Tag: Boos

Don’t shout at me!


Van mensen met een niet-curatieve plasdrang zou je toch verwachten,
dat zij het fatsoen hebben om in een vliegtuig niet met alle geweld
aan het raampje te willen zitten.

Dit als natrap aan het vrouwmens met zwakke blaas, dat mij en de boss
elf maal heen en terug heeft verplicht mijn gordel los te klikken,
naar mijn schoenen onder de zetel te zoeken, mijn kindle weg te stoppen,
evenwichtig en gracieus recht te komen en mijn buikspieren in te krimpen.
En aan wie ik hierover geen opmerking durfde te maken, nu eenmaal het mens
zijnde, dat qua aangename persoonlijkheidskenmerken enkel in superlatieven
valt te omschrijven.

I am pissed off. Ik voel mij als het worstje van de hotdog, geprangd tussen
een ijverige druppeltrees rechts en een archiboze boss links, die beiden
uiteraard beslag hebben gelegd op de armsteunen. Ik zwijg als vermoord, je
zal uit mijn pas opgekalefaterde mond geen zuchtje horen, want de boss is
al een paar uren uiterst ontstemd en ik dus ook.

Ik had de bui niet zien hangen. Als razende gekken hadden wij de laatste
koffer à la dernière minute nog gepakt en middels mijn achterwerk potdicht
gekregen en aan het vliegveld de wagen geparkeerd waar het niet mocht.
Niks ongewoons voor ons dus.

Het is 5 u in de ochtend en op de vijf meisjes aan de check-in balies na, is
de vertrekhal van Heraklion Airport totaal verlaten. Boss stevent met zijn
handbagage op het kind van Cyprusair af, mij en twee koffers in zijn energiek
kielzog.

Ik hijg met verhoogde bloeddruk : “I think you’re mistaken, boss. We’ve booked
with Aegean“.
Hij hoort mij niet. Haalt al kalimera-end zijn papieren boven, waarop het lieve
kind met de slaapkorreltjes nog in de ooghoek, hem op zijn vergissing wijst.
Het dringt nog altijd niet tot hem door.
Ik kom het meisje ter hulp : “We need the Aegean check-in, boss. This is
Cyprusair”.

Het galmt door de lege hal, vijf hoofden draaien zich verschrikt om als een
diepgekwetste egotripper zich woedend tot mij richt : “Don’t shout at me!
I promise you, if you ever shout at me again, you will never see me again!”

Ik sta perplex. Ik heb helemaal niet geroepen, noch heb ik ooit de boss zo
horen tekeergaan. Totaal verveeld en diep verontwaardigd, hou ik mijn kop.
Vraag me af, of ik de reis niet beter alleen zou verderzetten.
Of ik met dezen tiep überhaupt nog twee weken naar Parijs en Gent wil.
Of hij deze ochtend zijn medicatie wel heeft ingenomen.

Koffie slurpend en kettingrokend heb ik buiten op een bankje de zon
zien opgaan en het leven zien verder gaan, veilig een halve mijl bij
hem vandaan.

In alle stilte is de vlucht verlopen. Ik heb mij ernstig verdiept in het overigens
oerstomme verhaal “Fatal Compulsions”. Hij heeft geslapen.

Toen wij in Parijs landden, sprak hij weer. Het klonk als een belofte.

Afbeelding