De Oppas

In haar eigen bed slaapt Ivona nooit. Want dat heeft zij niet.
Zij bezit enkel een nieuwe mountainbike, wat eenvoudige kledingsstukken en een lijvig Pools-Engels woordenboek.
En een meer dan behoorlijke portie lef.
Dat moet je haar nageven.

Je ontmoet haar dagelijks, al fietsend, haar bezittingen netjes in een rugzakje.
Niemand weet wanneer en hoe zij op mijn stukje eiland strandde.
Zij vertelt het ook niet zo gauw, haar vertrouwen is al even zoek als haar kennis van het Engels.

Ivona is een puur natuur Poolse midvijftiger, delicaatblonde haren, viooltjesogen.
Einzelgänger. Slank en taai. Onafhankelijk en vastberaden.

Zij is housesitter.
Telkens iemand van onze inwijkelingenkolonie voor een al dan niet langere poos naar zijn geboorteland trekt voor familiebezoek of een andere ingreep, wordt Ivona ingehuurd om tijdelijk in te wonen en het huis met de eventueel aanwezige katten, honden of tuin te onderhouden.


En dus hoeft zij geen eigen stekje, zij verhuist fietsend haar pezige lijf en schamele spulletjes van de ene woning naar de andere.

Ik ontmoette Ivona in het piepkleine huisje van een Engelse dame-met-stamboomkat.
Het eenkamerhuisje onderhouden was niet zo meteen de opdracht, zo bleek.
Er was trouwens geen onderhouden meer aan.
Alles, maar dan ook alles, was langsheen de muren opgestapeld in een kamerbrede wolk van stof en pluis.
Zij moest er enkel zorg voor dragen dat het de dure kat aan niets ontbrak en dat de lady het mormel bij haar terugkeer goed doorvoed, met glanzende pels en uiteraard niet met rigor mortis aan zou treffen.

Ik zocht een babysit.
Meer bepaald een deeltijdse oppas annex gezelschapsdame voor een zieke vriend.
Een klokrond oog moest in het zeil worden gehouden nu hij uit het ziekenhuis was.
Eigenzinnig en onverwoestbaar, verkoos hij zijn zuurstofslurfje en medicatie al eens te “vergeten”, alsook het feit dat hij echt te zwak was om al op eigen benen te staan.

Maar boodschappen moeten wel eens tussendoor gehaald worden, een terrasje en een frisse neus gepikt ook, een haarsnit en nieuwe jurk al evenzeer, dus daar zou Ivona zolang voor mij kunnen invallen.


Wij werden het gauw eens over de agenda en de voorwaarden, vrouwen lullen doorgaans niet lang over zulke banale dingen.

Het werd een fijne tijd.
Tot mijn vriend in staat was zich met een looprekje te verplaatsen, schonk trouwe Ivona mij de unieke kans enkele uren te ontsnappen.
De warme zee in, de ruwe natuur in, de herstellende vergetelheid in.

Ik toeter mij suf en zwaai mijn armen lam telkens ik haar voor mij uit zie fietsen.
Mijn Poolse zwerfkat, mijn dakloze lefgozer, mijn reddende engel.
Een godvergeten onvergetelijke vrouw.

Geachte,

Afwijkende Buurvrouw,

Hoewel u ongetwijfeld het bontkraagje onder mijn talrijke vreemdsoortige buren bent geweest, wilde ik gewoon uw naam niet weten.

U was voor mij de helft van het uitsluitend in hoge toonaarden briesend en alcoholabsorberend koppel, dat ab initio mijn slaap-waakritmiek grondig verstoorde.

Stond ik gisteren, toch decently dressed ondanks de uitzonderlijke temperaturen, mijn wagen in te soppen. Voor mijn doen, verre van een wekelijkse klus, maar als je abusievelijk vaststelt dat er toch wel een erg dichte mist hangt bij 30+graden, dan zijn je autoruiten aan een nat lapje toe, zeg ik maar.

Madame?” Erg vreemd, dat u mij zo aansprak in een contrei waar ik al jaren probeer de archaïsche aanspreektitels onder de knie te krijgen.

Daar stond u, een beetje wankel in het volle zonlicht, in een tenuetje waar, voor de gezette zeventiger die u toch bent, eerder een penitentiair verblijf zou aangewezen zijn. Combat boots, een minuscuul zwart shortje met knappende bil- en andere naden, en een al even klein vodje rond uw torso, waarbij u de hemel mocht danken dat de overvloedige lovertjes uw erogene zones wat bedekten.

U duwde meteen een grote ijsbox in mijn handen, gevuld met een dertigtal vissen. Vers gevangen, zei u, door vrienden, voor mij. Tot dusver heb ik u verstaan.

Uit mijn vertwijfelde blikken naar die dode oogjes, moet u – terecht – hebben afgeleid dat visjes in hapklare brokken opdelen niet zo’n favoriet tijdverdrijfje van me is.

Mijn excuses daarvoor, maar uit uw wilde gebaren en herhaalde klanken maakte ik echt op, dat u een schort zou gaan aantrekken en de visjes voor me zou komen schoonmaken.

Gerustgesteld bij dit vooruitzicht heb ik u uitvoerig waarderend bedankt. Echter, ik vrees nu dat ik u niet heb verstaan, want ik zag u niet terug.

Niettemin wou ik u terloops toch even melden, dat uw zoenoffer in zijn oervorm in de diepvriezer ligt opgeslagen. Vijftien zakjes.

Darling D.

(in a letter from July 15, 2009 to her very noisy neighbour)

Late Night Blues

De nacht was al diep ingevallen toen wij, na een gezellig etentje met vrienden, in de wagen stapten.

Grom aan het stuur, de man heeft al lang geen vertrouwen meer in mijn rijkunsten. De weg naar het dorp is door werkzaamheden afgesloten, wij moeten om langs een onverlicht slingerbaantje in de heuvels.

Ik hou van deze omweg, die ik liefkozend mijn “Romantische Straße” noem. Bij klaarlichte dag is het uitzicht er schitterend, het dorp in de diepte, je hoofd bijna in de wolken, de diepe rust van een eenzame weg, enkel omgeven door lange rijen ruisende olijfbomen.

Bij het zien van blauwe zwaailichten in de verte gaan wij even rechtop zitten. Staat daar zowaar politie in dit helledonkere niemandsland? Grom sist tussen zijn tanden.

“Stay in the car.”

Why?”

You’re pissed.

Ik ben diep verontwaardigd en klap dicht. Hoewel ik het nodige vocht tot mij heb genomen – hydrateren is een noodzaak voor oldtimers als ik –  en de raki trouwens stellig met water was aangelengd, voel ik mij zo fris als een zijdehoentje met volle wimpers en weet ik precies wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe.

De jonge agent stapt op ons toe, ik ben zwaar onder de indruk van de enorme revolver die onder de riem op zijn buik hangt, wetende hoe graag Kretenzers met wapens zwaaien als het hen even tegenzit.

Hij daarentegen is niet in het minst gehinderd door het feit dat geen van ons beiden zijn autogordel om heeft.

Good evening, Sir. Are you tourists?”

No Sir, we live here“.

You live here? In winter too?!?” Het gaat er bij Grieken moeilijk in, dat je het in je hoofd kan halen hier op vrijwillige basis te overwinteren.

Op zijn vraag duik ik in het handschoenenvak om het autodocumentenmapje boven te halen. Hierzo, het inschrijvingsbewijs. En hier het keuringsbewijs. Verder nog iets?

Your driver’s license, please“.

Grom rukt het mapje uit mijn handen, woelt als een bezetene in elk vakje, hoewel hij zeker weet dat zijn rijbewijs er niet in steekt.

I’m afraid I can’t find it, Sir“.

Flauw glimlachje rond de mondhoeken van de agent. Hij probeert verder.

Car insurance?” Grom friemelt opnieuw, peu nerveux nu. Het betalingsbewijs van de verzekering zit niet in het mapje.

Geen erg hoor, de agent haalt lachend, bijna samenzweerderig, zijn schouders op en zal even gauw een en ander op zijn boordcomputer checken.

Als hij terugkeert, is zijn opluchting welhaast groter dan de onze.

Inmiddels is de andere agent er ook komen bij staan en kwekken die drie er vrolijk op los, superamicale Grom het luidst. Ik vrees dat hij hun zo meteen gaat vragen om vriendjes te worden op Facebook.

De volgende ochtend, terwijl ik nog steeds boos volhard in mijn silent treatment, hoor ik Grom in zijn office driftig allerlei laden opentrekken en weer sluiten. Triomfantelijk haalt hij uiteindelijk zijn rijbewijs boven.

Het is net een maand geleden vervallen.

Mrs. Misiti

Erger nog dan zomaar een spijtig voorval – waarvoor wij ons oeverloos zouden verontschuldigen – is het in deze contreien een vanzelfsprekende wetmatigheid dat elk evenement minstens een uur later begint dan is vooropgesteld.

Een antiek koppel – zoals wij dan zijn -vindt het dus maar zaak en leert het niet af om reeds om 20:30 acte de présence te geven als een voorstelling om 21:30 begint. Of zou moeten beginnen.

Niet zo de Griek. Die duikt om 21:30 nog de douche in en stuurt alvast iemand vooruit om de nodige plaatsen voor de familie en aanverwanten voor te behouden.

Die iemand is dan bij voorkeur een vrouw van rijpere signatuur en/of omvang, bereid om haar leven of wat er nog van overblijft, op te offeren voor de niet minder dan 10 zitjes waar haar dierbaren hun hygiënisch frisse achterste zullen gaan parkeren.

Die iemand moet dan ook bij voorkeur enige ballast kunnen torsen, want de 10 zitjes worden middels handtassen, jassen, pulls, sjaals, brillen en flesjes water ten zeerste ontoegankelijk gemaakt voor de vermaledijde die ook op de voorste rijen wil gaan plaatsnemen.

Is dit alles nog niet voldoende, dan zijn een vlotte woordenstroom, een schril stemgeluid en wapperende handen en armen de middelen bij uitstek om veiligheidshalve helemaal achteraan uw toevlucht te zoeken.

Dit allesbehalve genoegen had ik dus toen zo’n Mrs. Misiti haar boze oog op mijn rij liet vallen. Haar ruime, propere familiekring terwille, schoof ik zelfs twee stoelen op en nam voor lief haar encombrant jojogedrag telkens zij een insijpelende bekende opmerkte en in haar liefhebbende armen sloot.

Met telkens een lichaamsdeel van mij erbij. Soit.

Dit alles in een openluchttheater dus. Ik bedoel, openluchtiger kon het geheel niet zijn. Stel je het plaatje voor. Buitenlucht, bomen, avondbries, zuurstof… en een massa Grieken die het roken hebben opgegeven om bezuinigingsgerelateerde redenen.

Ik niet. Anderhalf uur wachten, zonder sigaret, het is mij teveel gevraagd.

Ik waag mij aan eentje, want in de buitenlucht. Blaas de rook richting Grom, want die verbaast zich daar niet meer over.

En heb de toorn van Mrs. Misiti over mij gehaald. Een Grieks drama uit de eerste hand.

Met veel om- en verhaal is zij vier stoelen verder gaan zitten en haar blikken vol weerzin hebben mij de ganse avond gezelschap gehouden.

Gerookt heb ik niet meer. Mij enkel de bedenking gemaakt dat ik mij een volgende keer mijlenver uit haar Kretenzisch gezichtsveld zal houden.

Hoe zit het met je libido?

Aan de kathedraal hadden zij afgesproken, een voor de hand liggende locatie.

De man had immers net, en wel op gevorderde leeftijd, een cursus toeristische gids achter de kiezen. Met onderscheiding. En met evenveel voldoening, eindelijk, voor het eerst, na een introverte carrière in de plaatselijke bibliotheek. Een semi actieve loopbaan die al even geruisloos in zijn oppensioenstelling was gevloeid.


Hij was terecht fier op zijn prestatie. Geen twee op elkaar liggende slijkstenen uit de vroege of late Middeleeuwen, of hij kon er een heus verhaal om bouwen.


Ik zal je niet meer bellen” had hij gewaarschuwd. “Ik heb een vast toestel, en bellen naar een mobieltje is héél duur“.
Hij was West-Vlaming. En vrijgezel.


Om 14 uur zal ik er zijn. Ik breng een paraplu mee” had hij er accentloos aan toegevoegd.


Er stond een novembergure wind en het regende. Zij had haar nepbontjas aangetrokken, een tikkeltje vroeg  op het jaar, toegegeven, maar zij vond het zo BCBG staan.
Hij mocht vooral niet denken dat zij er zo eentje was dat enkel op zijn geld uit was.
Mannen worden op datingsites zo vaak opgelicht.


Zij bad kwiek doorstappend dat haar pas geföhnt kapsel in model zou blijven en waaide zowat naar hem toe. Wat bleekjes zag hij eruit, in zijn witrode ruitjeshemd met open kraag en kort vaalbruin JBC-blousonnetje. Zij greep spontaan de beide ritsen van zijn jasje. “Heb je het niet koud?” vroeg zij moederlijk. Hij was aangenaam verrast.


Het kon slechter, dacht ze, toen hij haar volgde op weg naar de afgesproken degustatieplaats. Bezorgd keek zij geregeld om.
Gefascineerd en hevig geëmotioneerd beschreef hij haar de gevels waarover hij zoveel had gelezen. Zij luisterde niet.
Hij heeft een zacht en teder gezicht, stelde zij zichzelf gerust. Lengte en figuur zitten ook wel snor. Iemand waarmee je je op straat kon vertonen.


Toen ze bij de Markt arriveerden, had het opgehouden met regenen. Er was weinig volk op de terrasjes; door een uitzonderlijk natte zomer hadden de middenstanders het massaal opgegeven hun afgeschreven terrasmeubeltjes nog ruim voor de winter binnen te halen.


Aan het meest troosteloze, lege terrasje, haalde hij haar in.
Hier gaan wij een koffie drinken“stelde hij voor. Zij vond het maar niks en ging op het natte ongemakkelijke stoeltje zitten.
Toen de koffies uiteindelijk door de onvriendelijke serveerster op het tafeltje werden geschoven,  hadden zij reeds wederzijds gegevens  over hun burgerlijke stand uitgewisseld.


Hij was nooit getrouwd geweest, hij had zijn Grote Liefde de rug toegekeerd toen hij besloot alsnog hogere studies aan te vatten. Daar had hij spijt van.
Een korte relatie achteraf had nauwelijks vier maanden geduurd.


Zij beperkte haar huwelijken veiligheidshalve tot één. Want daar had zij geen spijt van.


Hoe zit het met je libido“?
De vraag kaatste af op het kopje dat zij net naar haar mond bracht. Het bracht haar danig van haar stuk. Achteloos maakte zij de bovenste knopen van haar faux fur mantel los en schoof haar stoeltje wat dichter bij het zijne,  in een poging hem met haar blauwe blik gerust te stellen.


Hij was gerustgesteld en bestelde zich overmoedig een Leffe. “En voor haar nog een koffie” voegde hij ongevraagd aan zijn bestelling toe.


Het gevaar was geweken, het gesprek kabbelde voort.
Of hij haar al had verteld dat hij een cursus toeristische gids met onderscheiding had afgemaakt? Niet te onderschatten, het had hem moeite en tijd gekost. Maar daartegenover stond, dat hij thuis de verwarming uit kon zetten als hij naar de les was. En het bracht nog een centje op, dat gidsen, dat mocht nu, weet je, je mag bijverdienen als je op pensioen bent.


“Ik heb geen elitewagen, hoor”, vervolgde hij, na een sluikse blik op de pels.
“Een Nissan, sterk wagentje. Na de dood van mijn mamaatje gekocht. In 1993 was dat”.
“Maar je hebt wel een elitefiets” probeerde zij. Zij herinnerde zich zijn bericht over de hybride stadsfiets die hij zich onlangs had veroorloofd. Een Norta of zoiets?
Hij schaterde het uit.

Wat ben jij adrem, zeg“.”Ja hoor. Een noodzaak in een verkeerszwangere stad. Doe ik ook mijn boodschappen mee. Dat jij dat nog weet, zeg. Maar het was een dure aankoop, weet je“?


Zij wist dat. Alles wat hij vertelde, wist zij. En zij vroeg zich af, hoe laat het nu zou zijn.
Om halfvier veerde hij recht. Zijn glas was leeg, haar koffie koud.
Ik ga de rekening vragen. Wij delen dit toch he?
Verbluft, totaal ongelovig moet zij gekeken hebben.”Ja toch?”


Zij griste haar portemonnee uit haar handtas en legde die goed zichtbaar op het tafeltje. Hij schrok van haar haast en probeerde die met zijn elleboog terug in haar handtas te schuiven.”Wacht, wàcht even tot het meisje is langsgekomen“.

Zij wou hier niets van horen.
8,20 euro stond op het ticket dat hij aandachtig bestudeerde. Zij legde een 5 eurobiljet op het tafeltje en stond onmiddellijk op. Wààg het vooral niet me wat koperstukjes terug te geven, dacht zij. Hij maakte daar geen aanstalten toe.


Toen zij haar stoeltje netjes onder de tafel wilde schuiven, raakte haar hand ongewild de zijne aan. Hij verstijfde en keek haar ontzet aan. Zijn zacht en teder gezicht liep bloedrood aan. Hij deinsde verschrikt een pas achteruit en schudde verwoed met zijn hand, alsof er net een kom hete soep was overgegaan. Hij stamelde. “Dit is nog te vroeg” piepte hij.


Zou zij nu onbedaarlijk lachen? Zij lachte niet, leek onbewogen, maar keek hem vol medelijden aan. Hoe zit het met jouw libido? welde in haar op.
Zij begreep het ineens. Zij begreep zeer veel, zij het dan meestal iets te laat.


Ik ben met de trein gekomen” haastte hij zich te zeggen.”Ze durven enorm veel geld vragen voor de parkeergarages hier“. Zij knoopte haar nepjas volledig dicht, zweefde langsheen de tafeltjes en keek niet meer om.


Een week later liep een berichtje binnen. Hij had de kennismaking zo prettig gevonden. Een mooie verschijning was zij, dat moest hij haar nageven. Maar had iemand leren kennen uit zijn streek, dit wou hij een kans geven. En sorry, hij wou eerder bellen, maar bellen naar een mobieltje is zo duur. En al helemaal vanaf een vast toestel.


Zij was opgelucht.

 

Geachte,

Zuster Bel Canto,

Ik heb altijd naar u opgekeken. Niet zozeer omdat u toevallig de eerste non was, die ik zag toen ik in de nieuwe school aankwam, maar omdat u zo ontzettend lang was. Met een laagjeshabijt, dat zelfs uw enkels niet durfde te raken en een kap, die altijd scheef kwam te zitten omdat u van die nerveuze, meterslange stappen nam, vond ik u een hoog vogelverschrikkers-gehalte hebben.

Met de opdracht in het achterhoofd, de nieuwe lading wichten in deugd en wijsheid te laten groeien, gaf u muziekonderricht. Daar uw obsessie voor zang amper met wederkerige emoties werd beantwoord, had u zich met volle gewicht op de instrumenten gegooid. Uw orgel, met name.

Al tijdens de eerste les troonde u ons breedstaps naar uw beacon of hope, een antiek zeventiende-eeuws orgel dat u, hevig aangegrepen, zacht met beide handen streelde. En, omdat gedeelde vreugde, dubbele vreugde is, mochten wij ook even om het kostbare kleinood heen wandelen.

Het is niet elke puber gegeven, een Worcester Grainger & Lee-schotel van een Ikea-onderzetter te onderscheiden, maar enig onderzoekend vermogen mocht u mij toch toedichten, toen ik een snoer aan uw orgel zag hangen en – totaal onschuldig ? – vroeg of er in de 17de eeuw al elektriciteit voorhanden was.

Van een polsstok als u had ik daarentegen wel enige souplesse verwacht. Maar ik hoorde – diep geschrokken – de meest onchristelijke verwensingen en zag tot mijn verbazing, dat uw mondhoeken zich met schuim vulden.

Waarop u mij woedend de toegang tot uw muzieklokaal verbood, voor de rest van het schooljaar.

Ik mag hopen, dat u in het hiernamaals een toontje lager zingt.

Darling D.

(in a letter from September 26, 2015 to her late music teacher)

Bloggen Bij De Buren

In tijden waarin je een virus en mensen van je weg moet zien te houden, wordt plots je wereld heel wat kleiner.

Satur9’s World vond er echter wat op. Als de wereld voorlopig niet tot jou komt, dan breng je toch gewoon jouw wereld – jouw woonplaats – onder de aandacht. Zij zette de deur wijdopen voor haar blogburen, die een beeld wilden ophangen van hun honk.

En met succes! Gastbloggers kwamen uit hun isolerende schelp gekropen en gaven een stukje van de grond onder hun voeten bloot.

Ook ik gunde hen een blik in de warme glans van een verdoken, maar schitterend kleinood in de Kretenzische bergen.

https://www.zonderdank.be/saturnein/2020/06/09/gastblog-lustig-en-rustig-leven-in-het-donker/

Betoverende Buurjongen

“I like discussions with youngsters.  It reminds me of the fact
that I didn’t know it either in the past” (Jonckheere).


@Roussa Ekklisia, 2008

Griekse god en ik wonen onder hetzelfde dak.  Zo kan je dat in feite wel stellen.

Wij delen namelijk het huurgenot van een plat dak, een tussenmuur in het midden, een 40-tredentrap langsheen mijn woongedeelte, een veranda en een tuin.
Wij zijn buren dus.  Ik haast mij dit te verduidelijken.

Mijn buurjongen en ik palen aan elkaar met oneindig veel momenten van samenhang en samenspraak. “Buurjongen” is in zijn geval een wel heel gruwelijk understatement.
Hij is een droom.  Droom het en hij heeft het.
Hij is nog met de hand gemaakt. Fijngesculpteerde zachte trekken, de prachtigste ogen waar ik na een ter zake toch wel gedegen expertise ooit mocht in verzinken, een lichaam als een kathedraal.

“John” is zijn naam.  Een beetje trendy Yianni laat zich graag John noemen en zo heeft hij zich ook hoffelijk voorgesteld toen wij voor het eerst op ons fifty-fifty terras tegen elkaar opbotsten.
John is dertiger en runt in de city een glas- en kaderbedrijfje met glaskunstgalerie. Wat hem als jongeman op mijn eiland en in mijn verknochte ogen eveneens zo uitzonderlijk maakt is zijn werklust, zijn bonhomie en zijn beschouwende kijk op het leven.

Niet alleen heeft hij zich succesvol van de possessieve adoratie die Griekse moeders onlosmakelijk voor hun zonen koesteren kunnen loskoppelen, hij heeft ook meerdere stappen buiten zijn eilandsgrenzen gezet, wat hem een zeldzame open mind en Engelse woordenschat heeft opgeleverd.

Onze voordeur is hét signaal.  Zonder woorden hebben wij dit begrepen.  Als die gesloten is, leiden wij elk ons eigen beschermde leventje. Staat die open, dan zijn wij volop susceptibel voor alle vormen van gesprek, voedsel en drank op ons uitnodigend terras.

Het is zo stilzwijgend vanzelfsprekend. John maakt koffie zoals ik die het liefste heb. John schuift twee gemakkelijke zeteltjes, een volwassen fles tsipoura en een kingsize asbak bij het terrastafeltje. John heeft een snelle hap voor twee mee. John sleept een paar vrolijke vrienden en geheime bewonderaarsters aan. John tovert melancholische noten uit zijn bouzouki.

John neemt de tuinslang uit mijn handen en maakt ’s avonds de sproeikarwei af.
Eindeloos.

Net als de gesprekken die wij voeren eens de krekels uitgekraakt zijn, eens de druppels op de rozen verdampt zijn en de gitzwarte nacht gevallen is.
Eens wij de rollende zee in de diepte en de straatcultuur in de stad door honderden uitbundige lichtjes en door de wind aangevoerde muziekflardjes nog slechts vermoeden kunnen.
Ach. John, het godenkind. Ik mis hem.

Het Bedrog

(Deze blog verscheen reeds eerder. Ik herhaal deze ter nagedachtenis aan mijn inmiddels overleden vrienden Don en Roland, die erin slaagden van hun laatste levensjaren de gelukkigste te maken)

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn buurman, met wie ik samen Lidl-de. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

De autoverhuurder

Wie zich in een van de getekende personages herkent,
beschikt over meer fantasie dan de auteur (Adriaan van Dis)…




“Manoli, sweetheart? So sorry to disturb you, but this time the car is DEAD!”

Als zij in de shit zit en bijgevolg enige mannelijke interventie onvermijdelijk is, noemt zij de andere helft aan de lijn steevast “sweetheart“. En zet zij haar stemgeluid op “hulpeloos”.

Wrong time, dat wist zij. Op dit eiland wordt er tussen 2 en 5 gesiëst. En aanverwante horizontale activiteiten beoefend.

Dat zij haar sweetheart autoverhuurder hierbij wel degelijk had gestoord,
werd duidelijk toen hij in hoge mate geïrriteerd uitvloog.

What do you mean, DEAD? The car is not dead. NOT dead, d’you hear me?
Nothing wrong with this car. It’s the battery again.
You left the radio or the airco on, all night, I’m sure.
Just like you did last time”.


Hij had gelijk, wat de both times betreft. Maar zelfs met het hoofd op een hakblok zou zij dat niet toegeven.
Hij vond haar immers een Power Lady en een dergelijke reputatie verdien je niet zomaar.

Bij het eerste alarmerende batterijfalen, nauwelijks een week ervoor,
was Manolis na 20 minuten al ter plaatse.
Koud kunstje, zo bleek.
Want “bergaf, in tweede gooien en starten”.

Zij had goed geluisterd hoe het moest.
Deze keer besloot zij dan ook de klus in haar eentje te klaren.

En ging zij wel bergaf, in tweede, maar the car startte NIET.
En stopte dus ook NIET.

In ideale omstandigheden, zoals daar zijn klaarlichte dag,
hevige zonneschijn en geen tegenliggers, lukte het haar de berg, haarspeldbochten incluis, in 13 minuten af te bollen.

Toen de wagen beneden uiteindelijk stilviel, had zij haar record in de vernieling gereden. Haar zenuwen en haar hartritme eveneens, trouwens.

Alle incompatibilité des humeurs ten spijt, drong enige startkabelhulp zich dus op.
Nog steeds foeterend en stevig uit zijn hum, laadde Manolis de batterij op.

Zij hield, met bibberende knieën, nog steeds vol dat het falen ditmaal eigenlijk “not only the battery” was geweest, “you know Manoli ?”
En zoende hem achter zijn oor teneinde haar vermoedens kracht bij te zetten. Zijn gezicht en boosheid trokken witjes weg, het ongeleid projectiel kreunde bijna van spijt.
“I’m so sorry, milady, this has been a hell of a day, you know”.

De autoradio heeft hij voor alle zekerheid uit zijn huurkar gehaald.
Geen erg, vond zij. Radio2 kon zij er toch niet op beluisteren.

En de parkeerbonnen, die zij, netjes op datum geklasseerd, in het handschoenenvakje had achtergelaten, zou zij overigens ook niet betalen.

Geachte,


Hoi, Violet!

Zo, daar ga je. Totaal onverwacht, je was hier pas twee maal. Twee dagen, waarop je te laat aankwam en te vroeg vertrok trouwens.

Jouw blik vol medelijden, toen je mij ten afscheid je slappe handje toestak, de andere hand worstelend met jouw voorhistorische stofzuiger – want de onze vond je een shitty geluid produceren – was echt geen troostlap voor mijn diepe ontgoocheling, mocht je dat denken. Ik zie zo’n blik wel vaker.

Ik toonde nochtans veel begrip voor je, toen je zei dat je zeker geen stof zou afnemen, want dat haatte je. Er zijn in dit huis slechts een drietal honderden spullen af te stoffen, Violet.

Ramen lappen haatte je eveneens, want je was klein van stuk en durfde de ladder niet op. Dat deed ik dan voor je. Net zoals ik ook de bad- en slaapkamervloer dweilde, want je vond de natte tegels te glibberig zonder je rubberen boots, die je telkens vergat.

Het zomerterras natspuiten, dat deed je dan weer heel grondig en nauwgezet, dat moet ik je nageven. Ook al trok je daar anderhalf uur voor uit. Dat je zodoende onze jonge palmbomen ook verzopen hebt, neem ik je niet eens kwalijk.

Dat ik je voor je professionele, doch uiterst beperkte, hulp een dubbel uurloon uitbetaalde, nam Grom mij dan wel kwalijk.

Ik leg de schuld voor je plotse aftocht dan ook bij hem en wens je een aangenamere, nieuwe werkkring toe.

Darling D.

(in a letter from June 8, 2017 to her cleaning lady)

Boobs (Un)Ltd.

Voor een vrouw die – zonder aanwijsbare verdienste – beschikt over een facebookpagina A en B, kan je niet genoeg op je hoede zijn.

Des te meer, als je very nosy scrollend verdacht veel commentaren mag aantreffen van mannen, die zich in niet mis te verstane bewoordingen heel dankbaar uitlaten over a wonderful night met haar.


Helemaal duidelijk wordt het je, als je nadien met enigszins verhoogde belangstelling door haar foto’s wandelt en vaststelt dat zij er boezemgewijs doorheen de jaren een flink stuk is op vooruitgegaan.


Van het schriele wicht, dat haar tietjes omzeggens met haarkrulspelden in de vorm moest leggen, ontpopte zij zich tot een monumentale vrouw  met een genereuze 38J.
Dat hier enige cosmetische interventie aan te pas is gekomen, mag duidelijk zijn. Nu ik een respectabele leeftijd heb bereikt, moet je me niet komen vertellen waar de tepel hangt.

Ooit was Petroula de socialite van dienst alhier. Op elk event, waar meer dan tien mensen samentroepten, was zij present. Zij gaf zichzelf uit voor de publisher van een glossy magazine, hoewel dit enkel het gewrocht van haar echtgenoot was en zij zich nooit op kantoor vertoonde, gezien haar bruisend nachtleven.

Bij elke uitgave werd de inkijk op haar boezem groter, op elk weliswaar professioneel kiekje kon je van de fratsen van een uitbundige en naarmate de nacht vorderde zwaar doorzakkende (dit laatste mag u wel letterlijk nemen) Petroula meegenieten.


Edoch, toen de crisis wild om zich heen en haar man naar de minder synthetische borsten van een medewerkster greep, was dit einde verhaal. Met haar man en zijn maîtresse, verdwenen ook het tijdschrift en de glamoureuze voordelen waaraan zij zo gretig haar status ontleende.

Ik schrok toen ik haar voor het eerst ontmoette. Grom had al eens eerder een koffietje met haar gedronken, zo bleek. Vermoedelijk vond hij het toen verkieslijker, na eenzelfde blik op haar foto’s, mij niet ongerust te maken.


“This is Darling”, stelt hij mij voor en slikt het epitheton “my partner”, dat er normaliter op volgt, net op tijd in. Aan de verachting in de blik die ik hem toewerp, wordt het hem duidelijk dat hij binnenskamers hiervoor zal bloeden.


Petroula heeft zich voor de gelegenheid (zij heeft Grom “for a coffee with me” uitgenodigd voor een “waanzinnig” zakenvoorstel) in zwart leder gestoken.

Kniehoge laklederen laarzen met killer heels, té kort ledergerokt ook, ik zie de rivierenkaart van België op haar dijen. Ik duizel ook van haar décolleté, ik had er geen benul van dat zo’n minuscule shirtjes in de handel verkrijgbaar waren.

Zij is nog slechts een schim van de diva die zij ooit was. Zij davert van de zenuwen, zweet als een paard en brengt amechtig hijgend totaal onsamenhangende klanken uit.

Na de tweede koffie en Grom’s herhaalde en niet-beantwoorde vragen “what is this proposal about, Petroula?”, “can you tell me some more…”, wil zij weg. Naar een andere gelegenheid, want daar is iemand die ons het fijne van haar voorstel zal uitleggen.

Ik betaal de koffies.

Aan het andere eind van de stad aangekomen, plant zij ons neer in een duister zaaltje achter de bar. Wij wachten op die iemand en bestellen koffie.

Zij installeert nog steeds zwaar ademend een laptop, die wij verder niet meer nodig hebben. Vertelt ons inmiddels dat zij nu in de armoedige wijk rond Knossos woont en al haar verplaatsingen met de bus moet doen.

Grom probeert tevergeefs nog maar eens tot de kern van de zaak te komen. “We have another appointment at 4 o’clock, Petroula, maybe you might want …”  
De atmosfeer is beangstigend. Ik krijg plots visioenen van een “Populair-Koppel-Op-Kreta-Ontvoerd”-Breaking News, Grom schuifelt al even ongemakkelijk op zijn stoel.
Een jongeman stapt binnen, gehuld in de onmiskenbare nevelen van young entrepreneurship. Installeert zijn tablet op ons tafeltje, vraagt om een koffie en leidt ons binnen in de verderfelijke wereld van een zoveelste piramideconstructie, die de radeloze Grieken een zilvergrijze BMW en levenslange vakanties in de hongerige maag splitst.

Naar goede gewoonte, poneert Grom dat wij op dit moment echter onze volle aandacht bij een ander project hebben. Ik vraag Petroula of wij haar een lift naar huis kunnen aanbieden. Het hoeft niet.

Ik betaal de koffies.

Faire Pipi

Zomer 2019

Bloedheet is het in het dorp vanmiddag. En onaards stil. Zelfs de straathonden blaffen niet.

Zij liggen uitgeteld naast de bron op het plein, waar de mensen, die niet op de waterleiding zijn aangesloten, dagelijks hun plastic flessen en jerrycans komen vullen.

Iedereen houdt vensters en deuren potdicht en probeert een paar uren door de hitte heen te slapen.

Het geroezemoes dat ik nu meen te horen, zwelt aan. Ik hoor stappen, veel stappen. En veel opgewonden stemmen. Fransen.

Yiannis, de zelfverklaarde burgervader van het dorp, loopt zelfverzekerd aan het hoofd van een meute opgewonden désagréables en sleurt heftig aan ons hekken.

“Grom! GROM!” Ik vrees het ergste. Een bosbrand, een aardbeving, een hittedode, de moffen nogmaals? Oooh, de onverlaat die het aandurft Grom uit zijn middagslaapje te halen.

Een buslading Franse toeristen is, op weg naar de fameuze grot waar geen publiek is toegelaten wegens te gevaarlijk, gestrand voor Yiannis’ deur en hij begrijpt ze niet, maar veronderstelt dat zij moeten pissen. En gaat ervan uit, dat dit bij Grom & Darling wel moet lukken.

De massa valt op onze patio bijna over elkaar heen en vormt giechelend en grappend een lange rij langsheen de buitendouche, recht naar wat wij grinnikend onze “visitor’s corner” noemen. Geduldig wacht elk zijn plasbeurt af, onderwijl ah-end en oh-end over het huis en hoe chaleureux et raffinés de bewoners wel zijn.

En of er ook de possibilité is om het even vanbinnen te bekijken? Misschien ook wel quelque chose à boire? Grom, heimelijk toch wel trots op het huis, dat hij zelf ontworpen heeft, loodst de horde van onder naar boven en van links naar rechts, en installeert die uiteindelijk met een paar liter raki op het zomerterras. Dat gelukkig onder het gewicht niet is bezweken.

De grot hebben zij niet meer bezocht, daar hadden zij bij nader inzien geen zin meer in. Op de foto daarentegen wilden zij bij het afscheid wel graag. Want tevreden (en aangeschoten) waren zij.

Grom ook trouwens, hij presteerde het 2 euro per “plas + glas” aan te rekenen. I’m burning with shame.

Geachte,

Miauw Stinky,

Al vanaf het moment dat een of andere schurk jou als een van zijn hoogst ongewenste kittens bij mij op de stoep parkeerde, wisten wij beiden, dat wij nooit de beste vriendjes zouden worden.

Ik heb het niet op rosse streepjeskatten, en al helemaal niet als die rosse streepjeskatten geen greintje dankbaarheid tonen als hun eerlijke vinder hun wel de dagelijkse kost, maar geen inwoning kan aanbieden.

Ik had er dus vrede mee, dat jij je genoeglijk installeerde op mijn auto, waar je een perfect uitzicht had op knaagdieren van diverse omvang, zodat je enige garantie had op steviger kost mochten mijn dagelijkse brokken op termijn niettemin tot een gewisse hongerdood leiden.

Wist ik veel dat jij binnen de kortste keren van mijn carrosserie een AirBnB zou gaan maken. Of dat jij, en bij uitbreiding je ganse gasten-populatie, zo ontzettend aartslui godganse dagen op jullie dakterras in het zonnetje zouden gaan baden.

De enige beweging die ik bij jullie herhaaldelijk kon vaststellen was van louter procreatieve aard.

Nu ik tot mijn ontzetting, en die van mijn garagist, verneem dat de brandstof-, rem- en aircoleidingen van mijn wagen helemaal tot prut herleid zijn door knaagdieren – je weet toch, die prooien waar jij normaliter op jaagt – kan ik enkel maar besluiten, dat jij je werk niet naar behoren hebt uitgevoerd en mijn gastvrijheid niet passend hebt gehonoreerd.

Ik verzoek je dan ook dringend de plaat te poetsen, samen met jouw omvangrijke, buitenechtelijke kroost.

Darling D.

(In a letter from March 13, 2012 to her cat Stinky)

Ochtendlijk Geprikkel

Ik haat cactussen. Grom heeft er een onverwoestbaar zwak voor, dus binnen, in, aan, op, naast, onder, tussen en langs onze wallen zal je deze prikkerds in diverse formaten aantreffen.

Ik ben haatdragend genoeg om ze elke vorm van genegenheid te ontzeggen, maar dan weer niet zo’n onmens, dat ik niet vertederd kan staan trillen als er eentje een sporadische bloem opengooit.

Zo ver kan mijn vertedering voor deze last minute bloemen zelfs reiken, dat ik mij, in de overtuiging dat op dit ontiegelijk vroege uur enkel de slaaploze krekels klaarwakker zijn, even de straat in waag om pijlsnel een foto te maken van zo’n kleurenexplosie.

In mijn nachthemdje. Dat bovendien doorschijnend is.

Sta ik me daar wijdbeens de juiste invalshoek te kiezen, rukt mijn overbuufje plots haar voordeur open; luidkeels kalimera-end wenkt zij me binnen.

Ik zwier in alle haast nadrukkelijk het hemdje links en rechts om mijn lijf, zodat zij kan zien dat ik eigenlijk niets om het lijf heb. Drie volle minuten wring ik mij in zulke vernederende bochten, het mag niet baten.

Met beide armen voor mijn borst, zit ik nu op haar beste stoel. Dat weet ik, want er hangt een gehaakt doekje over. Zij maakt een kafedaki voor me klaar, dit wordt geheid zo straf, dat mijn titties nu zullen staan waar een décolletébesparende ingreep jammerlijk faalde.

Eleni diept haar Sint-Marina-brood uit een plastic zakje. Die heilige werd gisteren uitbundig in het dorp gevierd, geen idee wat Marina zaliger daarvoor heeft moeten presteren.

Ik moet het brood in mijn koffie soppen, maant Eleni me in flink koetergrieks aan. Er volgen koekjes, die ik niet lust. Ik maak Eleni duidelijk dat ik al ontbeten heb, waarop zij nog een paar hompen Myzithra-kaas naast de koekjes legt.

Ik durf nauwelijks naar de batterij familiefoto’s kijken, die kriskras aan de muren genageld zitten. Of die in niet-passende lijstjes op haar uitzetkast staan. Ik weet immers, dat zij de hele familiesaga uit de doeken zal doen.

Wat zij ook doet. Ik knik soms, ik beaam nog vaker, ik trek ook al eens grote ogen, ik versta er geen barst van en vraag me af wanneer ik met enig fatsoen afscheid kan nemen.

Plots verdwijnt Eleni naar de slaapkamer. Ik hoor laden schuiven, kastdeuren opengaan. Jeetje, dit is niet het moment waarop ik door de openstaande deur kan vluchten.

Fier als een Griekse gieter overhandigt zij mij zo’n zakdoekje, waar zij eigenhandig een fijn randje om heeft gehaakt. Een allesomvattende geur van overjaarse mottenballen maakt mij ellendig.

Voor jou”, zegt zij. “Ik hou zoveel van jou”.

Ik hou ook van jou, Eleni”.

Ik neem me voor, een aquarelletje voor haar te maken. Met vogeltjes, vlinders en bloemen.

Heuse bloemen, niet van die kutte cactusbloemen.