Tag: Kreta

Overgeslagen Generatie

Het aantal verkeersdoden in Kreta neemt angstwekkend toe. Dit jaar liep het aantal reeds op tot 47, een toename met 50% in vergelijking tot vorig jaar. De helft van de doden is jonger dan 35.

Uit een politierapport blijkt, dat Europa in 2018 gemiddeld 54 verkeersdoden per miljoen mensen telde, Griekenland 68.

Met 620.000 Kretenzers en reeds 47 verkeersdoden dit jaar, zullen wij hoogstwaarschijnlijk een score van 100 doden per miljoen bereiken.
De belangrijkste doodsoorzaken zijn overmoed, alcohol en drugs. Onder de verkeersdoden vallen nauwelijks toeristen, die houden zich doorgaans aan de verkeersregels.

De roep om veiligere en betere wegen, handhaving van de verkeerswetgeving en meer controles door de politie en de autoriteiten wordt steeds luider.

In de afgelopen 50 jaar, vonden 120.000 mensen de dood op de Griekse wegen, 350.000 hielden aan een verkeersongeval een blijvende handicap over en meer dan 2 miljoen mensen werden gewond. Een hele generatie werd aldus op dramatische wijze overgeslagen.


Strandkwal(l)en

“Are you an artist?”

Ik heb de vraag niet eens gehoord. De klanken worden opgezogen door de wind, die speels door de rieten parasol rammelt, en de witte golven die schuimig een kluwen zeewier over de keitjes rollen.

De man staat een paar passen van mijn strandbed en herhaalt zijn vraag. Eigenlijk is die vraag niet bijster origineel, ik zit bij afwisseling wat te schetsen, nadat ik Pompeii heb uitgelezen en derhalve al een paar dagen angstvallig de bewegingen en de kleur van de zee in de gaten heb gehouden, de vlucht van de vogels heb geanalyseerd, de geluidssterkte van de wind heb vergeleken en verdachte watermuren aan de horizon heb liggen afspeuren.

“No, I am not. He is the artist.”

Hij volgt mijn hoofdknik en blik richting Grom, die uitgeteld aan mijn voeten ligt, waar hij zijn lounger haaks op de mijne heeft geplaatst. Hij heeft zijn oortjes in, luisterend naar krek dezelfde deuntjes als tien jaar geleden. Ik heb het altijd een excentrieke gewoonte gevonden, er valt immers zoveel te beleven op een stukje strand waar allerlei vreemde snuiters naast elkaar krioelen als mieren rond een korreltje aardappelchips. If you need music on the beach, you’re missing the point.

Een vlugge blik op de roerloze Grom aan mijn voeteneinde is niet van aard om de man bruusk af te remmen. Ongegeneerd en (vooral) ongevraagd, vertelt hij honderduit over het wanneer, het hoe en het waarom van zijn aanwezigheid op deze idyllische plek. Na een tiental minuten voelt hij het nijpend gebrek aan weerwoord van mijn kant en stapt op.

“What was this all about?” vraagt Grom, bij wie nu enige doorbloeding te merken is. Ik toon hem de frêle vrouwenfiguur die ik geschetst heb. Hij snuift, neemt het tekenblok uit mijn handen en zet in no time een vrouwenhoofd op papier. Medusa, hard, gevoelloos, monsterlijk.

Ik fluister hem toe, dat dit de lelijkste tekening is, die hij ooit heeft gemaakt.

Ochtendgetril

Het is moeilijk wennen aan een aardbeving, vooral als het epicentrum zich op nauwelijks 7 kilometer van je voordeur bevindt.

Het was nog vroeg in de ochtend toen, in een soort gebrom, een en ander danig begon te schudden en te schuiven in het kamertje waar ik zat. Het valt me nu op, dat aardbevingen zich meestal voordoen als ik zit. En dat ik van het soort ben, dat blijft zitten. Mij zal je niet als een gebeten hond zien rechtveren of een spurtje naar buiten inzetten, neen, ik blijf gewoon stoïcijns op m’n krent zitten tot de bui overwaait.

Niet zo Grom, die nog in een diepe slaap lag en, door de trillende wereld gewekt, als koeiengek opsprong en naar buiten holde, terwijl hij vergeefs trachtte het laken Socratesgewijs om zijn lichaam te slaan.

Na hooguit een tiental seconden herwon de natuur haar kalmte, er viel geen schade te noteren.

Bedenk echter wat een straf verhaal de toeristen aan de thuisblijvers zullen opdissen…

Cretexit

IMG_5069

Met wat wikken en wegen, zit je nu wel netjes onder het toegestane gewicht. Daarna heb je nieuwe, kleurige adreslabels aan je reiskoffers gehangen, ditmaal met Union Jack en bloemetjes erop. Met grote tegenzin heb je die verdomd dikke mantel in je handbagage gepropt, want het zal koud zijn bij aankomst in Brussel. En het zal regenen. Je ziet de landingsbaan van de Nikos Kazantzakis luchthaven voor je opdoemen en je vraagt je af, wat je bezielt om je eiland voor een paar weken uit je lijf en je gedachten te bannen. Net nu de zon zo gewillig de kwade winter uit de aarde drijft en haar stralen de ingeslapen oerdrift opnieuw tot leven wekken. Je bent zwijgzaam, overgelaten aan de gedachten die vooruitsnellen, die voor jou al ter bestemming zijn. Daar zijn je armen, om je kinderen geslagen, hun warmte stroomt door je lijf. Daar is de natte zoen van je kleinkind, zo groot inmiddels. Daar voel je de nieuwe baby, die je nog enkel op het scherm kon bewonderen. Daar overvalt diep gekoesterd geluk je en je ervaart opnieuw wat je reeds wist, dat is wat je bezielt. Je hijst je koffers uit de wagen en stapt de vertrekhal in. Samen met jou, kunnen de uren nu niet snel genoeg vliegen.

De Paleisrevolutie

Afbeelding

Was de oktoberbijeenkomst van de internationale boekenleesclub in de alom geprezen kunsttempel van de Boss een succes te noemen, de novembereditie daarentegen dreigde op een regelrechte catastrofe uit te draaien. Aan de opkomst lag het niet, de uitnodiging vermeldde immers dat er “nibbles van Babette” en een “cherry chocolate cake van Boss” zou geserveerd worden, wat een extra toeloop van uitgehongerde expats aan de tafel bracht. Daar waar Babette zich ruim een halve dag in de keuken had verschanst voor haar “nibbles“, had de Boss zich beperkt tot het kiezen en aankopen van zijn taart en had Babette die, met de andere aankopen, achter zich aan gesleept.

De Boss, als zelfverklaarde drijvende motor, staat in voor de drankjes en brengt nu, na heel wat nerveus heen en weer geloop, ter verwelkoming zijn glas tot neushoogte. “Of iedereen zijn drankje heeft?” Hij is het mijne vergeten. Het oepsmoment verdwijnt achter het neerslaan van de veelzeggende blikken om mij heen. Ruimbemeten Leen, de locovoorzitter van deze meeting, zit rechtover de Boss, strijdlustig als steeds om hem uit het zadel te lichten, en heeft, vreemd genoeg, ter versterking haar Griekse hubby meegebracht, die (net zo min als ik) het boek van de maand niet heeft gelezen. Ik ga ervan uit, dat wij beiden ons zo ook wel iets kunnen voorstellen bij honderd jaar eenzaamheid.

Het gaat al meteen grondig mis bij de inleidende vraag, waar onze bijdrage voor Ann, een overleden lid van onze club, heen moet. Met het verzoek van haar dochter, onze storting over te maken aan het Engels tehuis waar zij werd verzorgd, ging iedereen al bij de vorige vergadering akkoord. Nu vindt Leen in een laat-semi-patriottische opwelling dat de homeless in Athens daar meer behoefte aan zouden hebben. Maar Boss komt niet op beslissingen terug en poor Ann zal nu ongetwijfeld rest in peace in de wetenschap dat Leen bakzeil heeft gehaald.

“Right. Can we now proceed with One Hundred Years…”  Leen geeft zich evenwel niet zo snel gewonnen, zelfs als zij daarvoor de jarenlange solitude van haar lievelingsauteur nog even moet rekken. In een verwoede poging, alsnog haar coup d’état door te drukken, werpt zij op, dat, naar haar bescheiden mening, de leden onvoldoende informatie krijgen en deze verheffende, doch, zoals zij terdege beseft, tijdrovende taak het best naar haar zou worden overgeheveld. Ik zie de ergernis van de Boss, die hiervoor instaat, to the next level stijgen en zijn stuk cherry chocolate cake halverwege zijn slokdarm stoppen. Het is een gratuite bewering, daar is iedereen het over eens, maar de deuk is er.

Hij herstelt zich. “Right. Can we now proceed with One Hundred Years…” Het geduld van het boekminnend clubje is op. De taart en de nibbles ook. Leen geeft met een verbeten trekje een monoloog weg, dat zij heeft gepikt van The New York Times. Niemand waagt het nog, erop te reageren. “In his book, Màrquez is wise enough not to offer excuses”.

Bij het buitengaan heeft Leen de Boss niet eens gegroet.