Etcetera op Dinsdag

In het oude stadsgedeelte worden rustplaatsen voorzien.
Hier is iemand wat voorbarig geweest.
Geen idee waar de brievenbus gebleven is.
En de carnavalstoet is ook niet te bespeuren.
Als zij je wagen vooraan niet rammen…
… dan doen zij dat achteraan wel.
Wat te ver naar links uitgeweken.
Helemaal niet uitgeweken.
Geweigerd uit te wijken.

De Pikante Jam

Het was een onzalig idee. Zoals al mijn ideeën zijn, voor zij met schaamrood een roemloze dood sterven.

Ik zou mijn jam zelf gaan maken. Mijn eigen Bonne Doormat.
En het zou Bonne Doormat Abrikozen worden, want dat wil Grom
op zijn ochtendtoast hebben en ik ben gek op de Aardbeien.

Toen na een paar maanden mijn lege, opgepotte voornemens te veel ruimte onder het aanrecht begonnen in te nemen, verhuisden mijn bokaaltjes netjes opgestapeld naar de utility room. Daar viel het steeds groeiend aantal niet zo op en bovendien was het abrikozenseizoen sowieso voorbij.

Mijn buurvrouwtje Eleni, gezegend met een wel zeer vruchtbare en crisisbestendige groententuin, zette op een ochtend echter een massale hoeveelheid pepertjes bij mijn hekken neer.
Nu lust ik wel een pepertje op zijn tijd, maar twee Lidl-tassen vol, dat zou voor mijn ingewanden het einde betekenen.

23 augustus was de dag, dat ik besloot de pepers in  te maken. Ik weet het nog precies, want ik schreef die op de Bonne Doormat-deksels neer.

Ik had recepten opgezocht, grondig gelezen, met elkaar vergeleken. De positieve lezersbeoordelingen onthouden, de nijdige vergeten.
En enige creatieve inbreng toegevoegd.

Zij zijn niet te vreten. Reeds bij de eerste hap voelde ik stoom mijn lichaamsopeningen verlaten. Snakkend naar adem, zwetend als een rund, heb ik mijn lijf een ganse week opgebrand. Een vurige Aziaat die dit aankan.

Nog 8 bokalen heb ik staan. Heel sporadisch drop ik er eentje, flink in inpakpapier gewikkeld, in de voedselcontainer van de supermarkt. Voor de behoeftigen. En speur ongerust in de plaatselijke krant naar verdachte overlijdens.

Aan Eleni zal ik volgende zomer zeggen dat Grom geen pepers lust.

Etcetera op Zondag

Een woedende zee heeft wat puttekes in het voetpad geslagen. Die vullen wij toch gewoon met wat rotsblokken op.
Van riooldeksels blijf je af.
Mijn wagen hoeft niet onder te doen voor jouw Jaguar.
Ik kan het niet hebben dat die brommertjes steeds weer mijn parkeerplaats innemen.
Niet-seizoensgebonden schande.
Iemand kreeg slecht nieuws.
Zo begint het. Maar ik ging net een stapje verder.
Volg nu mijn blogazine https://tallesarts.com/

Alter Ego

Vooruit, op haar aandringen zal ik het maar toegeven. Sinds een paar weken heb ik een tegenhanger, een “klein zusje” zeg maar. Eentje dat geen verhalen schrijft, maar eerder eentje van het type “praatjes-en-plaatjes”.

Artistiek is ze, dat vooral, en een vrouw van weinig woorden. Maar ook iets loslippiger dan Grote Zus. Haar naam is Talle en zij bengelt onder Darling Doormat. Niet dat zij een onderkruipertje is, maar omdat WordPress dat zo heeft beslist.

Haar Knipselmap verdient een kans, vind ik zelf. Dat jullie er regelmatig eens doorbladeren zou zij dus echt mieters vinden.

Hier is ze dan, met eeuwige dank : https://tallesarts.com/

Etcetera op Zaterdag

Er staat een paard…

Een gehavende Bambi, klaar voor zijn “winterslaap”

I can’t believe I’m doing this“. Elk jaar opnieuw, als de lente in aantocht is, herhaal ik – luid genoeg – dezelfde zin, terwijl ik Bambi bij de achterste poten grijp en hem, stuntelend achter Grom, dwars door het hele huis, terugplaats in zijn natuurlijke habitat.

Bambi is een heus kunstwerk, een houten balk op stelten, een zwaargewicht, onhandig en overbodig, maar goed gedraaid van oren en poten.

In ontmantelde toestand en dik ingeduffeld in noppenfolie, maakte hij jaren geleden in woelige wateren de overtocht van het UK naar zijn vaste plek op ons terras. Het kunstwerk moet een paard voorstellen, dat ziet het kleinste kind. Dat wij het echter Bambi noemen, is enkel het bewijs van de open mindset van de eigenaar, die steevast beweert dat het een ezel is.

Als de herfst toeslaat, en Bambi in zijn naaktheid gegeseld wordt door zware regenbuien en harde windstoten, wordt hij met liefde en zorg naar binnen gehaald. Hij brengt namelijk de winter door in mijn keuken. Dik tegen mijn zin. Het onfortuinlijke beest neemt veel plaats in en hindert gruwelijk de natuurlijke flow van dit huis en van mij. Ik laat dan ook niet na mijn ongenoegen te uiten door er dagelijks mijn vochtige vaatdoeken over te gooien.

Mijn opluchting is dan ook onbeschrijfelijk eens Grom besluit Bambi – voor zijn terugkeer naar het terras – zijn jaarlijkse schoonheidsbehandeling te geven. De krullende vernislaag wordt weggenomen, gaatjes worden opgevuld, het hele lijf wordt grondig opgeschuurd en ingesmeerd met een speciaal daartoe overgevlogen wax. Zoveel tender care valt mij zelfs niet te beurt.

IMG_6941
Bambi na zijn schoonheidsbehandeling

En zo tuurt Bambi alweer naar de zee en ik naar een lege keuken. Een stand van zaken waar ik mij perfect in kan vinden. Een mens moet immers genadeloos prioriteiten stellen.

A Penny for your Thoughts

Het is een overlevingsmechanisme.

Als je in de Lidl plots een halve Bonenstaak Bob boven “Groenten & Fruit” ziet uittorenen, dan laat je illico je karretje achter en spurt halsoverkop de supermarkt uit. Elke alhier neergestreken Brit kent deze strategie.

Krijgt Bonenstaak Bob je als eerste in de gaten, dan gilt hij je naam zo luid door de drukke winkelgangen, dat elke sterveling zich verschrikt naar je toedraait, vrezend dat je Eerste Hulp nodig hebt.

Ontsnappen is dan uit den boze, je moet en zal op onaangepaste toonhoogte ondergaan hoe pleased hij is je te zien, onherroepelijk gevolgd door een plastische beschrijving  van zijn aanvaringen met mede-landgenoten.

In zijn schaduw staat steevast zijn Penny, een blond opdondertje dat zo ongeveer tot zijn middel reikt.

Je wordt zowaar weemoedig bij zoveel ogenschijnlijk introverte onzichtbaarheid. Nooit zegt zij een woord, want dat neemt hij haar meteen af.

Schuw, onooglijk, afhankelijk en engelengeduldig  wacht zij tot haren Bob beslist zijn weg langs de wet wipes en Heinz Baked Beans verder te zetten.

Tot Bob op een avond, net als hij in bed wou springen, er naast viel. Morsdood. Het bericht ging als een schokgolf door de gemeenschap.

Wat moet die arme Penny nu zonder hem beginnen? Hoe moet het arme schaap nu overleven? Wat moet de sukkel met dat grote huis? No way dat de stakker het in haar eentje op Kreta kan redden. Surely zal haar zoon, die in Engeland woont, haar na de begrafenis opladen en liefdevol in zijn huis opnemen. Of in een care home onderbrengen.

Zes maanden later.

Ik zit bij “Gregorys” aan het enige tafeltje dat niet door studenten is opgeëist. Een imposante vrouw, zo ontsnapt uit Eastenders, vraagt me of zij met haar vriendin en haar sausage roll aan mijn tafeltje kan plaatsnemen.

Ik herken de vriendin meteen : Penny!  Stralend, haartjes in de plooi, brons in het gezicht, blikwaardige cleavage. Voor het eerst hoor ik haar stem als zij honderduit vertelt hoe het haar is vergaan na het schielijk verscheiden van haar luidruchtige Bob.

Ik vind een vrouwtje dat haar mannetje heeft gestaan bij de hele poespas, die je enkel van een doodlopende en takswaanzinnige Griekse administratie kan verwachten.  Zij incasseerde de spaarcenten en de levensverzekering, zette het huis op haar naam, verkocht de wagen aan een Hollander, die er geen graten in zag dat de kar niet verzekerd was, en verbroederde met buurvrouw de Eastender, die er evenmin van wakker lag om Penny overal heen te brengen en zich op haar kosten vol te stoppen met romige soezen en krokante snacks.

Over enkele weken vertrekt Penny op vakantie, bij haar zoon. Voor een drietal maanden, rond Pasen is ze waarschijnlijk terug. Ik wed dat hij en aanverwanten Mummy met de nodige weloverwogen égards zullen behandelen.