Categorie: Village Colours

Het Liftende Buufje

devon-janse-van-rensburg-JJf8DJ0a-ow-unsplash

Daar staat zij, oud en in het zwart gebogen, pal in het midden van de straat en heftig met haar wandelstok zwaaiend, net als ik de heuvel kom afgestormd en dus niet zo meteen ter plekke stil kan staan.

Naar Kato Gouves rij ik“, zeg ik haar voor alle duidelijkheid, terwijl ik mij buig naar de passagierskant om het portier te openen. Die moeite had ik mij kunnen besparen, zij zit al.

Kato Gouves. Paris farmakio?” pols ik voorzichtig. De apotheek van Paris is hier namelijk de landmark en gezien de wild om zich heen slaande crisisgevolgen, ga ik er automatisch van uit dat zij daar moet zijn.

Je zou enige reactie verwachten. Niet dus. Zij vertrouwt de expats niet, zoveel wordt mij duidelijk. Of misschien is zij wel doofstom? Wat volgt, laat zich raden. I’ve been there. Als een razende begint zij tijdens de rit op haar borst te kloppen en kruistekens te maken. Ik voel mijn waardigheid afsterven.

Ik stop aan het kruispunt. “Kato Gouves, farmakio!” gil ik. Zoals een buschauffeur zijn eindhalte omroept. Geen beweging in het mensje te krijgen. Duidelijk niet de minste intentie om uit te stappen.

Zij strekt haar arm naar links. “Gournes!“, roept zij. Niks doofstom. Ik schud mijn hoofd : “Ochi!“, en strek mijn arm naar rechts. “Hersonisso!“. Zij naar links : “Gournes!”.

Ik probeer haar, bijna wanhopig nu, uit te leggen dat ik helemaal niet in Gournes moet zijn. Even toch twijfel ik, of ik haar tot Gournes zou brengen, maar begraaf de hulpvaardige gedachte, bij nader inzien.

Wij blijven, afwisselend armstrekkend, op het kruispunt staan. Dikke tien minuten later stapt zij, zeer onwillig, bijna boos, uit en slaat met een onvermoede kracht met haar wandelstok op de motorkap.

Een volgende keer is mijn naam haas.

Bazaar Trottoir

Eigenlijk ben ik blij, dat hij vanmorgen – bij hoge uitzondering – Griekse muziek door zijn zelfineengeknutselde, roestige omroepsysteem laat knallen. De groentenboer heeft namelijk zo’n naargeestige, diepe grafstem, dat het vermoeden je steevast bekruipt, dat zijn warm aanbevolen aardappelen, zijn tomaten, zijn broccoli en zijn tutti frutti op sterven na dood zijn en het verrottingsproces reeds is ingetreden.

Onze straatventer is een norse, oude man met een witte zeehondensnor en niet bereid tot compromissen. Ik liet mijn oog op de aardappelen vallen. “Tien kilo” zei hij. Met die grafstem van hem. Hij tilde de zak uit de truck. Nu was ik niet meteen van plan om het ganse dorp uit te nodigen op frietjes met stoverij, dus vroeg ik of vijf kilo ook kon. “Ochi”, een langgerekt Kretenzisch “neen”. Ik zocht houvast bij zijn vrouw, die hun akkeropbrengst aan een andere, mij totaal onbekende, vreemde vrouw probeerde te verlappen.

Een ingehuurde oppas voor een van de zieke eeuwelingen in het dorp, dacht ik meteen. Nooit eerder gezien. De manier waarop zij mij tergend langzaam, minutenlang, van kop tot teen scrutineerde, terwijl het groentenvrouwtje achtereenvolgens bloemkool, witte bonen en wortelen voor haar neus zwaaide en zij er zelfs niet op reageerde, maakte mij angstig.

Wegwezen, flitste het door mijn hoofd. Ik heb de twee huiveringwekkende confrontaties met dreigende, briesende dorpelingen nog steeds niet verteerd. IJlings grabbel ik wat snijbonen, prei en selder bij elkaar, betaal 4 euro en maak mij uit de voeten.

Het wordt een lentesoepje vanavond.

Nieuwe Bezems

Foto’s Manos Travagiakis

Het was wachten op een nieuwe burgemeester in Hersonissos om het wijdverspreid sluikstorten in Gouves en deelgemeenten (Koxari, Skoteino, Voritsio en Charaso) eindelijk eens grondig aan te pakken. Zwaar materieel werd ingezet om tonnen vuilnis langs straten, bermen en braakliggende gronden op te ruimen.

Er werd alom gejuicht en een zucht van verlichting geslaakt. Wel, gedurende een paar dagen althans.

Driemaal is scheepsrecht

Zonder meer erbarmelijk was het gesteld met het hekwerk rond ons groot terras. Een paar ellendige winters hadden loszittende verf en oprukkend roest achtergelaten. Het was een doorn in Grom’s oog, die, wegens drie maanden in zuurstoftherapie, de aanzienlijke schilderklus zelf niet meer kon klaren.

Ik vatte de oude Apostolis, die de laatste hand legde aan een job bij de buren, bij de kraag. Bekwaam huisjesschilder en -melker als hij is, kwam hij een kijkje nemen, schatte de nodige werktijd in, en zou dit varkentje voor ons wel even wassen voor 100 euro zwart. Op zaterdag konden wij hem verwachten. Hij daagde echter niet op.

Dan maar een plaatselijke bouwondernemer gecontacteerd, die zou vast wel een zo mogelijk nog bekwamere vakman op zijn loonlijst hebben staan. Maar de beoogde Valmir had er geen zin in.

Toen er vorige week een man aan ons hekken stond te rammelen met de vraag onze wagen te verplaatsen, daar hij een nabij muurtje moest schilderen, zag Grom zijn kans schoon. Glunderend, ene Stelios in zijn kielzog, sleurde hij de man het terras op, goot hem een kafedaki op, bezong in zijn koetergrieks diens vermoedelijke kwaliteiten en gooide het zowaar op een akkoordje. Meer nog, Stelios zou ons hekken, dat eigenlijk geen extra laag nodig had, er in één adem wel even bijnemen.

Geluk kan al eens in een verfkwast schuilen. Zoals beloofd, daagde Stelios op en leverde kwalitatief hoogstaand werk af. Sterker nog, ook de relingen naast het hekken stak hij (ongevraagd) in het blauwe kleurtje.

Wij zijn nog steeds niet van onze verbazing bekomen. Acht uren werk, 60 euro. Z.e.s.t.i.g euro! Ik heb Stelios opgenomen in mijn Eervolle-Vermeldingen-Galerij en vraag mij af of de gevel volgend jaar niet onder handen moet genomen worden.

“Ik Heb Het Gestolen”

Het “Theater van Kreta” slaat vanavond haar tenten op in ons dorp voor het opvoeren van de komedie “Ik Heb Het Gestolen” (I klepsa).

Het stuk speelt zich (natuurlijk) af op Kreta, en de hele zaak, zoals blijkt uit de titel van het stuk, betreft de “diefstal” van een vreemd koppeltje dat besloot, in afwezigheid van hun ouders, hun lot in eigen handen te nemen. “Nul en geen schaamte aan de bruidegom, geen onrecht aan de bruid” zegt de vader van de bruid op een gegeven moment, hiermee volledig het karakter van het paar schetsend. De roddels in het dorp komen de vrienden ter ore en de botsingen beginnen…

Aan het voltallige theatergezelschap te zien en geheel in lijn met de aard van de eilandbewoners, zal het er uiterst luidruchtig en beweeglijk aan toe gaan, iets wat mijn dorpsgenoten ten zeerste zullen appreciëren.

Het droeve leven van Lemonia III

Trouwe volgelingen van mijn gekrabbel zullen zich ongetwijfeld de haat-liefdeverhouding, die ik met mijn weerbarstige Lemonia heb, herinneren.

De totebel presteerde het, mijn (nochtans oeverloos) geduld en gepopel te weerstaan en gunde mij verder geen enkele nakomeling meer. Zij tekende hiermede haar doodvonnis.

Met niet minder dan misplaatste fierheid kondigde Grom immers aan, dat hij een nieuwe gardener had gevonden, die alle gewas in en op onze patio eens deskundig onder handen zou nemen, lees : uitroeien. Aggelos heette de nieuwe engel, die meteen kwam aanrukken met een lichte vrachtwagen nieuwe planten, een lading keramieken potten en hopen tuinaarde, van het soort waar je zelfs met een klopboormachine geen litertje water doorheen krijgt. En o ja, met een nieuwe Lemonia, nummer 3 dus.

Met een beroepsernst, bij mijn weten enkel op Kreta te bespeuren (wat mij bijgevolg nog wantrouwiger maakte), verzekerde Aggelos ons, dat wij over dit citroenenboompje over afzienbare tijd enkel lof zouden uitbazuinen. Meer zelfs, dit unieke exemplaar zou ons tweemaal per jaar voorzien van tonnen citroenen.

Niks van dit alles. Helemaal ongevoelig bleef ook dit mispunt voor mijn stille hoop. Groeien deed zij wel, opende bij tijd en wijle zelfs een paar schuchtere witte bloemetjes, gegeneerd als zij (vermoedelijk) was door mijn niet-aflatende goede zorgen, fikse aansporingen en liefdevolle aanrakingen.

Ik besloot haar verder geen blik meer te gunnen. En zie, plots hangt daar zoiets als een prille citroen tussen de bladeren. Eentje. Twee centimeter troostprijs.

Het kan mij geen barst meer schelen. En dat geldt zowaar eveneens voor Lemonia III. Zij heeft immers uit represaille haar meest vervaarlijke stekels opgezet.