Categorie: Village Colours

“Ik Heb Het Gestolen”

Het “Theater van Kreta” slaat vanavond haar tenten op in ons dorp voor het opvoeren van de komedie “Ik Heb Het Gestolen” (I klepsa).

Het stuk speelt zich (natuurlijk) af op Kreta, en de hele zaak, zoals blijkt uit de titel van het stuk, betreft de “diefstal” van een vreemd koppeltje dat besloot, in afwezigheid van hun ouders, hun lot in eigen handen te nemen. “Nul en geen schaamte aan de bruidegom, geen onrecht aan de bruid” zegt de vader van de bruid op een gegeven moment, hiermee volledig het karakter van het paar schetsend. De roddels in het dorp komen de vrienden ter ore en de botsingen beginnen…

Aan het voltallige theatergezelschap te zien en geheel in lijn met de aard van de eilandbewoners, zal het er uiterst luidruchtig en beweeglijk aan toe gaan, iets wat mijn dorpsgenoten ten zeerste zullen appreciëren.

Het droeve leven van Lemonia III

Trouwe volgelingen van mijn gekrabbel zullen zich ongetwijfeld de haat-liefdeverhouding, die ik met mijn weerbarstige Lemonia heb, herinneren.

De totebel presteerde het, mijn (nochtans oeverloos) geduld en gepopel te weerstaan en gunde mij verder geen enkele nakomeling meer. Zij tekende hiermede haar doodvonnis.

Met niet minder dan misplaatste fierheid kondigde Grom immers aan, dat hij een nieuwe gardener had gevonden, die alle gewas in en op onze patio eens deskundig onder handen zou nemen, lees : uitroeien. Aggelos heette de nieuwe engel, die meteen kwam aanrukken met een lichte vrachtwagen nieuwe planten, een lading keramieken potten en hopen tuinaarde, van het soort waar je zelfs met een klopboormachine geen litertje water doorheen krijgt. En o ja, met een nieuwe Lemonia, nummer 3 dus.

Met een beroepsernst, bij mijn weten enkel op Kreta te bespeuren (wat mij bijgevolg nog wantrouwiger maakte), verzekerde Aggelos ons, dat wij over dit citroenenboompje over afzienbare tijd enkel lof zouden uitbazuinen. Meer zelfs, dit unieke exemplaar zou ons tweemaal per jaar voorzien van tonnen citroenen.

Niks van dit alles. Helemaal ongevoelig bleef ook dit mispunt voor mijn stille hoop. Groeien deed zij wel, opende bij tijd en wijle zelfs een paar schuchtere witte bloemetjes, gegeneerd als zij (vermoedelijk) was door mijn niet-aflatende goede zorgen, fikse aansporingen en liefdevolle aanrakingen.

Ik besloot haar verder geen blik meer te gunnen. En zie, plots hangt daar zoiets als een prille citroen tussen de bladeren. Eentje. Twee centimeter troostprijs.

Het kan mij geen barst meer schelen. En dat geldt zowaar eveneens voor Lemonia III. Zij heeft immers uit represaille haar meest vervaarlijke stekels opgezet.

De Bank des Aanstoots

studio-07-2018-2

De dorpelingen moeten ze niet, de naar het mainland uitgeweken Kretenzers, die zich nu hoogmoedig “Atheners” noemen en elk jaar rond deze periode naar het eiland afzakken om hier ter plaatse te controleren of hun ouders en andere erflaters nog min of meer in leven zijn, erfenissen te regelen, eigendommen of grond te kopen of – meer toepasselijk – te verkopen, en vooral het vuur brandend te houden onder oude familievetes.
Mondaine Irini, de buurvrouw die haar met hondendrollen bedekte geboortegrond met zwaaiende rokken achter zich liet toen een Atheense politieman haar pad kruiste, is er niet meer bij dit jaar. Zij overleed 6 maanden geleden aan de ziekte die haar lichaam al ettelijke jaren voor zich opeiste en ten slotte geheel opvrat.
Afgelopen zondag hebben wij en de Athens Connection haar herdacht in ons kleine kerkje. Geen levende ziel ontbrak op de afscheidsdienst, noch op het samenzijn dat haar man en kinderen achteraf in ons plaatselijk volkslokaal hadden voorzien. Een geweldige opkomst voor iemand die – welbeschouwd – niet erg geliefd was.
Boss vond het herhaald kalimera zeggen, op de schouder kloppen, op de wangen zoenen, wat woorden wisselen en het naar bekenden wuiven al snel welletjes en te warm. Vanuit mijn ooghoek zag ik hem naar buiten verdwijnen, met een gezwinde stap die je van iemand met zware ademhalingsproblemen niet direkt zou verwachten.
Een vreemde, ruwe Griekse man trok plots aan mijn arm en hield zijn mobieltje onder mijn neus.
Of die bank van ons was?” Ik herkende de bank die Boss naast zijn studio had laten plaatsen om te vermijden dat iemand er zou parkeren. Stevig vastgezet in het beton is het ding ook nog, stel dat iemand ermee zou gaan lopen.
Toen ik dit beaamde en vroeg wat in hemelsnaam zijn probleem was, ging de man helemaal uit zijn dak. Dat dit een straat was, en dat hij de eigenaar was van het (bijna ingestorte) huis iets verderop en dat hij meteen de politie zou bellen als die bank niet illico werd weggehaald.”
Officieel staat de bank van Boss inderdaad op de openbare weg, dat wist hij en hij hield er rekening mee dat de bank zou moeten weggehaald worden als er iemand (figuurlijk dan) zou over vallen.
De boze man hebben wij in de afgelopen 12 jaar nooit gezien, de weg naar “zijn huis” was totaal onbegaanbaar en ongebruikt tot wij de studio en de omgeving begonnen te restaureren en op te kuisen.
stu1
Ik denk dat ik met die politiemannen even een deftig praatje zal slaan. Op die bank.

Een Broodje Ochtendzoenen

greekbreaddaktyla

Mijn euromuntje heb ik klaargelegd en mijn hekken alvast geopend, want je moet goddomme van de rappe zijn als de bakker-op-wielen in de straat verschijnt. Of de man heeft bijberoepen, of hij is belastingsschuw. Ik ren dan ook als bezeten de straat op als ik het vertrouwde getoeter hoor. Te oordelen naar het geluid van knarsende deuren links en rechts, spurt zowat de hele straat op zijn busje af. De zwarte weduwen gaan voor en worden op hun stoep bediend, ik moet al van ver en voldoende luid  kalimera hijgen wil ik mijn komst aankondigen en aldus nog aan mijn dagelijks brood geraken.

Een uitgebreide keuze heeft mijn mobiele bakker niet. Geen enkele keuze eigenlijk, behalve dan het vertrouwde daktyla, een bruikbaar alternatief als je vergeet bread op je boodschappenlijst te schrijven. Roze plastic zakje errond en de man verdwijnt al net zo snel als hij gekomen is.

Volgt dan het rondje ochtendzoenen. Kalimera sas heb ik al geroepen en in mijn vlucht ook mijn jongere buuf Vasso gegroet, die snel een knopenloze ochtendjas over haar nachtpon heeft geslagen, gevraagd hoe het met haar ging en geantwoord hoe het met mij ging. Wij zoenen elkaar op de wangen, zij als een gietijzeren standbeeld wegens dat gebrek aan knopen.  Buuf Eleni mag ik ook niet overslaan, dat verwacht zij gewoon. Net als de andere oudjes, hunkerend naar wat genegenheid.

Voor het eerst merk ik het vrouwtje op, dat pas haar intrek heeft genomen in een fraai gerenoveerd huisje, samen met een uiterst irritante hond, die nooit heeft geleerd zijn bek te houden.  Vooraleer ik ook haar wil gaan zoenen terwijl ik nu toch bezig ben, vraag ik mij af of zij weet dat ik wel eens water naar haar mormel durf te gooien. Ik feliciteer haar met haar huisje dat er zo piekfijn bij staat. Waarop zij mij, een en al verrukking, het huis insleept en een rondleiding geeft langs alle kamers en kasten. Wat ik al vreesde, kwam ook. Of ik een koffie lustte? Ach, die déjà vu ! Met een – naar ik hoop – geloofwaardig droef gezicht, verzeker ik haar dat ik net mijn ontbijt-met-koffie op heb.

Ik heb wijselijk verzwegen dat ik geen brood in huis had.

 

 

 

Er staat een paard…

IMG_6904
Een gehavende Bambi als de herfst nadert

I can’t believe I’m doing this“. Elk jaar opnieuw, als de zomer in aantocht is, herhaal ik – luid genoeg – dezelfde zin, terwijl ik Bambi bij de achterste poten grijp en hem, stuntelend achter Boss, dwars door het hele huis, terugplaats in zijn natuurlijke habitat.

Bambi is een heus kunstwerk, een houten balk op stelten, een zwaargewicht, goed gedraaid van oren en poten. In ontmantelde toestand en dik ingeduffeld in noppenfolie, maakte hij jaren geleden in woelige wateren de overtocht van het UK naar zijn vaste plek op ons Kretenzisch terras. Het kunstwerk moet een paard voorstellen, dat ziet het kleinste kind. Dat wij het echter Bambi noemen, is enkel het bewijs van de open mindset van de eigenaar, die steevast beweert dat het een ezel is.

Als de herfst op zijn einde loopt, en Bambi in zijn naaktheid gegeseld wordt door zware regenbuien en harde windstoten, wordt hij met liefde en zorg naar binnen gehaald. Hij brengt namelijk de winter door in mijn keuken. Dik tegen mijn zin. Het onfortuinlijke beest neemt veel plaats in en hindert gruwelijk de natuurlijke flow van dit huis en van mij. Ik laat dan ook niet na mijn ongenoegen te uiten door er dagelijks mijn vochtige vaatdoeken over te gooien.

Mijn opluchting is dan ook onbeschrijfelijk als Boss besluit Bambi – voor zijn terugkeer naar het terras – zijn jaarlijkse schoonheidsbehandeling te geven. De krullende vernislaag wordt weggenomen, gaatjes worden opgevuld, het hele lijf wordt grondig opgeschuurd en ingesmeerd met een speciaal daartoe overgevlogen wax. Zoveel tender care valt mij zelfs niet te beurt.

IMG_6941
Bambi na zijn schoonheidsbehandeling

En zo tuurt Bambi alweer naar de zee en ik naar een lege keuken. Voorlopig nog wel. Een mens moet immers genadeloos prioriteiten stellen.