Anne’s Fotochallenge

Met het thema voor week 11 “BRIEVENBUS”, heeft Anne voor mij de hoofdvogel afgeschoten. Op mijn jarenlange perikelen met de Griekse (non)postbedeling heb ik namelijk al een paar tanden stukgebeten.

Wie het bescheiden geluk heeft zich in een verpieterd bergdorp te nestelen, moet er de ongemakken bijnemen. Met een beetje bof krijg je een postcode toegewezen, maar het is vergeefs zoeken naar je straatnaam of huisnummer. En in de meeste gevallen, ook naar de postbode.

In mijn, minder archaïsch, dorp-zonder-straatnamen staat een postkast met genummerde vakjes, waarin de postbode-van-dienst jouw briefwisseling achterlaat. Voor het gemak, ook die van andere bewoners, wiens naam hij niet kan ontcijferen.

Maar hij kent Engels. Je mag dus hopen, dat jouw kastnummertje op je brieven en documenten vermeld staat, of je kan er naar fluiten.

Anne’s Fotochallenge

De challenge van Satur9 is aan de 10de week toe. Met een thema als “OUD” stemt dit tot enig nadenken.

Mensen met vele jaartjes meer zetten het niet meer op een lopen, noch duiken zij spontaan weg als er een lens op hen gericht wordt. Hun spiegel en hun lichaam spreken immers duidelijke taal: dit is je laatste levensfase, love it or hate it.

Mijn fotomodellen hebben alvast hun keuze gemaakt, zij voelen zich zo jong als hun schoenmaat.

73!

Nog genoeg liefde om een leven te vullen

Nog genoeg adem om kaarsjes uit te blazen

Nog genoeg licht in de ogen om wensen te lezen

Nog genoeg fut in de vingers om te schrijven

Nog genoeg brein om de dag te herkennen.

Ik werd 73 en beschouw mezelf dus gelukkig.

Mijn welgemeende dank aan jullie allen voor de lieve wensen!

Wij moeten de tijd die wij nog hebben niet als een kapitaal beschouwen. Wel als een vruchtgebruik waarvan wij – zolang wij dat kunnen – zonder beperking moeten genieten.

Anne’s Fotochallenge

Voor week 8 zocht Satur9 een thema uit, dat niemand onberoerd kan laten. Ook u niet, er staat u vast een beeld bij van wat het begrip “LIEFDE” voor u betekent. Deel het met ons in deze fotochallenge!

Liefde, het enige woord waarbij ieders leven staat… of valt.

Liefde als straatje zonder einde.

Liefde is op weg zijn naar jezelf te vinden in elkaar (Toon Hermans)

Anne’s Fotochallenge

Voor week 7 stelde Satur9 de regel van derden voor.

Als je zo iemand bent van “klik-en-weg“, klinkt dit niet bekend in de oren. Ik besloot dus even te wachten op de deelnemers, die iets vroeger dan ik uit de veren kruipen.

Zoiets dan? Wellicht helemaal niet derden, vierden of vijfden, maar dan toch de zevende hemel.

Anne’s Fotochallenge

Ik geef het grif en graag toe, ik ben een beroerd fotograaf. Mijn reputatie is al jarenlang gevestigd, niemand in zijn right mind zal me ooit nog spontaan een fototoestel in de handen duwen.

Maar wie beter dan de onvolprezen Anne van Satur9’sWorld kan zelfs een niet-gemotiveerd mens warm maken voor een van haar challenges?

Dus, ik ga het nog 1 keer proberen. En drie thema’s nog wel voor hetzelfde geld.

Hier is het wekelijks themarooster:

Het is altijd fijn een inkijkje te nemen in iemands leefwereld, doe dus vooral mee!

Week 1 – Koffie of Thee

Week 2 – Kader in Kader

Week 3 – Jezelf

Kakos Dromos

Grom beweert, dat ik een amazing ability heb to attract weirdos. Hij kan het weten.

Wij keren even terug naar oktober 2009.

📸 Ricki Krause

Opgewekt zingend en zwevend op een wolk van nauwelijks beheersbare vrijheid, ben ik op de terugweg van Heraklion naar Sitia, toch algauw een rit van dik twee uren.

Het zou me dus niet verbazen, dat er langs de baan wel ergens een zonderling figuur op een lift staat te wachten.

Zij staat daar dus te wachten. Aan de bushalte, op de bus die niet komt.

In tegenstelling tot de lifters, die ik al eens pleeg een eind verder te brengen, staat zij niet wild met haar duimen, een Jumbo-boodschappentas of een benzinevulfles radeloos in de lucht te zwaaien.

Neen, zij staat en wacht, een dozijn plastic tassen aan haar voeten, een sjaaltje over het hoofd en wel drie pulls en jassen om haar uitdijend lijf gespannen. Dit valt mij op, het is vandaag bepaald een warme, nazomerse dag.


Nieuwsgierig geworden, stop ik een eindje verder om haar op te pikken, ik weet intussen dat dergelijke onverwachte ontmoetingen variëren van hoogst bizar tot hoogst vermakelijk en wat gezelschap kan de bochtige rit door de heuvels enkel maar opfleuren.

De gevulde dame en dito zakken nemen plaats vooraan, no way dat zij die in de kofferruimte wil achterlaten. Ochi, ochi. Zij spreekt enkel Grieks en stoort er zich duidelijk niet aan dat ik maar één woord per dertig uitgebrachte versta.

Een uur later zijn wij het erover eens, dat ik géén toeriste ben, géén Duitse, de Belgische wegen zoveel beter zijn dan de Kretenzische, en wij beiden in Sitia wonen.

Giatros, gilt ze, als ik haar duidelijk wil maken wat ik doe. Grieken verslijten je algauw voor een dokter als zij niet begrijpen wat je bezigheid is. Ochi, ochi! Ik haast mij om dit met klem te ontkennen, want na een blik op haar diverse lagen bovenkleding en gezien haar nu toch wel opgewonden staat, schat ik de kans hoog in, dat ik haar zo meteen mond-op-mond zal moeten beademen. Te meer, hoe zeg je nu in aanvaardbaar Grieks dat je je dagen in ledigheid slijt?

Zij zet zich aan het schrijven, op stukjes papier die zij uit een krant scheurt. Vreemd vind ik dit, het is welhaast onmogelijk in de auto om het even wat neer te pennen als je zwaartepunt zich om de twintig meter in een bocht verlegt.

Telkens een kapel of een kerkje in haar vizier opduikt, houdt zij op met kribbelen en slaat zij driftig een kruis. Ik heb inmiddels mijn snelheid al danig aangepast, wat zoveel wil zeggen als dat ik niet om de haverklap uit de bocht vlieg.

Zowat een kwartiertje voor aankomst, slaat zij plots in een kramp.” Siga, siga“, roept zij (rustig,rustig), “dromos kakos” (slechte weg). Zij slaat nu verwoed het ene kruis na het andere, in paniek en tot horensdul toe herhalend dat de dromos kakos is. Geen nieuw gegeven, die weg heeft er sinds mensenheugenis nooit goed bij gelegen.

Bij haar huis aangekomen, wordt zij kalm en start haar normale conversatie opnieuw. Ik meen hieruit op te maken dat zij mij mordicus in haar huis wil uitnodigen om mij te bedanken voor de (veilige) rit.

Geen dank, hoor – ik voel mij nu als het paard dat zijn stal heeft geroken – en geen tijd, hoor, ik moet nog een en ander in huis halen voor sluitingstijd, vertel ik haar, zij het met niet zoveel woorden.

Natuurlijk verstaat zij mij niet, dringt aan. Ik haal er, bijna wanhopig nu, een koppeltje voorbijlopende Grieken bij, met enige noties van courant Engels, die er haar kunnen van overtuigen dat het graag gedaan is en een volgende keer dan maar.

Vooraleer haar collectie plastic zakken bijeen te graaien, stopt zij mij een van de gescheurde krantenpapiertjes toe. Haar beide telefoonnummers staan erop.