Tag: Groentenboer

Bazaar Trottoir

Eigenlijk ben ik blij, dat hij vanmorgen – bij hoge uitzondering – Griekse muziek door zijn zelfineengeknutselde, roestige omroepsysteem laat knallen. De groentenboer heeft namelijk zo’n naargeestige, diepe grafstem, dat het vermoeden je steevast bekruipt, dat zijn warm aanbevolen aardappelen, zijn tomaten, zijn broccoli en zijn tutti frutti op sterven na dood zijn en het verrottingsproces reeds is ingetreden.

Onze straatventer is een norse, oude man met een witte zeehondensnor en niet bereid tot compromissen. Ik liet mijn oog op de aardappelen vallen. “Tien kilo” zei hij. Met die grafstem van hem. Hij tilde de zak uit de truck. Nu was ik niet meteen van plan om het ganse dorp uit te nodigen op frietjes met stoverij, dus vroeg ik of vijf kilo ook kon. “Ochi”, een langgerekt Kretenzisch “neen”. Ik zocht houvast bij zijn vrouw, die hun akkeropbrengst aan een andere, mij totaal onbekende, vreemde vrouw probeerde te verlappen.

Een ingehuurde oppas voor een van de zieke eeuwelingen in het dorp, dacht ik meteen. Nooit eerder gezien. De manier waarop zij mij tergend langzaam, minutenlang, van kop tot teen scrutineerde, terwijl het groentenvrouwtje achtereenvolgens bloemkool, witte bonen en wortelen voor haar neus zwaaide en zij er zelfs niet op reageerde, maakte mij angstig.

Wegwezen, flitste het door mijn hoofd. Ik heb de twee huiveringwekkende confrontaties met dreigende, briesende dorpelingen nog steeds niet verteerd. IJlings grabbel ik wat snijbonen, prei en selder bij elkaar, betaal 4 euro en maak mij uit de voeten.

Het wordt een lentesoepje vanavond.