Geachte,

Hi Bob!

Wat vervelend, dat je tuinbedrijf uiteindelijk op de fles is gegaan. Het moet een dolk door je hart zijn geweest, vast te stellen, dat je Britse mede-inwijkelingen op hun uitgedroogde lappen grond, die je in betere tijden met je druppelend zweet en je vaste planten tot jaloezie-oases hebt omgetoverd, nu rijen tomaten, komkommers, paprika’s en aardappelen hebben neergepoot, want “we’re all in this together”, nietwaar.

30 terrasplanten heb ik tijdens een van je uitverkoopdagen gekocht, herinner je je nog? Waarvan er 6 hun nieuwe thuis in mijn kleine kofferruimte dodelijk afgeknapt bereikten. 9 andere lieten het binnen de maand definitief afweten. Vonden de Khadaffi-wind niet naar hun zin, denk ik. Al kan het ook een gebrekkige watertoevoer geweest zijn. Of Duitse voedingsstaafjes.

Kortom, ik heb er nu nog 7. Die niet bepaald een groeispurt hebben vertoond. Behalve die 2 dan, die ik trouw elk jaar, met steeds meer mankracht, naar een grotere keramische pot heb overgeheveld. Hun tempo was niet bij te houden.

Nu ik er gisteren toevallig enkele vruchten meende in te ontwaren, stel ik mij de vraag, of je mij destijds geen bomen hebt verkocht. Ik zou het dan ook waarderen, mocht je eens een kijkje komen nemen. Je kan een telefonische afspraak met de heer des huizes maken.

Darling D.

(in a letter from July 10, 2014 to her landscaper)

Etcetera op Vrijdag

Nu wij van overheidswege hermetisch op- en afgesloten zijn, en het tot overmaat van ramp ook nog regent, valt er uiteraard niet veel te beleven.
Erger nog dan een politiecontrole, is een ontmoeting met de Griekse grootmoeders die toezien op de naleving van de noodmaatregelen.
Met het oog op het contactverbod, acht deze man het raadzaam nu toch een voordeur te plaatsen.
Hij zag een putje en had niet meteen iets anders bij de hand.
So what? Ik heb mijn helm toch op!
Aan het graf van Nikos Kazantzakis liet een toerist een boodschap voor de schrijver achter.

Het Levend Model

Ik voel de scrutinerende blik van Grom op mij rusten.

You are NOT looking at me, are you, Grom?”

In fact, I AM looking at you, honey!

Normale mensen, zoals ik mezelf graag voorhou er een te zijn, begraven hun oude dromen  samen met hun oude dag. Niet zo Grom uiteraard.

Al jaren doet hij zo immens zeurderig over de tekenlessen, die hij ooit aan een schare neofieten zou willen geven. Tekenen naar levend model. Gewoon omdat een dood model hem niet zo onmiddellijk aanspreekt.

Hij zag zijn kans schoon toen zijn kunsttempel in de hoofdstad afgewerkt was. Hij ontwiep een paar posters, waarop het model duidelijk levend, maar onmiskenbaar naakt te zien was.

Which one do you prefer, honey?” Het werd de andere.

Via een paar advertenties ging de grootmeester dan ijverig op zoek naar een deeltijds model en stelde daar een behoorlijke vergoeding en een one to one selectieprocedure tegenover.

Zijn uiterst hooggespannen verwachtingen werden echter de bodem ingeslagen toen er geen enkele reactie kwam. Erger nog, onze buurman schilderijenkliederaar ging met zijn lang gekoesterd idee lopen en startte zijn eigen lessenreeks, naast de deur, met enig succes en zonder levend model.

De ontgoocheling was terrifying. Zelfs mijn welgemikte argumentatie, dat enkel geniale kunstenaars door een bunch of daft losers gekopieerd worden, bracht geen soelaas en het levend model werd verder mordicus doodgezwegen.

Tot nu. De daft loser next door gaat enkele weken op reis en vreest bij zijn terugkeer in de klas nog enkel lege stoelen aan te treffen.

Of Grom hem alsjeblieft voor enkele tekenlessen wil vervangen? “I’ll see what I can do, mate”.

Binnen het uur ligt zijn planning klaar. Exit naaktmodel, geen denken aan. Want “one of the students is a 15-year old boy, honey!!!” Natuurlijk willen wij deze adonis niet met nog een levenslang trauma opzadelen.

“What else could possibly be interesting, honey?”

Handen, dàt is het! Grom raakt door het dolle heen, alleen al bij de idee dat hij daarmee het luie zweet uit deze onmiskenbaar gemotiveerde cursisten kan jagen.

Nog meer eigenlijk nu het hem zo plots invalt, dat MIJN handen wel eens zouden kunnen geschikt zijn voor public exposure. Dat zal dan wel mijn enige lichaamsdeel zijn, neem ik aan.

Tersluiks bekijk ik mijn tengels. Een dagelijks badje olijfolie eerste persing schijnt wonderen te verrichten.

Het Levend Model

Ik voel de scrutinerende blik van Grom op mij rusten.

You are NOT looking at me, are you, Grom?”

In fact, I AM looking at you, honey!

Normale mensen, zoals ik mezelf graag voorhou er een te zijn, begraven hun oude dromen  samen met hun oude dag. Niet zo Grom uiteraard.

Al jaren doet hij zo immens zeurderig over de tekenlessen, die hij ooit aan een schare neofieten zou willen geven. Tekenen naar levend model. Gewoon omdat een dood model hem niet zo onmiddellijk aanspreekt.

Hij zag zijn kans schoon toen zijn kunsttempel in de hoofdstad afgewerkt was. Hij ontwiep een paar posters, waarop het model duidelijk levend, maar onmiskenbaar naakt te zien was.

Which one do you prefer, honey?” Het werd de andere.

Via een paar advertenties ging de grootmeester dan ijverig op zoek naar een deeltijds model en stelde daar een behoorlijke vergoeding en een one to one selectieprocedure tegenover.

Zijn uiterst hooggespannen verwachtingen werden echter de bodem ingeslagen toen er geen enkele reactie kwam. Erger nog, onze buurman schilderijenkliederaar ging met zijn lang gekoesterd idee lopen en startte zijn eigen lessenreeks, naast de deur, met enig succes en zonder levend model.

De ontgoocheling was terrifying. Zelfs mijn welgemikte argumentatie, dat enkel geniale kunstenaars door een bunch of daft losers gekopieerd worden, bracht geen soelaas en het levend model werd verder mordicus doodgezwegen.

Tot nu. De daft loser next door gaat enkele weken op reis en vreest bij zijn terugkeer in de klas nog enkel lege stoelen aan te treffen.

Of Grom hem alsjeblieft voor enkele tekenlessen wil vervangen? “I’ll see what I can do, mate”.

Binnen het uur ligt zijn planning klaar. Exit naaktmodel, geen denken aan. Want “one of the students is a 15-year old boy, honey!!!” Natuurlijk willen wij deze adonis niet met nog een levenslang trauma opzadelen.

“What else could possibly be interesting, honey?”

Handen, dàt is het! Grom raakt door het dolle heen, alleen al bij de idee dat hij daarmee het luie zweet uit deze onmiskenbaar gemotiveerde cursisten kan jagen.

Nog meer eigenlijk nu het hem zo plots invalt, dat MIJN handen wel eens zouden kunnen geschikt zijn voor public exposure. Dat zal dan wel mijn enige lichaamsdeel zijn, neem ik aan.

Tersluiks bekijk ik mijn tengels. Een dagelijks badje olijfolie eerste persing schijnt wonderen te verrichten.

Het Staatsieportret

frame

(In het jaar des Heren 2015)

“You did what?!

Verbijsterd staar ik naar Grom, die mij zonet tussen neus en lippen komt te vertellen, dat hij onze buurman-kunstenaar de opdracht gaf ons beiden op canvas te vereeuwigen.

“The man is struggling, sweetie. I just felt it was the right thing to do, he told me he hasn’t paid his rent for months now”.

Ik krijg meteen een vrij duidelijk visioen hoe dit portret er idealiter moet gaan uitzien : Grom (zij-aanzicht) neemt in alle tederheid mijn hoofd (zij-aanzicht) in beide handen en drukt een zachte kus op mijn voorhoofd. Op mijn voorhoofd, want wij zijn ook geen twintig meer. In alle tederheid, want hieruit dient afgeleid te worden dat hij mij de laatste vier maanden (*) ontzettend heeft gemist. En de kus moet zacht zijn, want ik zal vermoedelijk wel hoofdpijn hebben.

“I gave him the “Arthouse”-picture, I love that one”.

“Not that Arlequino one, surely!!”

Er circuleren wereldwijd weinig foto’s van ons beiden. Er is The Toplou One (2009), The Paris One (2010), The Gent One (2011), The Istanbul One (2012) en de vermaledijde Arthouse One (2013), waarop ik een nu hopeloos gedateerd zwart-wit geruit harlekijntruitje draag. Niks geen tedere zoenen evenwel op that one. De foto dateert van vlak na de renovatie van onze “Arthouse” in Heraklion en het is duidelijk aan mij te zien dat ik toen sterk overwoog de Tonton Macoutes op Grom af te sturen.

Soit.

Het eindproduct hangt er. 50 x 70. En geheel volgens de instructies van Grom heeft mijn nooddruftige buur mij van rode lipstick en dito nagellak voorzien. Staat goed bij die ruitjes. Het teveel aan buik is bij Grom vakkundig weggewerkt en zijn gezicht heeft een verbluffende verjongingskuur ondergaan.

Grom is uiterst tevreden. Buurman en zijn huisbaas ook. Maar de cover van Vogue zullen wij niet halen, vrees ik.

(*) Ik was toen in Vlaanderen voor radiotherapie.

De Man met een Plan

Ano Hersonissos

There’s nowhere to eat” mompelt Grom humeurig als wij het authentieke, gezellige dorpspleintje oprijden. Ik hou van de intieme verlatenheid van dit kleine plein in de winter, zo helemaal anders dan wanneer het door vakantiegangers overrompeld wordt.

Ik antwoord vlug dat wij vast wel een taverne zullen open vinden, een beetje geërgerd door de vaststelling, dat Grom, sinds hij het roken heeft opgegeven, de ene verslaving door een andere heeft vervangen.

Het is stipt 10 uur in de ochtend en hij heeft nauwelijks twee uur geleden “volgens planning” zijn continental breakfast op bed gekregen, op de lichtblauwe schaaltjes, want bij de pink ones slaan zijn functies tilt en bovendien is pink for girls.

Geheel “volgens planning” bezoeken wij vanmorgen de dierenleed-verzachters-bazaar nummer zoveel, georganiseerd door de Britse Bitches, die stuk voor stuk de duidelijke keuze hebben gemaakt, de fles en de betreurenswaardige viervoeters boven hun better halves te plaatsen.

Dat Grom op komst is, is als een lopend vuurtje door de bazaar gegaan. Met opgezwollen, rood aangelopen, make-up free gezicht verdringen zij elkaar om Grom de hand te drukken.

Ik zie de onmiskenbare tegenzin en wanhoop in zijn ogen als de Bitches perse met “Mister B” op de foto willen. En de afkeer als zij hem met voor de hand liggend gemak aan de bar uitnodigen en hij bemerkt hoe smerig die erbij ligt.

I’m not having a coffee here, honey” fluistert hij mij toe, smekend bijna, nu hij (terecht) vreest dat ik hier nog minstens een half uur zal rondhangen om links en rechts een praatje te slaan en de kraampjes te bezoeken.

Wij vinden een schamele taverne, die wat voedsel belooft. Er is geen kat, een vrouwtje zit in haar aftandse jas tegen een houtkacheltje aangekleefd. Aan de muurschilderingen te zien, heeft zij haar diploma behaald aan de University of Hard Knocks.

Kip kunnen we krijgen, pork en beef ook. Eerst maar wat hapjes, raadt zij aan, want het vlees is nog diepgevroren. Grom is nu ontspannen, de olijven, aubergines en hummus, en het vooruitzicht op nog meer en steviger kost, verzachten al in ruime mate wat hij noemt “the attack of those vicious women”.

We’re going“, besluit hij, als hij zijn nagerecht naar binnen heeft gespeeld. Want, geheel “volgens plan”, is het nu tijd voor zijn nap.

No, we’re not, I’m having my raki first”. Want hoe kan je nu het glaasje na de maaltijd weigeren dat het kouwelijke besje zo genereus hors saison aanbiedt?

Ik steek nonchalant een sigaret op en neem mij voor, het flesje gezapig tot op de bodem leeg te drinken. Geheel volgens mijn plan.