Bevlogen en vervlogen (3)

If little by little you stop loving me,
I shall stop loving you little by little.
If suddenly you forget me
do not look for me
for I shall already have forgotten you (P. Neruda)

Er waren de onderzoekende oogopslagen, de instemmende blikken. Het klaterend gelach om zorgvuldig gekozen herinneringen. De bestofte taal en onzekere aanrakingen van eenlingen. De troostende armen rond te zwaar beladen schouders.

Er waren ook de leugens, de verwijten. De verwoestende stiltes en gesloten deuren. De kwetsingen die men niet langer voor lief neemt.

Wij nemen afscheid.

Het verlies was er al voor het einde,
de tranen voordat het afscheid kwam.

Ik kijk achterom en als ik naar Ferryman kijk, weet ik ineens niet meer waarom.

Voor elkaar

En dan opeens zijn wij met z’n allen een nieuw jaar ingetuimeld. De wensen, dromen, verwachtingen van 2019 bergen wij nu langzaam op, samen met de tegenslag, het verdriet en het ongemak dat er ook was en wij spoedig willen vergeten.
Nieuwe wensen vliegen je om de oren, nieuwe hoop en nieuwe vooruitzichten dagen voorzichtig op, nieuwe mensen komen in ons leven, nieuwe voornemens worden gemaakt, nieuwe plannen gesmeed.
Alles wordt vandaag immers nieuw, opnieuw.
Maak 2020 voor elk van ons in deze gemeenschap pas écht nieuw met meer aandacht, betrokkenheid en een liefdevol woord voor elkaar.

Dank voor al jullie schitterende bijdragen, die mij telkens vreugde, ontroering, verbazing en een glimlach brachten. Ga vooral zo door in 2020!

Het laatste kalenderblaadje

Het Dorpsleven.

De pagina van de kattenfamilie krijgt steeds meer volgers.
Wie deze winter niet tot zijn enkels in het water wil staan vult alvast de nodige zandzakjes.
De zusjes Anna en Eleni genieten van de laatste zonnestralen.
Niet elke zilverduif voelt zich thuis op de gemeentelijke derdeleeftijdsviering.
Self service
Crochet Crétois

Het Stadsleven.

Een fonkelende, hoopgevende kerstboom in het stadscentrum
Schoonheid in wellustige vormen
Eenrichtingsverkeer voor mindervaliden
Je beurt afwachten
Duidelijk

Bevlogen en vervlogen (2)

“Last time I saw you, baby, you looked beautiful.
Now, you look dangerous…”




Ik moet het ootmoedig bekennen, ik heb zo mijn zwakke momenten.
Zo kan ik bijvoorbeeld niet keihard de levende poep pijnigen
uit een man, die godganse dagen aan mij blijkt te denken
en reeds dik drie uren op een warm terras op mij zit te wachten.

Wij hadden inderdaad a lot to talk about.
Het scheppen van enige klaarheid in wat ik al op een onvervalste Griekse tragedie uit zag draaien was hier aan de orde.

“I will be waiting for you all morning, baby”.

Netjes afgeborsteld zag Ferryman eruit. Een tikkeltje té zwierig met die borstel tekeergegaan misschien, zijn eertijds volle zilveren haardos leek flink uitgedund. Had ie maar niet zo vaak aan mij hoeven te denken.

Als een springveer wipte hij uit het bloemetjesstoffen zeteltje – die knie moet nu wel in orde zijn – en viel me sweetheartend om de slanke hals .

Ik was verwittigd. Griekse mannen zijn orakels. En het zijn leugenaars. Het ligt voor de hand, je kan niet twintig uren per etmaal nauwelijks naar adem happend doordrammen zonder dat er creatieve onnauwkeurigheden in je verhaal opduiken.

Geamuseerd aanhoorde ik Ferryman’s lange verhaal, hij luisterde op zijn beurt ernstig en instemmend knikkend naar de resem ontradende argumenten waarom I wasn’t looking for a relationship.

“My gentleman’s word, darling, I will respect your privacy”.
Tot zover onze agreement.

Verstandige, begripvolle mannen kan ik naar waarde schatten.

Bevlogen en vervlogen (1)

“Just a walk, not a marriage proposal…”
(Jack Nicholson in “Something’s Gotta Give”)


Het is vrijdag, een schitterende luie dag. En er is geen excuus om de wekelijkse Vlamingen-in-Kreta-koffieklets onder de sinaasappelboom op het terras van Vassili te missen.
Om 10u30 GMT (Griekse Misschien Tijd) staat ons tafeltje klaar, 11u kan ook nog.

De vogeltjes hebben mij wakker getjilpt. Ik luister naar hun vrolijk gekwetter, het énige geluid in de wijde omgeving. De zon kruipt omhoog en streelt mijn nek, terwijl ik in de tuin de rozen knip en mijn ontbijttafel dek.

De eitjes heb ik sunny side up gebakken en de toast met olijfolie ingestreken, de te zwarte romige koffie doet mijn vingers tintelen.
Zou ik best achterwege laten, zei mijn arts ooit. Net als mijn sigaretten. Hij kent nog niet half mijn dagelijkse consumptie.

Ik hoor gestommel op de zijtrap, die van de anonieme straat naar mijn voordeur leidt. Het gekraak van door de hitte gebarsten betontreden verraadt een mannenstap.

Ferryman.
Zo wordt de mysterieuze reder uit Athene hier genoemd.
De golden unreachable voor alle smachtende Britse Eastenders, die hier wel vaker last hebben van te veel rust, een niet meer zo significant other en opspelende hormonen.
En met giftig-flirtige onschuld elkaars competitie te lijf gaan.

Ik ontmoet hem voor het eerst, hij verblijft slechts zelden in het
oude huis dat hij in mijn bergdorpje heeft opgeknapt en hult zich bewust in een low profile waas.

“Of hij mij de sleutel mag overhandigen van de wagen, of eerder het wrak, dat al een paar jaren onbeheerd in de straat staat en volgende week weggetakeld wordt?

“No problem, Sir”.

Geen tamtam in de brousse van Toubacouta die je sneller am laufenden houdt dan de Kretenzische geruchtenmolen.
Nauwelijks heb ik mijn derrière in Vassili’s behaaglijke zeteltje geplant, krijg ik mij daar mijn buurvrouw Cheryl aan de lijn, buiten adem, een tikkeltje tipsy ook, het is ten slotte al aperotijd.

“Ferryman fancies you! Really, darling. Woo hoo, yes! He’s telling everyone he met you this morning. He is completely out of his mind. He’s gone crazy about your little red dress!”

Cheryl’s vermaarde beschonken welbespraaktheid hoeft voor geen ene meter voor de al even beruchte Griekse ontvlambaarheid onder te doen.

Drie woorden heb ik met Ferryman gewisseld.
En nog eens vijf zinnen, als ik hem begroet op het jaarlijkse plaatselijke dorpsfeest vier weken later. En hem bezweer dat het “no problem, Sir” is, als hij zich verontschuldigt dat hij, als gevolg van een knie-operatie, niet met mij kan dansen.
“But, I’ll be delighted to dance with you next year”.

Een paar maanden later.
Ik ben op weg naar Athene, waar ik een vlucht naar Brussel zal nemen.
En raak op Sitia Airport in een hoogoplopende discussie verwikkeld met een politieagent, die mijn bagage op de loopband wil screenen terwijl de Olympic baliebediende op identiek hetzelfde moment mijn bagage op zijn loopband wil inchecken.

Hulp komt uit onverwachte hoek.
Ferryman, ook op weg naar Athene, waar zijn moeder na een jarenlange ziekte overleden is.

Wij keuvelen wat bij een frappé. Dit is nieuw voor mij. Hoe verloopt zo’n begrafenis? Wil ik weten.
Wanneer kom je terug, sweetheart? Wil hij weten.

Sweetheart? Ik ril bij het woord.

Een paar weken later ril ik nog steeds, van de kou in België ditmaal. En bij het snel naderen van mijn volgend vertrek.

“We have a lot to talk about, baby“.
Deze boodschap loopt over mijn mobieltje.
Baby?? Baby!!

Het beste dat wij van mensen kunnen verwachten, is dat zij vergeten, zei de wijze Mauriac.
Nou, wat mij betreft.

Kerstlicht

Norman Rockwell

Zoals daglicht door het duister breekt

zoals zonlicht de kilte verzacht

zoals pretlicht kinderoogjes vult

zo wens ik jullie het licht dat mensen bindt.

Sprankelende, feestelijke, warmgezellige kerstdagen gewenst.

Het Liftende Buufje

devon-janse-van-rensburg-JJf8DJ0a-ow-unsplash

Daar staat zij, oud en in het zwart gebogen, pal in het midden van de straat en heftig met haar wandelstok zwaaiend, net als ik de heuvel kom afgestormd en dus niet zo meteen ter plekke stil kan staan.

Naar Kato Gouves rij ik“, zeg ik haar voor alle duidelijkheid, terwijl ik mij buig naar de passagierskant om het portier te openen. Die moeite had ik mij kunnen besparen, zij zit al.

Kato Gouves. Paris farmakio?” pols ik voorzichtig. De apotheek van Paris is hier namelijk de landmark en gezien de wild om zich heen slaande crisisgevolgen, ga ik er automatisch van uit dat zij daar moet zijn.

Je zou enige reactie verwachten. Niet dus. Zij vertrouwt de expats niet, zoveel wordt mij duidelijk. Of misschien is zij wel doofstom? Wat volgt, laat zich raden. I’ve been there. Als een razende begint zij tijdens de rit op haar borst te kloppen en kruistekens te maken. Ik voel mijn waardigheid afsterven.

Ik stop aan het kruispunt. “Kato Gouves, farmakio!” gil ik. Zoals een buschauffeur zijn eindhalte omroept. Geen beweging in het mensje te krijgen. Duidelijk niet de minste intentie om uit te stappen.

Zij strekt haar arm naar links. “Gournes!“, roept zij. Niks doofstom. Ik schud mijn hoofd : “Ochi!“, en strek mijn arm naar rechts. “Hersonisso!“. Zij naar links : “Gournes!”.

Ik probeer haar, bijna wanhopig nu, uit te leggen dat ik helemaal niet in Gournes moet zijn. Even toch twijfel ik, of ik haar tot Gournes zou brengen, maar begraaf de hulpvaardige gedachte, bij nader inzien.

Wij blijven, afwisselend armstrekkend, op het kruispunt staan. Dikke tien minuten later stapt zij, zeer onwillig, bijna boos, uit en slaat met een onvermoede kracht met haar wandelstok op de motorkap.

Een volgende keer is mijn naam haas.

Rock-steady Stella

Photo credits barbarasoleil

Mijn maatje Stella onbewaakt op het strand achterlaten is ten stelligste af te raden. Op de kilometerslange ongerepte en nauwelijks betreden zandstrook tref je nogal wat loslopende, veelal mismaakte, gedumpte honden aan. En Stella heeft de onhebbelijke gewoonte, zoniet de onweerstaanbare drang, er minstens eentje in haar wagen te laden.

Vijf heeft zij er inmiddels. In alle maten en van zeer twijfelachtige komaf. Tweemaal per dag hoor ik ze langs mijn straat-zonder-naam wandelen.

Een oorverdovend blaffend kluwen zwarte, bruine, witte poten, staarten en vlekken. Stella stormt er achteraan, afremmend, vijf leidsels in haar handen, in alle richtingen hevig trekkend in een poging haar wilde adoptievelingen uit de grasbermen weg te houden, want daar liggen schorpioenen op de loer.

Eventjes rustig je dagelijks praatje slaan is met zulke ongedisciplineerde meute geen optie.

Elke zaterdagmorgen ga ik dus stipt, met onze gezamenlijke vriendin Cheryl, bij haar op theevisite. Want haar thee is een absolute aanrader, haar zelfgebakken biscuits nog meer.

Bovendien lik ik mijn vingers af bij de heerlijke confrontaties tussen de oerbritse Stella en Cheryl, die Welsh is.

Stella is een zeer zelfstandige, uiterst gereserveerde oudere vrouw en wordt in onze kolonie erg gerespecteerd. Zij was nauwelijks zeventien toen zij de gammele, ouderlijke deur achter zich dichtsloeg en het schip richting VS opklom. Daar had zij een job als nanny aangeboden gekregen.

Veertig jaar bleef zij er. Haar werklust, haar ernst, haar ambities en haar kwaliteiten waren haar werkgever niet ontgaan, en toen zijn kinderen haar dagelijkse toewijding best konden missen, bood hij haar een verkoopfunctie in zijn kledingzaak aan.

Dik vijfentwintig jaar hard labeur en partnervrij leven later, bezat Stella haar eigen zes kledingwinkels, verspreid over verscheidene steden. Die zij op een gunstig moment van de hand deed om naar haar vervreemd geboorteland terug te keren. Zij aardde er niet meer. En volgde algauw het spoor van haar broer.

Anoniem, bescheiden, alleen, heeft zij zich toen genesteld in mijn ingeslapen gehucht, waar ook haar straat geen naam heeft en de jongeren reeds lang weggevlucht zijn. Misschien wel voor het hels kabaal dat haar nu kerngezonde hondentroep pleegt te maken. Of voor het bont allegaartje zwerfkatten dat zich, zo tussen het luie wachten op hun dagelijkse prakje door, in snel tempo rond haar woning blijft voortplanten.

Een sterke, merkwaardige vrouw is Stella. Met een heel groot hart. En een dijk van een levensboek. Niemand zal ooit elke pagina lezen.

Bravo, Christine!

Er is geen enkele reden denkbaar, om jezelf met de kerstdagen niet te verwennen met de nieuwkomer van onze medeblogger Can Xatard! Zet het boek op je wish list, kruip op je bank met een dekentje en een wijntje, en dompel jezelf onder in het meeslepend verhaal van twee opmerkelijke vrouwen.

Colombe is nu een echt boek, met een omslag, en 230 bedrukte pagina’s. Ik moet er af en toe aan voelen en ruiken om het te geloven. En het ligt in de etalage! Binnenkort ook op de schappen van Cronopio, De Groene waterman, Fnac en De Standaard boekhandel. Maar als je de enige, unieke LGBTQ-boekhandel […]

Colombe in de etalage — Can Xatard

De Rake Klap

Het was meteen raak.

Dit was zonder meer het liefste en langste bericht dat Nele ooit in haar mailbox had gevonden. Het meest humoristische ook. Een pennenvrucht waar professionaliteit achter stak. Hij had haar meteen in zijn ban.

Schrijf misschien eens terug?” was zijn overbodige vraag. Dat deed Nele dan ook meteen. Nou, metéén… Geprikkeld en geamuseerd had zij toch eerst aandachtig zijn profieltje met aanbod en vereisten doorgenomen. Mooipraters zàt op datingsites, hoor, en aan het einde van de rit slechts op één ding uit. 

Hij hield van de mensen. Dat zat alvast goed. Mensenhaters horen niet op een dergelijke site.

Hij was heel nieuwsgierig. Nieuwsgieriger dan zij op dit eigenste moment kon hij onmogelijk zijn.

Hij vond heel veel mensen de moeite waard. Daar wou zij dan wàt graag bijhoren.

Zo mogelijk nog belangrijker, was even uitzoeken waaraan het voorwerp van zijn zoektocht wel moest beantwoorden.

Een toffe persoonlijkheid, dat zocht hij. Ja, waarvan je haar nu niet kon beschuldigen, was haar gebrek aan tofzijn.

En zij moest kunnen luisteren, maar ook praten. Nou, een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap had zij, gelukkig maar, nooit hoeven aanvragen.

Echt om andere mensen kunnen geven, was ook een conditio sine qua non. Ach, haar hart was gewoon buitenmaats wat dit betrof.

En minstens proberen anderen te begrijpen. Probéren?? Begrip was haar met de moedermelk ingepompt. Begrip was haar middle name. Begrip had haar hele leven behéérst.

Nele had het even niet meer. Zeg nu zelf, een perfectere match kon een datingsite-administratie zich nauwelijks dromen. Daar zat gegarandeerd een succesverhaal in.

En zij schreef terug. Het langste en liefste bericht dat zij ooit naar een man zou sturen.

Twee dagen voor de langverwachte ontmoeting, had hij haar een foto toegestuurd. Een exotisch kiekje, waaruit zijn savoir en zijn joie de vivre haar tegemoet sprongen.

Als een betonnen blok viel Nele voor zijn duidelijk overgewicht en andere sporen van een weliswaar aangename maar ongezonde levensstijl. Een man naar haar hart. Zij plaatste zijn foto op haar bureaublad.

Zij herkende hem meteen. Ruimtevullende charme, de présence van the rich and famous, goed in het pak, luchtig en zelfbewust, toonbeeld van verloren gewaande galanterie, de lààtste met de hand gemaakte man.

Sprankelende woordenwaterval, onvermoeibaar gas gevend met speelse zinnen, een tapijt van klanken dat de afstand tussen hen millimeterde. Bruisend en briesend. Niet in het minst gehinderd door nederigheid of gebrek aan ijdelheid.

Hij overschaduwde haar, hij overvleugelde haar, hij intimideerde haar, hij intrigeerde haar, hij fascineerde haar. Zij was sprakeloos, zij verloor haar eigen glans. Nele was wèg van hem.

“Helemaal los komen bij hem, zich ongeremd voelen bij hem, dat was zijn wens“, schreef hij haar ’s nachts. “Hij voelde dat het kon. Hij lag nu horizontaal aan haar te denken, hij lag het jammer te vinden dat hij haar nu niet in zijn armen kon nemen“.

Wanneer zie ik je nog eens, en waar, en hoelang“?

Na dit dringend verzoek en na haar daaropvolgende sleepless night, besloot zij de koe bij de horens te vatten. Speels en stout stelde Nele hem een weekendje samen voor. Onvergetelijk zou zij het voor hem maken. En verwachtte hetzelfde van hem. “Bedenk maar wat“.

Zonder aarzelen bestelde zij online een weekendsetje bij de Erotische Verbeelding.

Het erotische verwensetje kwam na twee dagen, zijn antwoord op dit heerlijk vooruitzicht niet. Voorzichtig en discreet stuurde Nele hem na een paar weken een Hallmark e-card voor zijn verjaardag.

Drie weken later had hij de e-card nog steeds niet geopend.

Nele heeft zijn zonovergoten kiek van haar bureaublad verwijderd. Zij had van hem nooit de hemel verwacht, énkel wat hij kon missen.

In haar mailbox stapelden zich inmiddels 52 “Knipoogjes”, “Verzoek-om-Kennismakingshartjes” en tutti quanti berichtjes op. Veiligheidshalve had zij zich op meerdere datingsites een 3 maanden-proefabonnementje laten aansmeren. 

Nele opende ze niet meer.

I will sing for you now

“Laten we zolang mogelijk zingen onderweg,
de weg wordt er minder eentonig door” (Vergilius).

Op de terugweg van Heraklion naar Sitia, ter hoogte van het dorp Skopi, ligt een oude man naast de baan, zijn hoofd op een goedgevulde groot formaat boodschappentas. Je denkt meteen, daar is iets gebeurd.
Hoewel, er gebeurt nooit iets in Skopi.

Voor ik goed en wel op mijn rem ga staan, veert de man recht en rukt het portier open.
Sitia?” vraagt hij onvast. Overbodige vraag, verder dan Sitia leidt deze weg dus niet.

Het duurt wel even voor ik de entertainment- en voedselpakketten, die ik op zo’n lange trip steevast naast me heb liggen, op de achterbank heb gekeild.

Hij neemt plaats, een wolk van ongewassen onfrisheid en rakidampen slaat in mijn gezicht.

Ik draai mijn raampje nu volledig open en vertrouw verder op de goede werking van de Ocean Breeze Car ontgeurder.

Souedia? Ollandia?” vraagt hij. Steeds hetzelfde liedje.
Alsof er in Belgio geen blonde vrouwspersonen rondlopen.

Hij voelt zich duidelijk op z’n gemak, meer dan ik althans.
Kijkt naar de achterbank en vraagt of ik die appel vandaag nog wou opeten.

Neemt een paar flinke happen, kijkt nog eens achterom.
Do you like music?
Of course I do“, antwoord ik naar waarheid, moeilijk er onderuit te komen met de vele cd’s op de achterbank.

I’m a singer.” Opgezwollen fierheid. Onverholen lach in zijn ogen. Verwacht mijn ongeveinsde verrassing.

Oh, are you?

Het startsein is gegeven. Geen houden aan. Jarenlange herinneringen aan plaatsen, data, gelegenheden ratelen aan mij voorbij. Heimwee en vergane glorie.

De appel is op, hij veegt zijn mond aan zijn mouw af.
My name is Ignatios. I will sing for you now.

Tot ik Ignatios in het centrum van de stad uit de wagen laat, heeft hij ononderbroken gezongen. Soms krakerig, soms neuriënd omdat hij zich de woorden niet meer kon herinneren.
Maar met een blijheid en een overgave die mij toch wat onthutst achterlaten.

At Christmas, or when you have company, I will come to your house and sing for you, call me!” voegt hij er tot afscheid nog aan toe.

Ik heb zijn telefoonnummer niet gevraagd.

Etcetera op Zondag

De parades van militairen en scholieren ter gelegenheid van de Nationale Gedenkdag “Oxi” worden druk bijgewoond en toegejuicht. In het dorp wordt inmiddels een begin gemaakt met het ecovriendelijk plukken van de olijven.

Van het nazomerse zachte weer wordt dankbaar gebruik gemaakt om nog enkele uitgestelde karweitjes aan te pakken. Het dak van Grom’s studio wordt op regeninsijpeling gecontroleerd en hersteld, terwijl het huisje van mijn buurvrouw van een nieuw venster en voordeur wordt voorzien. Knap werk.

Wie eveneens gezwind naar het werk vertrekt, is de herder. Geen openbaar vervoer naar de graasweiden evenwel, dus het vertrouwde brommertje op, met pak en zak, staf en hond.

De ongelooflijke luxe van overwegend lege stranden en een warme duik tijdens de herfst.

De Nederlandse vastgoedontwikkelingsgroep Ten Brinke maakt zich op voor de implementatie van een investeringsprogramma in Griekenland van meer dan 70 miljoen euro.
Het grootste project is de bouw van een nieuw winkelcentrum in Kreta. Het zal 25.000 m2 beslaan op een perceel dat twee keer zo groot is. De benodigde vergunningen zullen naar verwachting in 2020 uitgereikt worden.

En wij zouden het bijna vergeten. Een (bescheiden) aardbeving deze keer.

Niettegenstaande het dringend advies van zijn longarts, bijna continu aan zijn zuurstofaggregaat te hangen, besloot Grom toch gevolg te geven aan het verzoek van een paar bevriende filmmakers om op te treden in een nieuwe promotiefilm over Kreta. De opnamen gingen door in Knossos Palace, waar veel, heel veel trappen zijn. Tja, wie zijn goesting doet…

Geen sterallures voor dit lijdend voorwerp, dat al vier weken een ongelijke strijd levert met hardnekkige sinussen.

Als pleister op mijn hoofd en ziel, en om mij te verzekeren van jullie gepast medelijden, hier een weersvoorspelling voor volgende week.

Duivelszak is nooit vol

Grieken en inwijkelingen betalen meer dan 100 miljoen euro per maand aan de banken in de vorm van “vergoedingen” en “commissies” die de geldschieters in rekening brengen voor alle mogelijke soorten diensten.
Volgens gepubliceerde gegevens van de vier systeembanken (National, Piraeus, Eurobank en Alpha Bank) hebben zij hun klanten belast met “commissies” ten bedrage van ongeveer 700 miljoen euro in de eerste helft van 2019.

Dit nieuws viel niet in goede aarde bij de Eerste Minister, die zich zowat dubbel plooit om het betalen-met-kaart in alle hevigheid te promoten teneinde belastingsvlucht te ontmoedigen.

Kwatongen (die vindt men hier ook) beweren, dat de regering, in een poging om Griekse banken onder druk te zetten om de binnenkort geplande verhogingen voor diensten, die in het verleden gratis waren, in te trekken, blijkbaar besloten heeft een “oorlog” tegen de banken te beginnen door de bovengenoemde informatie te lekken …. In elk geval werden de bankbonzen voor een “gesprek” uitgenodigd.

De Zonderling

Heb je toevallig zo’n dagje waarop je sterk sociaal afwijkend gedrag vertoont en elk levend projectiel het liefst een muilpeer zou verkopen,
dan blijf je best weg uit de plaatselijke supermarkt.

Deze zaak is immers hét meeting point van de inwijkelingen. Het is dan ook de enige zaak die onze verwende allures tegemoet komt : ruim assortiment, pittige prijzen en alhier toch unieke van 8 tot 8 en 7 op 7 openingstijden.

Heb je een bekkie waar genetisch geen Griekse klanken uit rollen,
dan is er geen ontkomen aan. Je start met een proviandlijstje waar je
een halfuurtje voor hebt uitgetrokken, en je eindigt met die zwanzers steevast op een terrasje waar je na drie uren nog steeds pompend rondhangt.

Harvey is de enige man die aan deze vorm van sociale controle weet te ontsnappen. Elke morgen staat hij als eerste aan de toegangsdeur.

Een zonderling is hij. Zijn grijze baard reikt tot zijn navel, zijn uitdunnende haren in een vlecht tot halfweg zijn rug.
Steevast met de fiets, een uitgerafelde jeans tot boven zijn knieën en een witte singlet. Zijn verweerde huid is zo diep bruingebrand,
dat het lijkt alsof hij uit de tropen komt.

Knikken hoef je naar hem niet te doen, hij ziet je niet. Over zijn troebele ogen hangt een draperie van jarenlang intens, oeverloos verdriet. Op je “Hi, Harvey!” antwoordt hij niet. Elk woord is in eenzaamheid verstomd.

Het was ooit anders.

Harvey is een op en top Brit. Een man in bonis, hij bouwde voor zijn
gezinnetje het grootste witmarmeren paleis dat je hier in de wijde omtrek aan kan treffen. Loyaal omgeven door een staf personeel, bracht Harvey met vrouw en zoon er talloze verdiende en overgelukkige zomervakanties door.
En telkens verheugden zij zich reeds op het einde van hun te actieve loopbaan en het begin van hun passief oudedaggenieten.

Tot zijn vrouw die vreselijke winterse vooravond haar moeder voor het familiekerstfeest ophaalde, haar wagen over het onverwachte sneeuwtapijt heenslingerde en beiden tegen een boom uit het leven weggleden.
Hoewel nauwelijks vijftig, maakte Harvey ook een einde aan zijn leven, zijn “Britse” leven.
Hij verkocht al zijn bedrijven, voorzag hun inmiddels volwassen zoon in een ruim levensonderhoud, en vluchtte.

De oude huishoudster behield hij, de chauffeur, de tuinman, de schoonmaaksters gingen eruit. En al zijn vrienden.

Hij praatte nooit meer. Hij sloot zich op met zijn boeken en zijn muziek. Hij sloot zich af met dagelijks  gewroet in zijn park en zijn olijfgaarden.

Naar het jaarlijks zomerbezoek van zijn zoon echter keek hij telkens weer reikhalzend uit, in de trekken van zijn twee kleindochtertjes
vond hij die van zijn vrouw steeds scherper terug.

Hij belde rond de middag. “Hi Dad, wij zijn net met de ferry aangekomen, maar onze wagen is zopas achteraan geramd.
Maar geen erg hoor, iedereen fel geschrokken, maar ongedeerd. Niks onherstelbaars. Wij zijn er over een kwartiertje, Dad“.

De volgende ochtend werd zijn zoon echter niet meer wakker.

De volgende jaren kwamen ook zijn kleindochtertjes niet meer op bezoek.

Harvey’s ongehuwde zus, mijn lieve vriendin Stella, heeft toen haar united-kingdom verlaten om in haar broer’s nabijheid te blijven. Ook Harvey wordt een dagje ouder.
En een ongeluk is gauw gebeurd.

Bazaar Trottoir

Eigenlijk ben ik blij, dat hij vanmorgen – bij hoge uitzondering – Griekse muziek door zijn zelfineengeknutselde, roestige omroepsysteem laat knallen. De groentenboer heeft namelijk zo’n naargeestige, diepe grafstem, dat het vermoeden je steevast bekruipt, dat zijn warm aanbevolen aardappelen, zijn tomaten, zijn broccoli en zijn tutti frutti op sterven na dood zijn en het verrottingsproces reeds is ingetreden.

Onze straatventer is een norse, oude man met een witte zeehondensnor en niet bereid tot compromissen. Ik liet mijn oog op de aardappelen vallen. “Tien kilo” zei hij. Met die grafstem van hem. Hij tilde de zak uit de truck. Nu was ik niet meteen van plan om het ganse dorp uit te nodigen op frietjes met stoverij, dus vroeg ik of vijf kilo ook kon. “Ochi”, een langgerekt Kretenzisch “neen”. Ik zocht houvast bij zijn vrouw, die hun akkeropbrengst aan een andere, mij totaal onbekende, vreemde vrouw probeerde te verlappen.

Een ingehuurde oppas voor een van de zieke eeuwelingen in het dorp, dacht ik meteen. Nooit eerder gezien. De manier waarop zij mij tergend langzaam, minutenlang, van kop tot teen scrutineerde, terwijl het groentenvrouwtje achtereenvolgens bloemkool, witte bonen en wortelen voor haar neus zwaaide en zij er zelfs niet op reageerde, maakte mij angstig.

Wegwezen, flitste het door mijn hoofd. Ik heb de twee huiveringwekkende confrontaties met dreigende, briesende dorpelingen nog steeds niet verteerd. IJlings grabbel ik wat snijbonen, prei en selder bij elkaar, betaal 4 euro en maak mij uit de voeten.

Het wordt een lentesoepje vanavond.