Tag: Foto

Mater Dolorosa

belg_ambassade

 

Ambassades, zoals die van het Koninkrijk België, pleeg je
doorgaans niet te vinden in een somber achterafstraatje.
Of ik zou mij moeten vergissen.

Mijn oriënteringsvermogen is van een bedroevend allooi.
In een boerengatstationnetje met amper twee perronnetjes
staat la Babette gegarandeerd op het verkeerde.

De taxichauffeur zet me netjes aan de hoek van de straat af.
Voor de tweede keer, want nu heb ik mijn papieren vast in de
hand, gisteren was dat niet het geval.
Ik grossier in mankementen.

Er zit een uiterst beminnelijk man aan de balie. Hij moet de
duvel-doet-al van dit heiligdom zijn, want de kleurloze dame
aan zijn zijde beperkt haar activiteiten tot het indrukken van
de toets “open de deur” en even later de toets “kassa”.

Aan het ene tafeltje in de veel te grote hal zit een wicht uit Wallonië,
nerveus op haar tong bijtend, een formulier in te vullen. Moeizaam,
zo te horen aan de vele te simpele vragen die zij op de man afvuurt.
Ik voel een spontaan medelijden met haar, dit is er eentje dat het
in dit land niet zal redden. Braniegebrek.

Duidelijk meer bravoure bij de boss daarentegen, die zich heeft
neergeplant aan het tweede tafeltje en zich al verkneukelt in de
aanstormende hilariteit, die een an sich eenvoudige procedure,
met Babette in de hoofdrol, wel moet teweegbrengen.

“Wilt u voor de camera gaan staan, mevrouw? U kan het scherm
op en neer bewegen tot de juiste positie. Ik geef een seintje als ik
afdruk en daarna kan u beschikken”.

Afdruk 1. Niet gelukt. Afdruk 2 en 3 ook niet.
“Nog maar eens proberen, mevrouw”.
Afdruk 4 : helaas. Afdruk 5 : dit kàn toch niet.
Beminnelijke man wordt nu echt ongeduldig, ik krijg glimlachkrampen,
mijn mondhoeken bewegen nu als een trekpop.

Dit kan niet waar zijn. Ik sla mijn ogen ten hemel bij zoveel fatalisme.
“Gelukt!” brult de minzame nu, de opluchting galmt langs het marmer.

Of ik ook eens mijn handtekening in dit raampje wil plaatsen?
“Bent u daar gelukkig mee?” vraagt hij als hij de krabbel inspecteert.
Ik ben onderhand met zowat àlles gelukkig, dus ja dan maar.

“Wilt u uw rechterwijsvinger hier even plaatsen, mevrouw? Zo, en
nu de linker. Wilt u dan even lezen en goedkeuren dat uw vingerafdrukken
correct zijn afgenomen?”

Hij schuift het formulier onder het glas. Daar staan mijn vingers.
Daar staat mijn krabbel. Daar staat ook de foto, die mij vijf lange jaren
zal achtervolgen en elke luchthavengerelateerde quidam een rilling van
herkenning zal bezorgen.
De Mater Dolorosa, haar met smart gevulde ogen ten hemel geslagen.

“Eind volgende week wordt uw pas naar uw adres gestuurd, mevrouw”.

“Let’s get the hell out of here”, fluistert de boss. Met onverholen jolijt.
One fine example of the male specimen.
Ik moet echt een dubbele espresso hebben. Nù.

Oooh… you look FAB!!

Feit : Gisteren heeft Boss zijn omslagfoto gewijzigd.

Niks te vroeg, want er stonden nog steeds kerstwensen op, totaal incompatibel met de spetterpoep waarvan je langzaam herstellende bent na het obligatoire nieuwjaarsfamiliediner.

Smashing staat hij erop. Linnen zomerkledij, bloot op
voor kinderblikken toelaatbare lichaamsdelen.
Diepgebruind ook, zo’n tint die ik nog niet na drie dagen-
drie lagen Sublime Bronze kan benaderen.

Werelds, gebalanceerd, larger than life.
Een zelfingenomen, voldaan glimlachje naar de fotograaf.
In dit geval zijn vorig lief. Ik ken dat glimlachje, die twee
hebben een paar uren voordien echt niet achter een
winkelwagentje lopen slenteren.

Het effect was terstond en laaiend.
Geen kunst als 748 van je 792 vrienden vrouwen zijn.
Onbegrijpelijk als hij er hooguit 63 ooit persoonlijk heeft ontmoet.

Bijna was de omslagfoto viraal gegaan, aan de omvang van
de hormonale, postmenopauzale übercomplimenteuse
commentaren zal het niet gelegen hebben.
Stupid chicks.

Boss glunderde. Wentelde zich uren behaaglijk in deze
vrouwelijke adoratie.

Tot ik hem eraan herinnerde dat de foto minstens 6 jaar
oud was. “Zie je, sweetheart, minder haar, meer buik…”

Ik heb genoten van een geruisloze, ongestoorde avond.