Tag: Kreta

Cretexit

IMG_5069

Met wat wikken en wegen, zit je nu wel netjes onder het toegestane gewicht. Daarna heb je nieuwe, kleurige adreslabels aan je reiskoffers gehangen, ditmaal met Union Jack en bloemetjes erop. Met grote tegenzin heb je die verdomd dikke mantel in je handbagage gepropt, want het zal koud zijn bij aankomst in Brussel. En het zal regenen. Je ziet de landingsbaan van de Nikos Kazantzakis luchthaven voor je opdoemen en je vraagt je af, wat je bezielt om je eiland voor een paar weken uit je lijf en je gedachten te bannen. Net nu de zon zo gewillig de kwade winter uit de aarde drijft en haar stralen de ingeslapen oerdrift opnieuw tot leven wekken. Je bent zwijgzaam, overgelaten aan de gedachten die vooruitsnellen, die voor jou al ter bestemming zijn. Daar zijn je armen, om je kinderen geslagen, hun warmte stroomt door je lijf. Daar is de natte zoen van je kleinkind, zo groot inmiddels. Daar voel je de nieuwe baby, die je nog enkel op het scherm kon bewonderen. Daar overvalt diep gekoesterd geluk je en je ervaart opnieuw wat je reeds wist, dat is wat je bezielt. Je hijst je koffers uit de wagen en stapt de vertrekhal in. Samen met jou, kunnen de uren nu niet snel genoeg vliegen.

De Paleisrevolutie

Afbeelding

Was de oktoberbijeenkomst van de internationale boekenleesclub in de alom geprezen kunsttempel van de Boss een succes te noemen, de novembereditie daarentegen dreigde op een regelrechte catastrofe uit te draaien. Aan de opkomst lag het niet, de uitnodiging vermeldde immers dat er “nibbles van Babette” en een “cherry chocolate cake van Boss” zou geserveerd worden, wat een extra toeloop van uitgehongerde expats aan de tafel bracht. Daar waar Babette zich ruim een halve dag in de keuken had verschanst voor haar “nibbles“, had de Boss zich beperkt tot het kiezen en aankopen van zijn taart en had Babette die, met de andere aankopen, achter zich aan gesleept.

De Boss, als zelfverklaarde drijvende motor, staat in voor de drankjes en brengt nu, na heel wat nerveus heen en weer geloop, ter verwelkoming zijn glas tot neushoogte. “Of iedereen zijn drankje heeft?” Hij is het mijne vergeten. Het oepsmoment verdwijnt achter het neerslaan van de veelzeggende blikken om mij heen. Ruimbemeten Leen, de locovoorzitter van deze meeting, zit rechtover de Boss, strijdlustig als steeds om hem uit het zadel te lichten, en heeft, vreemd genoeg, ter versterking haar Griekse hubby meegebracht, die (net zo min als ik) het boek van de maand niet heeft gelezen. Ik ga ervan uit, dat wij beiden ons zo ook wel iets kunnen voorstellen bij honderd jaar eenzaamheid.

Het gaat al meteen grondig mis bij de inleidende vraag, waar onze bijdrage voor Ann, een overleden lid van onze club, heen moet. Met het verzoek van haar dochter, onze storting over te maken aan het Engels tehuis waar zij werd verzorgd, ging iedereen al bij de vorige vergadering akkoord. Nu vindt Leen in een laat-semi-patriottische opwelling dat de homeless in Athens daar meer behoefte aan zouden hebben. Maar Boss komt niet op beslissingen terug en poor Ann zal nu ongetwijfeld rest in peace in de wetenschap dat Leen bakzeil heeft gehaald.

“Right. Can we now proceed with One Hundred Years…”  Leen geeft zich evenwel niet zo snel gewonnen, zelfs als zij daarvoor de jarenlange solitude van haar lievelingsauteur nog even moet rekken. In een verwoede poging, alsnog haar coup d’état door te drukken, werpt zij op, dat, naar haar bescheiden mening, de leden onvoldoende informatie krijgen en deze verheffende, doch, zoals zij terdege beseft, tijdrovende taak het best naar haar zou worden overgeheveld. Ik zie de ergernis van de Boss, die hiervoor instaat, to the next level stijgen en zijn stuk cherry chocolate cake halverwege zijn slokdarm stoppen. Het is een gratuite bewering, daar is iedereen het over eens, maar de deuk is er.

Hij herstelt zich. “Right. Can we now proceed with One Hundred Years…” Het geduld van het boekminnend clubje is op. De taart en de nibbles ook. Leen geeft met een verbeten trekje een monoloog weg, dat zij heeft gepikt van The New York Times. Niemand waagt het nog, erop te reageren. “In his book, Màrquez is wise enough not to offer excuses”.

Bij het buitengaan heeft Leen de Boss niet eens gegroet.

Kala Christougenna !

Afbeelding

Het is altijd een vrolijke en drukke bedoening als op feestdagen ons dorpje overrompeld wordt door de kinderen die hun grootouders een bezoekje komen brengen. Mama’s schreeuwen de bende tot de orde, papa’s maken grapjes en de oudjes glunderen. Er wordt stevig gezoend, uren getafeld en gedronken, de discussies worden heftiger en de gebaren breder naarmate de flessen leger worden. De zon scheen toen ik vanochtend wakker werd. Een enkel wolkje schoof het monotone gezang, dat uit het kabouterkerkje opsteeg,  zacht deinend langs me heen en deed me besluiten, dat de vrede uitgerekend in deze uithoek was neergedaald. Althans voor een paar uren.

Het mag een wonder heten, dat ik, gaandeweg vastgesnoerd aan planningen en agenda’s, nooit vergeet de kerstpakketjes voor de kinderen klaar te zetten. In groeiende mate zelfs, want er kunnen best in het afgelopen jaar een paar ukkies bijgekomen zijn die je niet met lege handjes en luid briesend naar yia yia’s schoot wil terugjagen.

Gerammel aan het hekken. “Miester B.!!! Miester B.!!! Heppie Kriestmess!!!” Mister Boss ligt te slapen en zelfs de Wiener Sängerknaben op volle frequentie veranderen daar niets aan. Het kan inbeelding zijn, maar de zangertjes aan mijn hekken lijken opgelucht mij te zien verschijnen. Ik krijg een privé uitvoering van wat ongetwijfeld de langste kalanta uit hun repertorium moet zijn, de triangels zwaaien heen en weer, eentje heeft zelfs biebergewijs zijn gitaar meegebracht. Ik kijk naar hun onschuld, de verve waarmee zij hun lied brengen, het ware kerstgevoel dat zij met zich dragen, de vreugde die zij uitstralen. En de verrukking op hun gezicht als zij hun pakje krijgen, de oudsten krijgen er nog wat centen bovenop, want een brommer, dat willen zij zo graag.

Als na een halfuurtje een broer en zus, die ook ieder jaar acte de présence geven, achter de hoek verdwenen zijn, woelt Miester B zich wakker. “What was this all about?”

I’ve been touched by angels today“.

Uit het oog

010

Van alle hemelse zegeningen, die in de loop der jaren en in beperkte mate over mijn hoofd zijn uitgestort, is zoiets als een normale gezichtssterkte bedroevend achterwege gebleven. Het is bijna zo ver gekomen, dat ik, om iemand te herkennen binnen een straal van drie meter, op zijn lichaamsgeur dien af te gaan. In elk geval is er voldoende reden voor de Boss om mij a walking disaster te vinden.

Al jaren delen wij dezelfde ruime werktafel in the office. Hij aan een kant, verscholen achter zijn 30 inch screen, luisterend naar zijn   lievelingsmuziek en met een scheef oog de BBC-uitzendingen volgend op een ander scherm. Verder ligt er niks. Niks. Face to face zit ik dan aan de andere kant, in wat hij zeer ten onrechte omschrijft als this terrible mess, een dagelijkse aanslag op zijn compulsieve aard. En laat ik dan, to cap it all, net deze week, duidelijk hoorbaar, knabbelen op die bikkelharde koulourakia, die ik overigens niet eens lust. “I would really like you to move upstairs, Babette, I can’t stand this anymore”.

Dat liet ik mij geen twee keer zeggen. En kijk nu toch eens hoe vreedzaam mijn nieuwe uitzicht is geworden, hoe uitnodigend die stille heuvel aan de overkant. Elke verandering, elke beweging valt me op. De kerel die zijn bijenkorven verplaatst, de man die zijn hond uitlaat, de herder met zijn bonte kudde, het groepje jagers, de zeldzame jeep met stofwolken in zijn zog, ik zie het allemaal. Eigenlijk is het met mijn ogen nog niet zo erg gesteld.

Eindelijk rust!

Afbeelding

 

Negen jaar niets van haar gehoord. Dan plots hoogst ongevraagd door een oud-collega teruggehaald worden naar een tijd die allang de jouwe niet meer is, nou, I didn’t see that one coming. Je gaat ten slotte toch drieduizend kilometer verder wat kluizenieren om dergelijke kanttekeningen in je levensboek weg te stuffen.

“Dag Babette. Een vraagje : onze Anton gaat met pensioen, wij willen een boek maken met “schrijfsels” van collega’s door zijn loopbaan heen. Zin om ook iets voor hem te schrijven?”

Jezusmina, dacht ik meteen. Die moet wel heel erg diep in de fijne kak gezonken zijn om zoiets uitgerekend aan mij te vragen. Dit verzoek grenst aan onwaarschijnlijke rampzaligheid. En wie is Anton eigenlijk? “Onze” Anton dan nog? Ik kan mij niet herinneren ooit wat voor Anton dan ook, de mijne, laat staan de onze, genoemd te hebben. Of welke andere man dan ook, for that matter.

Een boek? Valt er dan zoveel over Anton te schrijven? En ik zou mij die schilferkop gegebenenfalls niet herinneren?

Neen, ik heb er geen zin in. Om de praktische reden dat er over Anton niets te vertellen valt. En mijn “schrijfsel” in dit geval dus onoverkomelijk en volledig terecht in het niets zou verzinken bij de bijdragen die zijn vele collega’s zo driftig lovend zullen gaan verzinnen, althans dat mag ik hopen.

Want Anton bezat de opmerkelijke gave zich totaal onzichtbaar te maken. Een ganse loopbaan van voorzichtigheid, zwijgzaamheid, onderdanigheid, geduld en verveling. Eenmaal slechts ging hij beroepshalve zwaar in de fout, het had hem zijn baan en zijn nu riant pensioen kunnen kosten. Ik heb toen gezwegen, uit collegialiteit. En dit zal hij vast niet in zijn uitzwaaiboek willen terugvinden.

Je zal als nieuw rusten en sterven, Anton.

 

Cut!

063

Geheel in de lijn van zijn credo, dat life has to be about fun and excitement, wou de boss Fedor interviewen, een Rus die gedurende een maand in no less dan paradijselijke omstandigheden wel zijn medewerking wou verlenen aan de organisatie van de jaarlijkse zomerfestiviteiten in de hoofdstad. En Tola, een filmmaakster, zou hierbij van een onschatbare waarde zijn. Dat was zij ook, tot op zekere hoogte. Tola, zo Grieks als la Nana, gaf namelijk een geheel eigen en vooral veel tragere invulling aan de begrippen “Nu!, Onmiddellijk! Gisteren!” die de boss doorgaans pleegt te hanteren, zodat het met beeld, muziek en spraak ingeblikt interview ten langen leste verscheen toen Fedor al voorbereidingen trof om Vadertje Vorst in de schoot van zijn familie te vieren. All of this maakte de boss niet bepaald gelukkig.

Tola heeft geen tijd, ook niet voor hard feelings. Dus vroeg zij enkele maanden later of de boss de rol op zich wou nemen van de kunstgalerijhouder Elliott in een no budget-kortfilm, die Chinees-Australische-Griekse vrienden in de buurt zouden opnemen. Het verhaal ontsnapte hem volledig, op zich niet onoverkomelijk, want dat was er eigenlijk niet. Wèl was er een knappe, jonge hoofdrolspeelster with an attitude en haar boyfriend, met die zou hij in de film te maken krijgen. De amoureuze boyfriend geloofde namelijk rotsvast in het arty kliederwerk van zijn vriendin, Elliott ook, maar zag haar veelbelovende artistieke toekomst dan enkel zonder die boyfriend. Kwalijke opdoffer aan het einde en dat was het zowat. Naast de beloofde fun and excitement.

Neen, u wil beslist niet weten hoeveel uren Boss en Babette aan dit magere script hebben gespendeerd. Hoeveel godgansedagen ik tot kreunens toe met hem de dialogen heb doorgenomen. Met welke death-defying overtuigingskracht ik een van de slotzinnen “F*ck Off, Elliott” telkens wist te brengen.  Drie dagen duurden de opnames, putje winter in een ijskoud huis in Archanes, dat iemand geheel vrijwillig ter beschikking had gesteld daar hij zolang bij zijn ouders zou intrekken, waar er wel verwarming was. Drie dagen, omdat het mooie hoofdrolkind-met-kapsones-en-andere-verplichtingen zich slechts sporadisch liet zien en allang spijt had van haar toegezegde medewerking, wegens de aanwezige cast vermoedelijk. Alles werd nog net even ietsje kutter, toen de boss zeven dagen later nog steeds ziek op bed lag.

Meer budget daarentegen was er voorzien voor de volgende uitdaging. De Dienst voor Toerisme had nog wat onverduisterde liquide middelen en een bevriende inheemse director gevonden en zou een promotiefilm over Kreta gaan draaien. Of de boss zich wou aanbieden bij de casting director voor de rol van filmregisseur? Neen, dat kon hij niet, want een trip naar Chania paste niet in zijn strakke planning. Of hij dan illico wat foto’s kon toesturen? Eentje met hoed, eentje zonder hoed. Eentje met blauw kostuum, eentje met lichtere tint kostuum. Eentje met bijpassende overhemden. Eentje met daarbij passende dassen. Eentje met zwarte schoenen, eentje met bruine schoenen. Boss sloeg aan het fotoshoppen, Babette aan het strijken. Imagine my luck dat zoveel excitement mij verder bespaard is gebleven, daar de opnames zouden plaatshebben net toen wij in het buitenland waren. Boss vond eveneens dat he definitely deserved something funnier than this.

Maar, when you relax, it comes. In de gedaante van Tola alweer, die, gedreven door tomorrow’s deadline, wanhopig op zoek is naar een koppel dat wil figureren in een road movie, en bijna huilend aan de lijn hangt. Vier uurtjes maar, Babette. Een koppel, met small suitcase of backpack, klaar om op vakantie te vertrekken, casual kledij, no flashy colours please. I’ve sent a message to the Boss too. Saturday, aan de haven, see you there!

De vier uurtjes werden er zes. Boss en Babette staan, valiesje aan de hand, op de kade te praten. Of beter nog, Babette staat te praten en Boss knikt minzaam. Deze scène wordt vijfmaal herhaald. Vervolgens, Boss en Babette stappen op het schip, nog steeds pratend, wel, Babette althans, Boss knikt. Wat heeft die toch veel te vertellen, zal iedereen nu denken. Ik ben alsnog zeer opgewekt, per slot van rekening vertrekken wij toch samen op vakantie. Deze scène wordt achtmaal herhaald, mede door het feit dat de (lege) small suitcase van Babette door de felle wind uit haar handen glipt. Onnodig hier aan toe te voegen dat ik in the meantime al helemaal niet meer weet wat te vertellen en de grootste onzin op Boss loslaat.

Na drie uren is er pauze, wij snakken naar een koffie en meerdere peuken. Sprakeloos zijn wij nu. Al helemaal, als blijkt dat het varend personeel nog ligt te slapen, dus éven geduld nog. Het wordt al donker, en erg frisjes bovendien, als de laatste opnames op het bovendek worden gemaakt. Er wordt een terrasje geïmproviseerd (wie gaat nu bij windkracht 9 bovendeks op een terrasje zitten?), enkele tafeltjes met een flesje water en drinkrietjes aangevoerd. Boss en Babette aan een tafeltje, pratend (of wat dacht u) en het watertje een beetje verveeld negerend (welk koppel bestelt nu één drankje? diepgekoeld dan nog?). Aan de geïnteresseerde uitdrukking van de boss te zien, vertel ik hem nu iets totaal nieuws, dit verwarmt mij een beetje. De scène wordt zesmaal herhaald.

En dan klinkt eindelijk het finale Cut! Freeze! Totaal overbodig, dat laatste. De filmploeg is verrukt, wij uitgehongerd. Eerlijk, ik heb er geen woorden voor.