Tag: Oppas

Bazaar Trottoir

Eigenlijk ben ik blij, dat hij vanmorgen – bij hoge uitzondering – Griekse muziek door zijn zelfineengeknutselde, roestige omroepsysteem laat knallen. De groentenboer heeft namelijk zo’n naargeestige, diepe grafstem, dat het vermoeden je steevast bekruipt, dat zijn warm aanbevolen aardappelen, zijn tomaten, zijn broccoli en zijn tutti frutti op sterven na dood zijn en het verrottingsproces reeds is ingetreden.

Onze straatventer is een norse, oude man met een witte zeehondensnor en niet bereid tot compromissen. Ik liet mijn oog op de aardappelen vallen. “Tien kilo” zei hij. Met die grafstem van hem. Hij tilde de zak uit de truck. Nu was ik niet meteen van plan om het ganse dorp uit te nodigen op frietjes met stoverij, dus vroeg ik of vijf kilo ook kon. “Ochi”, een langgerekt Kretenzisch “neen”. Ik zocht houvast bij zijn vrouw, die hun akkeropbrengst aan een andere, mij totaal onbekende, vreemde vrouw probeerde te verlappen.

Een ingehuurde oppas voor een van de zieke eeuwelingen in het dorp, dacht ik meteen. Nooit eerder gezien. De manier waarop zij mij tergend langzaam, minutenlang, van kop tot teen scrutineerde, terwijl het groentenvrouwtje achtereenvolgens bloemkool, witte bonen en wortelen voor haar neus zwaaide en zij er zelfs niet op reageerde, maakte mij angstig.

Wegwezen, flitste het door mijn hoofd. Ik heb de twee huiveringwekkende confrontaties met dreigende, briesende dorpelingen nog steeds niet verteerd. IJlings grabbel ik wat snijbonen, prei en selder bij elkaar, betaal 4 euro en maak mij uit de voeten.

Het wordt een lentesoepje vanavond.

De Oppas

 

Afbeelding

 

In haar eigen bed slaapt Ivona nooit.
Want dat heeft zij niet.
Zij bezit enkel een nieuwe mountainbike,
wat eenvoudige kledingsstukken
en een lijvig Pools-Engels woordenboek.
En een meer dan behoorlijke portie lef.
Dat moet je haar nageven.

Je ontmoet haar dagelijks, al fietsend,
haar bezittingen netjes in een rugzakje.
Niemand weet wanneer en hoe
zij op mijn stukje eiland strandde.
Zij vertelt het ook niet zo gauw,
haar vertrouwen is al even zoek
als haar kennis van het Engels.

Ivona is een puur natuur Poolse midvijftiger,
delicaatblonde haren, viooltjesogen.
Einzelgänger. Slank en taai.
Onafhankelijk en vastberaden.

Zij is housesitter.
Telkens iemand van onze inwijkelingenkolonie
voor een al dan niet langere poos
naar zijn geboorteland trekt
voor familiebezoek of een andere ingreep,
wordt Ivona ingehuurd om tijdelijk in te wonen
en het huis met de eventueel aanwezige katten,
honden of tuin te onderhouden.
En dus hoeft zij geen eigen stekje,
zij verhuist fietsend haar pezige lijf
en schamele spulletjes
van de ene woning naar de andere.

Ik ontmoette Ivona in het piepkleine huisje
van een Engelse dame-met-stamboomkat.
Het eenkamerhuisje onderhouden was niet
zo meteen de opdracht, zo bleek.
Er was trouwens geen onderhouden meer aan.
Alles, maar dan ook alles, was langsheen de muren
opgestapeld in een kamerbrede wolk
van stof en pluis.
Zij moest er enkel zorg voor dragen
dat het de dure kat aan niets ontbrak
en dat de lady het mormel bij haar terugkeer
goed doorvoed, met glanzende pels
en uiteraard niet met rigor mortis
aan zou treffen.

Ik zocht een babysit.
Meer bepaald een deeltijdse oppas annex
gezelschapsdame voor een zieke vriend.
Een klokrond oog moest in het zeil worden
gehouden nu hij uit het ziekenhuis was.
Eigenzinnig en onverwoestbaar, verkoos hij
zijn zuurstofslurfje en medicatie al eens te
“vergeten”, idem het feit dat hij echt
te zwak was om al op eigen benen te staan.

Maar boodschappen moeten wel eens tussendoor
gehaald worden, een terrasje en een frisse
neus gepikt ook en een haarsnit en nieuwe
jurk al evenzeer, dus daar zou Ivona zolang
voor mij kunnen invallen.
Wij werden het gauw eens over de agenda
en de voorwaarden, vrouwen lullen doorgaans
niet lang over zulke banale dingen.

Het werd een fijne tijd.
Tot mijn vriend in staat was zich met een
looprekje te verplaatsen, schonk trouwe Ivona
mij de unieke kans enkele uren te ontsnappen.
De warme zee in, de ruwe natuur in,
de herstellende vergetelheid in.

Ik toeter mij suf en zwaai mijn armen lam
telkens ik haar voor mij uit zie fietsen.
Mijn Poolse zwerfkat, mijn dakloze lefgozer,
mijn reddende engel.
Een godvergeten onvergetelijke vrouw.