B, kan je niet genoeg op je hoede zijn.
Des te meer, als je very nosy scrollend verdacht veel commentaren mag aantreffen van mannen, die zich in niet mis te verstane bewoordingen heel dankbaar uitlaten over a wonderful night met haar.
Helemaal duidelijk wordt het voor je, als je nadien met enigszins verhoogde belangstelling door haar foto’s wandelt en vaststelt dat zij er boezemgewijs doorheen de jaren een flink stuk is op vooruitgegaan.
Van het schriele wicht, dat haar tietjes omzeggens met haarkrulspelden in de vorm moest leggen, ontpopte zij zich tot een monumentale vrouw  met een genereuze 38J.  
Dat hier enige cosmetische interventie aan te pas is gekomen, mag duidelijk zijn. Nu ik een respectabele leeftijd heb bereikt, moet je me niet komen vertellen waar de tepel hangt.

Ooit was Petroula de socialite van dienst alhier. Op elk event, waar meer dan tien mensen
samentroepten, was zij present. Zij gaf zichzelf uit voor de uitgeefster van een glossy magazine, hoewel dit enkel het gewrocht van haar echtgenoot was en zij zich nooit op kantoor vertoonde, gezien haar bruisend nachtleven. Bij elke uitgave werd de inkijk op haar boezem groter, op elk weliswaar professioneel kiekje kon je van de fratsen van een uitbundige en naarmate de nacht vorderde zwaar doorzakkende (dit laatste mag u wel letterlijk nemen) Petroula meegenieten.
Edoch, toen de crisis wild om zich heen en haar man naar de minder synthetische borsten van een medewerkster greep, was dit einde verhaal. Met haar man en zijn maîtresse, verdwenen ook het tijdschrift en de glamoureuze voordelen waaraan zij zo gretig haar status ontleende.

Ik schrok toen ik haar vorige week voor het eerst ontmoette. De boss had al eens eerder een koffietje met haar gedronken, zo bleek. Vermoedelijk vond hij het toen verkieslijker, na eenzelfde blik op haar foto’s, mij niet ongerust te maken.
“This is Babette”, stelt hij mij voor en slikt het epitheton “my partner”, dat er normaliter op volgt, net op tijd in. Aan de verachting in de blik die ik hem toewerp, wordt het hem duidelijk dat hij binnenskamers hiervoor zal bloeden.
Petroula heeft zich voor de gelegenheid (zij heeft de boss “for a coffee with me” uitgenodigd voor een “waanzinnig” zakenvoorstel) in zwart leder gestoken. Kniehoge laklederen laarzen met killer heels, té kort ledergerokt ook, ik zie de rivierenkaart van België op haar dijen. Ik duizel ook van haar décolleté, ik had er geen benul van dat zo’n minuscule shirtjes in de handel verkrijgbaar waren.
Zij is nog slechts een schim van de diva die zij ooit was. Zij davert van de zenuwen, zweet als een paard en brengt amechtig hijgend totaal onsamenhangende klanken uit. Na de tweede koffie en de boss zijn herhaalde en niet beantwoorde vragen “what is this proposal about, Petroula?”, “can you tell me some more…”, wil zij weg. Naar een andere gelegenheid, want daar is iemand die ons het fijne van haar voorstel zal uitleggen. Ik betaal de koffies.

Aan het andere eind van de stad aangekomen, plant zij ons neer in een zaaltje achter de bar. Wij wachten op die iemand en bestellen koffie. Zij installeert nog steeds zwaar ademend een laptop, die wij verder niet meer nodig hebben. Vertelt ons inmiddels dat zij nu in de armoedige wijk rond Knossos woont en al haar verplaatsingen met de bus moet doen. De boss probeert tevergeefs nog maar eens tot de kern van de zaak te komen. “We have another appointment at 4 o’clock, Petroula, maybe you might want …”  
Ik krijg danig visioenen van een “populair-koppel-op-kreta-ontvoerd” breaking news, de boss schuifelt al even ongemakkelijk op zijn stoel.
Een jongeman stapt binnen, gehuld in de onmiskenbare nevelen van young entrepreneurship.
Installeert zijn tablet op ons tafeltje, vraagt om een koffie en leidt ons binnen in de verderfelijke wereld van een zoveelste piramideconstructie, die de radeloze Grieken een zilvergrijze BMW en levenslange vakanties in de hongerige maag splitst.
De boss zegt dat wij op dit moment echter onze volle aandacht bij een ander project hebben.
Ik vraag Petroula of wij haar een lift naar huis kunnen aanbieden. Het hoeft niet. Ik betaal de koffies.
 

(Foto : Antonia Basler)

Oh Happy Day!

Afbeelding

Zwijg er mij van. Alsof er al niet genoeg kwel op mijn bord ligt, zijn wij sinds 1 februari de overgelukkige bezitters van een pied-à-terre in de hoofdstad. Stelt u zich daar vooral geen designloft met potplantendakterras bij voor. Het is een uitgeleefd huis waar de adem van de Ottomanen zowaar nog in je nek blaast en de renovatiekost mij van mijn sokken. Eigenlijk was het mijn idee, een stekje voor mezelf, waar ik heer en meester zou zijn en bij tijd en wijle, zeg maar om de twee weken, mijn idyllisch ingeslapen dorp zou ontvluchten voor de broeierige multicultuur van de stad. Onder andere. Nù is het een megaproject van de boss.

Would you mind making me some sandwiches?

Hij staat vertrekkensklaar, want hij heeft afgesproken met de schrijnwerker, de schilder, de loodgieter, de metser, de elektricien en andere weet-ik-veel-herstellers. Of ik het erg vind om er niet bij te zijn, want zaken met zo’n mannen handelt hij liever zèlf af. You got to be straight with those people. En per slot van rekening, my darling, jij bent al verantwoordelijk voor Budget & Exploitation. (Wat dit ook mag voorstellen). En, hij kan dan meteen ook al aan een paar klussen beginnen.

Ik zie mijn droom volledig verdampen. Ik zie ook dat hij zijn nieuwe broek heeft aangetrokken voor die paar klussen, hoewel er in de utility een overvolle doos staat, voorzien van het label “Painting Clothes”. De zoveelste broek die zal verknoeid zijn nog vooraleer het bedrag van mijn creditcard is gehaald, bedenk ik, terwijl ik zijn sandwiches in folie draai.

Op de middag loopt een bericht binnen. “The sandwiches were delicious, thank you my dearest Valentine” smiley kusje kusje kusje.

Beladen met pakjes met strik, zijn pull en broek onder de witte verf, zie ik hem met een brede glimlach het hekken achter zich sluiten. “Happy Valentine“, roept hij.

Ik slik meteen mijn ingestudeerde commentaar op de broek in. Tot een latere datum.

Per slot van rekening ben ik niet voor niks verantwoordelijk voor Budget & Exploitation.

Mazzel

Afbeelding

I have an announcement to make“.

Boss zit, in al zijn relaxte heerlijkheid en rechts van mij, met een superieure glimlach
aan de ronde tafel. Zes leden van onze Boekenleesclub hebben acte de présence gegeven vandaag.  Een magere opkomst, deze keer.
Lena heeft op het laatste moment forfait gegeven. Het verwondert mij niet.
Zij zat gisterenavond naast Boss op het jaarlijks diner  van Zsuzsa en hun beider kamervullend ego heeft sporen  van collaterale schade achtergelaten. Voornamelijk bij haar dan.

Ik zeg dan wel “onze” Boekenleesclub, maar uiteraard is die van Boss.
Toen zijn vorig lief hem in een halfafgewerkt huis en eenzaam (lees zonder enige vorm van aandacht) onder zijn ontluikende citroenenboom achterliet, drongen ingrijpende maatregelen zich op.  Hij moest op zoek naar educated available women. Het soort dat je normaliter in bibliotheken aantreft. Of, zoals op Kreta, in een solitair hoekje met een
motivational boekje.

Zijn queeste naar belangstellenden voor een boekenleesclub kende een onmiddellijk succes.  Een paar weken en hij had ze bijeengedreven, de engelse-taal-machtige beschikbaren, die weliswaar  niet zozeer gemotiveerd waren door deze edele vorm
van volksverheffing, maar hem reeds bij de eerste kennismaking als desired goal hadden gekwalificeerd.
Met Boss als vurig bezieler en enige mannelijke  deelnemer, bleef de club jaren overeind.
En zijn bed half onbeslapen, gezien hij een andere  doelgroep dan oude spinsters voor ogen had.

Vandaag dus heeft Ciska een ruime vassilopita op de ronde tafel gezet, de felgeprezen nieuwjaarscake met ingebakken muntstukje.

Vijf hoofden draaien zich verrast naar Boss bij het horen van zijn plechtige aanhef. Dit is zo anders dan het gewoontegetrouwe “I have made an executive decision“.

Natuurlijk. Het muntje in ZIJN taartpuntje. En een gans jaar geluk op de koop toe.

Koffietje morgen?

Ik heb vanmorgen mijn haar niet gewassen.

De boss en ik zijn op weg naar de hoofdstad.
Het is een stralende dag vandaag, er liggen
zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd
dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

De boss zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, Babette” zegt.

Zsuzsa hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Boss! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Boss, steeds in voor een watdanook voorstel,
hapte toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Zsuzsa is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull.

Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo
en iemand zal hiervoor boeten.

Zsuzsa vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

En Zsuzsa heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt, dat vertelt zij uitgebreid aan de boss, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op
bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet
onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen.

De boss laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Zsuzsa
staren.

“How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk.

“Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities. You must visit it some time”.
          Afbeelding

Attention, please!

“Ba-betttt?”
Zeurderige klaagtoon. Stijgt op uit de bank waar Boss zich net
uit zijn middagdutje heeft gehoest.
“You’re not paying me much attention”.
Wij zijn net terug van een weekje Istanbul. Ik met een ongekende
energiepiek, hij een beetje ziekjes.
Om 8 u stipt heb ik hem ontbijt op bed gebracht, met een gekruid omeletje
in dat koperen pannetje waarvoor hij mij door de halve Spice Bazaar
heen heeft gesleurd.
“Of ik dat pannetje rechtstreeks op het vuur heb gezet? Misschien toch
beter niet doen, in Turkije bakken ze het omeletje apart”.
Ik sta er niet bij stil, bedenk enkel dat het ontbijteitje morgen zachtgekookt
zal zijn.
Tegen 10 u stipt heb ik de drie koffers leeggehaald, teruggezet wat moet
staan en teruggelegd wat moet liggen, de wasmachine volgestopt,
de afwas weggewerkt, de buren bedankt omdat zij een oogje in het zeil
hielden tijdens onze afwezigheid, de was aan de lijn gehangen, een volgende
machine gevuld, mijn rekeningoverzichten gecontroleerd en de
Griekse comments op zijn fanpagina’s vertaald.
“Can you bring my tea, please?” Het is 10 u stipt.
“I’d like a coffee now”. Het is 11.30 u stipt.
“I’m hungry now”. Het is 12.30 u en is bedoeld als herinnering dat hij zijn
lunch graag om 13 u stipt wil hebben, als hij BBC World News volgt.
Misschien ben ik het uur wel eventjes uit het oog verloren.
Dat was erg lekker, thank you.
Boss is nu aan het Engels nieuwsoverzicht op France24 toe
en valt bij de tweede herhaling steevast in slaap.
“Yes, please!”
Ik hoef hem niet eens meer te vragen of hij nu (het is 15 u stipt)
een kopje thee zou wensen.
Een beetje compulsief kan je Boss wel noemen. Elk oompje zijn syndroompje, zeg ik maar. Misschien moet ik hem maar wat meer aandacht schenken.

 
 

Babel-utte

Zo, onze jaarlijkse nieuwjaarslunch voor de vrienden is ook achter de rug.

Onze vrienden, dat zijn met name de stervelingen, die tot de vaststelling zijn gekomen dat ik niet de Albanese huishoudster van Boss ben, maar gewoon “a nice girl”.

Met een restje aan maatschappelijke verantwoordelijkheid in het achterhoofd, is het samenstellen van een degelijke gastenlijst geen lachertje en verdient enige focus. De minderheids- en andere achtergestelde groepen mogen immers niet over het hoofd worden gezien. Dus, er moet minstens één vrouw zijn, minstens één mindervalide, minstens één homo en minstens één medemens met een diepe huidskleur.

O ja, die en die. En wat dacht je van die? Enkel de laatste is een probleem. Kennen wij een donkerhuidige chap? Met een das en tafelmanieren en die geen rits kinderen naar een lunch meesleept?

Kleurlingen zijn dun gezaaid in onze Kretahoek, de enkelen niet te na gesproken die mij op de terrasjes steevast zo’n doosje met haakje proberen te verlappen, waarmee je binnen de drie seconden een draad door een naald kan halen. Eén euro en gratis demonstratie.

Ik heb zo’n doosje en vertel dat dan ook eerlijk als de derde in rij langs schuift. En dat ik er heel tevreden mee ben. Het is hen trouwens meteen aan te zien dat zij mij niet geloven.

Geen chap, een chick dan? Boss krijgt het op zijn heupen. Ja, natuurlijk! Maar laat zij nu net op familiebezoek in Hawaï zijn. Zullen wij er dan maar een diep getaande Griek bijhalen? Niemand die het verschil zal merken, het is er al met al nogal duister in die taverna.

Twee dagen pandemonium verder zijn de uitnodigingen de deur uit en liggen de naambadges keurig klaar.

En ja hoor, het was een perfect eclectische bende altogether, het kleurrijke kruim dat een paradijselijk eiland pleegt te bevolken. Zij kwamen uit Finland, uit Zanzibar, uit Canada, uit de VS, uit Vlaanderen en Nederland, uit Ierland, uit Italië, uit Hongarije, uit Australië en uit Turkije. En uit Griekenland.

Er was zowaar ook een Brit, eentje maar. Boss delft voor een keer het onderspit. Britannia rules.

 

Afbeelding