Het Levend Model

Ik voel de scrutinerende blik van Grom op mij rusten.

You are NOT looking at me, are you, Grom?”

In fact, I AM looking at you, honey!

Normale mensen, zoals ik mezelf graag voorhou er een te zijn, begraven hun oude dromen  samen met hun oude dag. Niet zo Grom uiteraard.

Al jaren doet hij zo immens zeurderig over de tekenlessen, die hij ooit aan een schare neofieten zou willen geven. Tekenen naar levend model. Gewoon omdat een dood model hem niet zo onmiddellijk aanspreekt.

Hij zag zijn kans schoon toen zijn kunsttempel in de hoofdstad afgewerkt was. Hij ontwiep een paar posters, waarop het model duidelijk levend, maar onmiskenbaar naakt te zien was.

Which one do you prefer, honey?” Het werd de andere.

Via een paar advertenties ging de grootmeester dan ijverig op zoek naar een deeltijds model en stelde daar een behoorlijke vergoeding en een one to one selectieprocedure tegenover.

Zijn uiterst hooggespannen verwachtingen werden echter de bodem ingeslagen toen er geen enkele reactie kwam. Erger nog, onze buurman schilderijenkliederaar ging met zijn lang gekoesterd idee lopen en startte zijn eigen lessenreeks, naast de deur, met enig succes en zonder levend model.

De ontgoocheling was terrifying. Zelfs mijn welgemikte argumentatie, dat enkel geniale kunstenaars door een bunch of daft losers gekopieerd worden, bracht geen soelaas en het levend model werd verder mordicus doodgezwegen.

Tot nu. De daft loser next door gaat enkele weken op reis en vreest bij zijn terugkeer in de klas nog enkel lege stoelen aan te treffen.

Of Grom hem alsjeblieft voor enkele tekenlessen wil vervangen? “I’ll see what I can do, mate”.

Binnen het uur ligt zijn planning klaar. Exit naaktmodel, geen denken aan. Want “one of the students is a 15-year old boy, honey!!!” Natuurlijk willen wij deze adonis niet met nog een levenslang trauma opzadelen.

“What else could possibly be interesting, honey?”

Handen, dàt is het! Grom raakt door het dolle heen, alleen al bij de idee dat hij daarmee het luie zweet uit deze onmiskenbaar gemotiveerde cursisten kan jagen.

Nog meer eigenlijk nu het hem zo plots invalt, dat MIJN handen wel eens zouden kunnen geschikt zijn voor public exposure. Dat zal dan wel mijn enige lichaamsdeel zijn, neem ik aan.

Tersluiks bekijk ik mijn tengels. Een dagelijks badje olijfolie eerste persing schijnt wonderen te verrichten.

Het Staatsieportret

frame

(In het jaar des Heren 2015)

“You did what?!

Verbijsterd staar ik naar Grom, die mij zonet tussen neus en lippen komt te vertellen, dat hij onze buurman-kunstenaar de opdracht gaf ons beiden op canvas te vereeuwigen.

“The man is struggling, sweetie. I just felt it was the right thing to do, he told me he hasn’t paid his rent for months now”.

Ik krijg meteen een vrij duidelijk visioen hoe dit portret er idealiter moet gaan uitzien : Grom (zij-aanzicht) neemt in alle tederheid mijn hoofd (zij-aanzicht) in beide handen en drukt een zachte kus op mijn voorhoofd. Op mijn voorhoofd, want wij zijn ook geen twintig meer. In alle tederheid, want hieruit dient afgeleid te worden dat hij mij de laatste vier maanden (*) ontzettend heeft gemist. En de kus moet zacht zijn, want ik zal vermoedelijk wel hoofdpijn hebben.

“I gave him the “Arthouse”-picture, I love that one”.

“Not that Arlequino one, surely!!”

Er circuleren wereldwijd weinig foto’s van ons beiden. Er is The Toplou One (2009), The Paris One (2010), The Gent One (2011), The Istanbul One (2012) en de vermaledijde Arthouse One (2013), waarop ik een nu hopeloos gedateerd zwart-wit geruit harlekijntruitje draag. Niks geen tedere zoenen evenwel op that one. De foto dateert van vlak na de renovatie van onze “Arthouse” in Heraklion en het is duidelijk aan mij te zien dat ik toen sterk overwoog de Tonton Macoutes op Grom af te sturen.

Soit.

Het eindproduct hangt er. 50 x 70. En geheel volgens de instructies van Grom heeft mijn nooddruftige buur mij van rode lipstick en dito nagellak voorzien. Staat goed bij die ruitjes. Het teveel aan buik is bij Grom vakkundig weggewerkt en zijn gezicht heeft een verbluffende verjongingskuur ondergaan.

Grom is uiterst tevreden. Buurman en zijn huisbaas ook. Maar de cover van Vogue zullen wij niet halen, vrees ik.

(*) Ik was toen in Vlaanderen voor radiotherapie.

De Man met een Plan

Ano Hersonissos

There’s nowhere to eat” mompelt Grom humeurig als wij het authentieke, gezellige dorpspleintje oprijden. Ik hou van de intieme verlatenheid van dit kleine plein in de winter, zo helemaal anders dan wanneer het door vakantiegangers overrompeld wordt.

Ik antwoord vlug dat wij vast wel een taverne zullen open vinden, een beetje geërgerd door de vaststelling, dat Grom, sinds hij het roken heeft opgegeven, de ene verslaving door een andere heeft vervangen.

Het is stipt 10 uur in de ochtend en hij heeft nauwelijks twee uur geleden “volgens planning” zijn continental breakfast op bed gekregen, op de lichtblauwe schaaltjes, want bij de pink ones slaan zijn functies tilt en bovendien is pink for girls.

Geheel “volgens planning” bezoeken wij vanmorgen de dierenleed-verzachters-bazaar nummer zoveel, georganiseerd door de Britse Bitches, die stuk voor stuk de duidelijke keuze hebben gemaakt, de fles en de betreurenswaardige viervoeters boven hun better halves te plaatsen.

Dat Grom op komst is, is als een lopend vuurtje door de bazaar gegaan. Met opgezwollen, rood aangelopen, make-up free gezicht verdringen zij elkaar om Grom de hand te drukken.

Ik zie de onmiskenbare tegenzin en wanhoop in zijn ogen als de Bitches perse met “Mister B” op de foto willen. En de afkeer als zij hem met voor de hand liggend gemak aan de bar uitnodigen en hij bemerkt hoe smerig die erbij ligt.

I’m not having a coffee here, honey” fluistert hij mij toe, smekend bijna, nu hij (terecht) vreest dat ik hier nog minstens een half uur zal rondhangen om links en rechts een praatje te slaan en de kraampjes te bezoeken.

Wij vinden een schamele taverne, die wat voedsel belooft. Er is geen kat, een vrouwtje zit in haar aftandse jas tegen een houtkacheltje aangekleefd. Aan de muurschilderingen te zien, heeft zij haar diploma behaald aan de University of Hard Knocks.

Kip kunnen we krijgen, pork en beef ook. Eerst maar wat hapjes, raadt zij aan, want het vlees is nog diepgevroren. Grom is nu ontspannen, de olijven, aubergines en hummus, en het vooruitzicht op nog meer en steviger kost, verzachten al in ruime mate wat hij noemt “the attack of those vicious women”.

We’re going“, besluit hij, als hij zijn nagerecht naar binnen heeft gespeeld. Want, geheel “volgens plan”, is het nu tijd voor zijn nap.

No, we’re not, I’m having my raki first”. Want hoe kan je nu het glaasje na de maaltijd weigeren dat het kouwelijke besje zo genereus hors saison aanbiedt?

Ik steek nonchalant een sigaret op en neem mij voor, het flesje gezapig tot op de bodem leeg te drinken. Geheel volgens mijn plan.

Etcetera op Dinsdag

In het oude stadsgedeelte worden rustplaatsen voorzien.
Hier is iemand wat voorbarig geweest.
Geen idee waar de brievenbus gebleven is.
En de carnavalstoet is ook niet te bespeuren.
Als zij je wagen vooraan niet rammen…
… dan doen zij dat achteraan wel.
Wat te ver naar links uitgeweken.
Helemaal niet uitgeweken.
Geweigerd uit te wijken.

De Pikante Jam

Het was een onzalig idee. Zoals al mijn ideeën zijn, voor zij met schaamrood een roemloze dood sterven.

Ik zou mijn jam zelf gaan maken. Mijn eigen Bonne Doormat.
En het zou Bonne Doormat Abrikozen worden, want dat wil Grom
op zijn ochtendtoast hebben en ik ben gek op de Aardbeien.

Toen na een paar maanden mijn lege, opgepotte voornemens te veel ruimte onder het aanrecht begonnen in te nemen, verhuisden mijn bokaaltjes netjes opgestapeld naar de utility room. Daar viel het steeds groeiend aantal niet zo op en bovendien was het abrikozenseizoen sowieso voorbij.

Mijn buurvrouwtje Eleni, gezegend met een wel zeer vruchtbare en crisisbestendige groententuin, zette op een ochtend echter een massale hoeveelheid pepertjes bij mijn hekken neer.
Nu lust ik wel een pepertje op zijn tijd, maar twee Lidl-tassen vol, dat zou voor mijn ingewanden het einde betekenen.

23 augustus was de dag, dat ik besloot de pepers in  te maken. Ik weet het nog precies, want ik schreef die op de Bonne Doormat-deksels neer.

Ik had recepten opgezocht, grondig gelezen, met elkaar vergeleken. De positieve lezersbeoordelingen onthouden, de nijdige vergeten.
En enige creatieve inbreng toegevoegd.

Zij zijn niet te vreten. Reeds bij de eerste hap voelde ik stoom mijn lichaamsopeningen verlaten. Snakkend naar adem, zwetend als een rund, heb ik mijn lijf een ganse week opgebrand. Een vurige Aziaat die dit aankan.

Nog 8 bokalen heb ik staan. Heel sporadisch drop ik er eentje, flink in inpakpapier gewikkeld, in de voedselcontainer van de supermarkt. Voor de behoeftigen. En speur ongerust in de plaatselijke krant naar verdachte overlijdens.

Aan Eleni zal ik volgende zomer zeggen dat Grom geen pepers lust.

Etcetera op Zondag

Een woedende zee heeft wat puttekes in het voetpad geslagen. Die vullen wij toch gewoon met wat rotsblokken op.
Van riooldeksels blijf je af.
Mijn wagen hoeft niet onder te doen voor jouw Jaguar.
Ik kan het niet hebben dat die brommertjes steeds weer mijn parkeerplaats innemen.
Niet-seizoensgebonden schande.
Iemand kreeg slecht nieuws.
Zo begint het. Maar ik ging net een stapje verder.
Volg nu mijn blogazine https://tallesarts.com/

Alter Ego

Vooruit, op haar aandringen zal ik het maar toegeven. Sinds een paar weken heb ik een tegenhanger, een “klein zusje” zeg maar. Eentje dat geen verhalen schrijft, maar eerder eentje van het type “praatjes-en-plaatjes”.

Artistiek is ze, dat vooral, en een vrouw van weinig woorden. Maar ook iets loslippiger dan Grote Zus. Haar naam is Talle en zij bengelt onder Darling Doormat. Niet dat zij een onderkruipertje is, maar omdat WordPress dat zo heeft beslist.

Darling Doormat’s nieuwste blog “Talle’s” verdient een kans, vind ik zelf. Dat jullie er regelmatig eens doorbladeren zou zij dus echt mieters vinden.

Hier is ze dan, met eeuwige dank : https://tallesarts.com/

Etcetera op Zaterdag

Er staat een paard…

Een gehavende Bambi, klaar voor zijn “winterslaap”

I can’t believe I’m doing this“. Elk jaar opnieuw, als de lente in aantocht is, herhaal ik – luid genoeg – dezelfde zin, terwijl ik Bambi bij de achterste poten grijp en hem, stuntelend achter Grom, dwars door het hele huis, terugplaats in zijn natuurlijke habitat.

Bambi is een heus kunstwerk, een houten balk op stelten, een zwaargewicht, onhandig en overbodig, maar goed gedraaid van oren en poten.

In ontmantelde toestand en dik ingeduffeld in noppenfolie, maakte hij jaren geleden in woelige wateren de overtocht van het UK naar zijn vaste plek op ons terras. Het kunstwerk moet een paard voorstellen, dat ziet het kleinste kind. Dat wij het echter Bambi noemen, is enkel het bewijs van de open mindset van de eigenaar, die steevast beweert dat het een ezel is.

Als de herfst toeslaat, en Bambi in zijn naaktheid gegeseld wordt door zware regenbuien en harde windstoten, wordt hij met liefde en zorg naar binnen gehaald. Hij brengt namelijk de winter door in mijn keuken. Dik tegen mijn zin. Het onfortuinlijke beest neemt veel plaats in en hindert gruwelijk de natuurlijke flow van dit huis en van mij. Ik laat dan ook niet na mijn ongenoegen te uiten door er dagelijks mijn vochtige vaatdoeken over te gooien.

Mijn opluchting is dan ook onbeschrijfelijk eens Grom besluit Bambi – voor zijn terugkeer naar het terras – zijn jaarlijkse schoonheidsbehandeling te geven. De krullende vernislaag wordt weggenomen, gaatjes worden opgevuld, het hele lijf wordt grondig opgeschuurd en ingesmeerd met een speciaal daartoe overgevlogen wax. Zoveel tender care valt mij zelfs niet te beurt.

IMG_6941
Bambi na zijn schoonheidsbehandeling

En zo tuurt Bambi alweer naar de zee en ik naar een lege keuken. Een stand van zaken waar ik mij perfect in kan vinden. Een mens moet immers genadeloos prioriteiten stellen.

A Penny for your Thoughts

Het is een overlevingsmechanisme.

Als je in de Lidl plots een halve Bonenstaak Bob boven “Groenten & Fruit” ziet uittorenen, dan laat je illico je karretje achter en spurt halsoverkop de supermarkt uit. Elke alhier neergestreken Brit kent deze strategie.

Krijgt Bonenstaak Bob je als eerste in de gaten, dan gilt hij je naam zo luid door de drukke winkelgangen, dat elke sterveling zich verschrikt naar je toedraait, vrezend dat je Eerste Hulp nodig hebt.

Ontsnappen is dan uit den boze, je moet en zal op onaangepaste toonhoogte ondergaan hoe pleased hij is je te zien, onherroepelijk gevolgd door een plastische beschrijving  van zijn aanvaringen met mede-landgenoten.

In zijn schaduw staat steevast zijn Penny, een blond opdondertje dat zo ongeveer tot zijn middel reikt.

Je wordt zowaar weemoedig bij zoveel ogenschijnlijk introverte onzichtbaarheid. Nooit zegt zij een woord, want dat neemt hij haar meteen af.

Schuw, onooglijk, afhankelijk en engelengeduldig  wacht zij tot haren Bob beslist zijn weg langs de wet wipes en Heinz Baked Beans verder te zetten.

Tot Bob op een avond, net als hij in bed wou springen, er naast viel. Morsdood. Het bericht ging als een schokgolf door de gemeenschap.

Wat moet die arme Penny nu zonder hem beginnen? Hoe moet het arme schaap nu overleven? Wat moet de sukkel met dat grote huis? No way dat de stakker het in haar eentje op Kreta kan redden. Surely zal haar zoon, die in Engeland woont, haar na de begrafenis opladen en liefdevol in zijn huis opnemen. Of in een care home onderbrengen.

Zes maanden later.

Ik zit bij “Gregorys” aan het enige tafeltje dat niet door studenten is opgeëist. Een imposante vrouw, zo ontsnapt uit Eastenders, vraagt me of zij met haar vriendin en haar sausage roll aan mijn tafeltje kan plaatsnemen.

Ik herken de vriendin meteen : Penny!  Stralend, haartjes in de plooi, brons in het gezicht, blikwaardige cleavage. Voor het eerst hoor ik haar stem als zij honderduit vertelt hoe het haar is vergaan na het schielijk verscheiden van haar luidruchtige Bob.

Ik vind een vrouwtje dat haar mannetje heeft gestaan bij de hele poespas, die je enkel van een doodlopende en takswaanzinnige Griekse administratie kan verwachten.  Zij incasseerde de spaarcenten en de levensverzekering, zette het huis op haar naam, verkocht de wagen aan een Hollander, die er geen graten in zag dat de kar niet verzekerd was, en verbroederde met buurvrouw de Eastender, die er evenmin van wakker lag om Penny overal heen te brengen en zich op haar kosten vol te stoppen met romige soezen en krokante snacks.

Over enkele weken vertrekt Penny op vakantie, bij haar zoon. Voor een drietal maanden, rond Pasen is ze waarschijnlijk terug. Ik wed dat hij en aanverwanten Mummy met de nodige weloverwogen égards zullen behandelen.

Welcome back!

Veteranen onder ons zullen zich haar blog bubbliciously me (en haar bubbelspassie) nog herinneren en hoe zij onverwachts besloot er een punt achter te zetten. Maar het blogbloed kruipt waar het niet gaan kan, en – gejuich – zij is bloggewijs terug! Onder een andere naam en met evenveel passie! Als de wiedeweerga snel je nu naar LOLA’s nieuwe blog en volg je haar, wellicht is zij op zoek naar jou!

LOLA, wij verwelkomen jou met open armen! Succes!

Etcetera op Zaterdag

In het dorp zijn er geen kleine kindertjes meer, die voor wat zakgeld en snoep aan je deur komen zingen, maar gelukkig is er nog een generatie die persoonlijk haar nieuwjaarswensen komt aanbieden.
Deze nieuwbakken generatie houdt haar kont liever warm.
Voor nog een andere generatie valt het moeilijk te verteren, dat zij ook dit jaar geen muntje in de vasilopita gevonden heeft.
Het weer maakt gekke sprongen.
Een heftig stormende zee spuwt stenen en afval het wegdek op.
Een wegdek, dat op zijn beurt brokken maakt.
Je kan dus maar beter uitkijken waar je rijdt.
Of omhoog kijken (foto van Dimitris Papadogiorgakis in Chania)
Je gunt de mindervalide medemens toch ook een parkeerplaats.
Maar eigenlijk sta je toch liever aan je voordeur geparkeerd.
Want je bent solidair met de buren.

Verworpen Voorstel

Ik heb vanmorgen – met opzet – mijn haar niet gewassen.

Grom en ik zijn op weg naar de hoofdstad. Het is een stralende dag vandaag, er liggen zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

Grom zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, honey” zegt.

Agnes hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Grom! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Grom, steeds in voor een watdanook voorstel, hapte meteen toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Agnes is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull. Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo en iemand zal hiervoor boeten.

Agnes vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Grijpt met beide handen Grom’s hoofd, waar zij een bijna strafbare hoeveelheid glitterlipstick op nalaat.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

Almighty Agnes heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt. Dat vertelt zij uitgebreid aan Grom, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen. “See what I mean, Grom?”

Grom laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Agnes staren.

How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk. Daar komen wij namelijk net van terug.

Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities.
You might consider starting your new business there”.

De kat op het koord

(Waarschuwing : Emotionele Poezenliefhebbers slaan dit over)


Vangelis, mijn garagist in Sitia, is een uiterst voorzichtig man.
Als hij met aandrang fronsend zegt “don’t drive to Heraklion, just drive around Sitia” (dit moet zowat de enige zin zijn die hij in het Engels kent, speciaal aangeleerd met mij in gedachten), dan luister ik naar hem en zal je mij dus geen urenlang bochtenwerk in de bergen zien ondernemen.

Want als Vangelis dit zegt, dan is er stront aan de knikker. In dit geval, aan mijn karretje.

De man doet zijn werk grondig. Wat niet kan gezegd worden van de twaalf dozijn katten die mijn lieflijke heuveltop paringsgewijs overbevolken en overbelasten.

Het probleem van de productieve zwerfkatten (en -honden) in Kreta is genoegzaam bekend, ik ga hierover mijn duit niet in het zakje doen. Niet dat ik daar geen eigen oordeel over heb, maar omdat ik me danig en dagelijks oefen in het niet-meer-zonodig-een-eigen-oordeel-over-iets-te-moeten-hebben. Laat staan dit ook te ventileren.

Naast het met hoogst irritante klanken en met een driftige regelmaat bezegelen van hun voortbestaan en het werpen van verdere nesten ongewensts, worden katten ook verondersteld op muizen te jagen. Wat zij dus vertikken.

Ik heb dan ook besloten geen vaart meer te minderen als ik mijn helling kom opgevlogen en zij in formaties van acht midden op de baan liggen te verteren wat zij uit de vuilniscontainers hebben opgediept.

Want het is mij om die verrekte muizen te doen.

Het was mij al eventjes opgevallen dat ik bij het schakelen telkens een pikzwart rookgordijn achter mij aan zag bengelen. De olie, denk je dan. Kan niet, denk je dan, die is pas ververst en hoeft slechts om de zes maanden of om de 5000 km opnieuw. Althans, volgens Vangelis, zulke banaliteiten gaan immers aan mij voorbij. A sensible person had al eens onder de motorkap gekeken. Ik niet.

Toen viel de toerenteller uit. Geen zorg, denk je dan, ik hoor het wel als ik in overdrive zit.
Toen viel de radio uit. Minder gezellig. Het scherm er dan maar uitklikken en opbergen in het handschoenenvak. Tot ik eens in de garage raak.

Ik ben er vandaag geraakt.

Tientallen proppen van de binnenbekleding van de motorkap alom. Verdachte brokken alom. Kabeltjes alom. Stukgeknabbeld door muizen. Door muizen !
Vangelis gaat zich maandag op dit gevaarlijk kluwen werpen, beloofde hij. “Don’t drive to Heraklion” intussen.

Look out, poezelige luiwammesen. Mijn strooptocht wegens schuldig verzuim gaat morgen onverbiddelijk in.