Categorie: Back In Time

Nice Try

Ca ne change pas, un homme.
Un homme, ça vieillit. (J. Hallyday)

brokenheart

Twee weken  nadat ik hem heb verzekerd dat mijn leven een stuk boeiender zou zijn  zonder hem, stapt ex-sweetheart als een gebroken man  uit het vliegtuig dat hem uit Athene terugbrengt.


Het dient gezegd, die zitjes in de binnenlandse propellerkisten zijn niet erg comfortabel.
(U begrijpt, ik weiger resoluut toe te geven aan welke andere interpretatie ook, gezien mijn vaste voornemen mij voortaan over niets nog schuldig te voelen).

Ik wacht hem in Sitia Airport op, ondanks het onwelvoeglijk vroege uur. Niks is immers erger dan de tristesse die je overvalt als je thuiskomt en er niemand is om je te verwelkomen. Daarom.

Bovendien zijn wij, zelfs na onze lovexit, nog steeds de beste vriendjes omdat onze loyauteit overeind blijft staan.

Een week verbleef hij in de hoofdstad “escaping to lick my wounds” had hij er bij zijn vertrek nadrukkelijk aan toegevoegd. Ik vermoedde een stevige leugen, hij had er beslist nog wel andere zaken te regelen.

How are you?” vraag ik niettemin.
I try to feel fine“.
Het klinkt aandoenlijk, niet verwijtend.
Wij moeten er beiden om lachen.
Fancy a coffee?”
Natuurlijk. Altijd.

Drie koffies en het samen overlopen van de meest recente gossip later, is Ex helemaal opgekikkerd. Helemaal de oude.

Are you sure you don’t want to stay a couple of days with me?” fleemt hij,
terwijl hij op zijn stoep zijn bagage uit de koffer haalt.

Ik schud het hoofd. Op mijn leeftijd speel je geen spelletjes meer.
I’m sure” antwoord ik terwijl ik de wagen start.
 
Grieken denken altijd maar aan twee dingen. Het andere is eten.






Het Bedrog

devil

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn toen-sweetheart. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij enkele jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Betoverende Buurjongen

 

buurjongen

(foto G. Kamelakis)

 

“I like discussions with youngsters.  It reminds me of the fact
that I didn’t know it either in the past” (Jonckheere).


@Roussa Ekklisia, 2008

Griekse god en ik wonen onder hetzelfde dak.  Zo kan je dat in feite wel stellen.

Wij delen namelijk het huurgenot van een plat dak, een tussenmuur in het midden, een 40-tredentrap langsheen mijn woongedeelte, een veranda en een tuin.
Wij zijn buren dus. 
Ik haast mij dit te verduidelijken.

Mijn buurjongen en ik palen aan elkaar met oneindig veel momenten van samenhang en samenspraak. “Buurjongen” is in zijn geval een wel heel gruwelijk understatement.
Hij is een droom.  Droom het en hij heeft het.
Hij is nog met de hand gemaakt. Fijngesculpteerde zachte trekken, de prachtigste ogen waar ik na een ter zake toch wel gedegen expertise ooit mocht in verzinken, een lichaam als een kathedraal.

“John” is zijn naam.  Een beetje trendy Yianni laat zich graag John noemen en zo heeft hij zich ook hoffelijk voorgesteld toen wij voor het eerst op ons fifty-fifty terras tegen elkaar opbotsten.
John is dertiger en runt in de city een glas- en kaderbedrijfje met glaskunstgalerie. Wat hem als jongeman op mijn eiland en in mijn verknochte ogen eveneens zo uitzonderlijk maakt is zijn werklust, zijn bonhomie en zijn beschouwende kijk op het leven.

Niet alleen heeft hij zich succesvol van de possessieve adoratie die Griekse moeders onlosmakelijk voor hun zonen koesteren kunnen loskoppelen, hij heeft ook meerdere stappen buiten zijn eilandsgrenzen gezet, wat hem een zeldzame open mind en Engelse woordenschat heeft opgeleverd.

Onze voordeur is hét signaal.  Zonder woorden hebben wij dit begrepen.  Als die gesloten is, leiden wij elk ons eigen beschermde leventje. Staat die open, dan zijn wij volop susceptibel voor alle vormen van gesprek, voedsel en drank op ons uitnodigend terras.

Het is zo stilzwijgend vanzelfsprekend.

John maakt koffie zoals ik die het liefste heb.  John schuift twee gemakkelijke zeteltjes, een volwassen fles tsipoura en een kingsize asbak bij het terrastafeltje.  John heeft een snelle hap voor twee mee.  John sleept een paar vrolijke vrienden en geheime bewonderaarsters aan.  John tovert melancholische noten uit zijn bouzouki.

John neemt de tuinslang uit mijn handen en maakt ’s avonds de sproeikarwei af.
Eindeloos.

Net als de gesprekken die wij voeren eens de krekels uitgekraakt zijn,  eens de druppels op de rozen verdampt zijn en de gitzwarte nacht gevallen is.
Eens wij de rollende zee in de diepte en de straatcultuur in de stad door honderden uitbundige lichtjes en door de wind aangevoerde muziekflardjes nog slechts vermoeden kunnen.
Ach.  John, het godenkind.  Ik mis hem.