Tag: Relaties

Bevlogen en vervlogen (slot)

Ca ne change pas, un homme.
Un homme, ça vieillit. (J. Hallyday)


Als een gebroken man, zijn rolkoffertje achter zich aanslepend, stapt Ferryman uit het vliegtuig dat hem uit Athene terugbrengt.
Het dient gezegd, die zitjes in de binnenlandse propellerkisten zijn niet erg comfortabel.

Ik wacht hem in Sitia Airport op, ondanks het onwelvoeglijk vroege uur.
Niks is erger dan de tristesse die je overvalt als je thuiskomt en er niemand is om je te verwelkomen.
Daarom.
Bovendien blijft onze loyauteit, zelfs na onze breuk, overeind staan.

Een week verbleef hij in de hoofdstad, “escaping to lick my wounds” had hij er bij zijn vertrek nadrukkelijk aan toegevoegd.
Ik vermoedde meteen a lie, hij had er beslist nog wel andere zaken te regelen.

How are you?” vraag ik niettemin.

I try to feel fine“.

Het klinkt aandoenlijk, niet verwijtend. Wij moeten er beiden om lachen.

Fancy a coffee?” Natuurlijk. Altijd.

Drie terrasjes en het samen overlopen van de meest recente lokale gossip later, is Ferryman helemaal opgekikkerd. Als bij wonder is hij weer helemaal zijn oude zelf.

Are you sure you don’t want to stay a couple of days with me?” fleemt hij, terwijl hij op zijn stoep zijn bagage uit mijn autokoffer haalt.

Ik schud het hoofd. Op mijn leeftijd speel je geen spelletjes meer.

I’m sure“, antwoord ik, terwijl ik de wagen start.

Grieken denken maar aan twee dingen. Het andere is eten.

I will sing for you now

“Laten we zolang mogelijk zingen onderweg,
de weg wordt er minder eentonig door” (Vergilius).

Op de terugweg van Heraklion naar Sitia, ter hoogte van het dorp Skopi, ligt een oude man naast de baan, zijn hoofd op een goedgevulde groot formaat boodschappentas. Je denkt meteen, daar is iets gebeurd.
Hoewel, er gebeurt nooit iets in Skopi.

Voor ik goed en wel op mijn rem ga staan, veert de man recht en rukt het portier open.
Sitia?” vraagt hij onvast. Overbodige vraag, verder dan Sitia leidt deze weg dus niet.

Het duurt wel even voor ik de entertainment- en voedselpakketten, die ik op zo’n lange trip steevast naast me heb liggen, op de achterbank heb gekeild.

Hij neemt plaats, een wolk van ongewassen onfrisheid en rakidampen slaat in mijn gezicht.

Ik draai mijn raampje nu volledig open en vertrouw verder op de goede werking van de Ocean Breeze Car ontgeurder.

Souedia? Ollandia?” vraagt hij. Steeds hetzelfde liedje.
Alsof er in Belgio geen blonde vrouwspersonen rondlopen.

Hij voelt zich duidelijk op z’n gemak, meer dan ik althans.
Kijkt naar de achterbank en vraagt of ik die appel vandaag nog wou opeten.

Neemt een paar flinke happen, kijkt nog eens achterom.
Do you like music?
Of course I do“, antwoord ik naar waarheid, moeilijk er onderuit te komen met de vele cd’s op de achterbank.

I’m a singer.” Opgezwollen fierheid. Onverholen lach in zijn ogen. Verwacht mijn ongeveinsde verrassing.

Oh, are you?

Het startsein is gegeven. Geen houden aan. Jarenlange herinneringen aan plaatsen, data, gelegenheden ratelen aan mij voorbij. Heimwee en vergane glorie.

De appel is op, hij veegt zijn mond aan zijn mouw af.
My name is Ignatios. I will sing for you now.

Tot ik Ignatios in het centrum van de stad uit de wagen laat, heeft hij ononderbroken gezongen. Soms krakerig, soms neuriënd omdat hij zich de woorden niet meer kon herinneren.
Maar met een blijheid en een overgave die mij toch wat onthutst achterlaten.

At Christmas, or when you have company, I will come to your house and sing for you, call me!” voegt hij er tot afscheid nog aan toe.

Ik heb zijn telefoonnummer niet gevraagd.