Tag: Weerwraak

Het droeve leven van Lemonia III

Trouwe volgelingen van mijn gekrabbel zullen zich ongetwijfeld de haat-liefdeverhouding, die ik met mijn weerbarstige Lemonia heb, herinneren.

De totebel presteerde het, mijn (nochtans oeverloos) geduld en gepopel te weerstaan en gunde mij verder geen enkele nakomeling meer. Zij tekende hiermede haar doodvonnis.

Met niet minder dan misplaatste fierheid kondigde Grom immers aan, dat hij een nieuwe gardener had gevonden, die alle gewas in en op onze patio eens deskundig onder handen zou nemen, lees : uitroeien. Aggelos heette de nieuwe engel, die meteen kwam aanrukken met een lichte vrachtwagen nieuwe planten, een lading keramieken potten en hopen tuinaarde, van het soort waar je zelfs met een klopboormachine geen litertje water doorheen krijgt. En o ja, met een nieuwe Lemonia, nummer 3 dus.

Met een beroepsernst, bij mijn weten enkel op Kreta te bespeuren (wat mij bijgevolg nog wantrouwiger maakte), verzekerde Aggelos ons, dat wij over dit citroenenboompje over afzienbare tijd enkel lof zouden uitbazuinen. Meer zelfs, dit unieke exemplaar zou ons tweemaal per jaar voorzien van tonnen citroenen.

Niks van dit alles. Helemaal ongevoelig bleef ook dit mispunt voor mijn stille hoop. Groeien deed zij wel, opende bij tijd en wijle zelfs een paar schuchtere witte bloemetjes, gegeneerd als zij (vermoedelijk) was door mijn niet-aflatende goede zorgen, fikse aansporingen en liefdevolle aanrakingen.

Ik besloot haar verder geen blik meer te gunnen. En zie, plots hangt daar zoiets als een prille citroen tussen de bladeren. Eentje. Twee centimeter troostprijs.

Het kan mij geen barst meer schelen. En dat geldt zowaar eveneens voor Lemonia III. Zij heeft immers uit represaille haar meest vervaarlijke stekels opgezet.

Het Bedrog

devil

Wat een spuuglelijke slodder” zei ik in de wagen, nadat ik haar voor het eerst had ontmoet op de parking van het grootwarenhuis. “Erg he?” antwoordde mijn toen-sweetheart. Hier hield het ook op voor hem. Hij was te zen en te correct om hier nog iets aan toe te voegen.

Men kan mij bezwaarlijk een rolmodel noemen als het erom gaat de verdediging van de mannelijke species op te nemen. Maar als een intrigant en manipulatief pokkenwijf echter deze mensensoort op een bijna misdadige, laaghartige en perfide manier oplicht, bedriegt, besteelt en bewust misleidt, dan storm ik er met vlammend zwaard op af.

In een vorig leven was genoemde slodder lerares, veel te voortijdig en oneervol op pensioen gedwongen. Overleven kon zij met dit karig inkomen niet, dus nam zij enkele jaren geleden fluks de wijk naar dit eiland. Verwierf er slinks in de bergen, ver van de bewoonde wereld, een bouwvallige schapenstal, die inmiddels tot een erg leuke woning met een paar gastenverblijven is verbouwd.

Haar tactiek is even duivels als eenvoudig. Via internetdating benadert zij behoedzaam en heel systematisch haar doelgroep : de kwetsbare prooien. Makkelijk zat. Alleenstaande oudere mannen, min of meer goed in de slappe was. Bij voorkeur weduwnaars met als het even kan een eigen dak boven het hoofd en geen kinderen meer onder dit dak. De dagelijkse aanvoer op internet is verzekerd. Allemaal even eenzaam, depressief, doelloos, beïnvloedbaar, naïef.

Eens de tegenpartij lekker, laat zij zich een weekje uitnodigen. Vliegtuigtickets, logies, verblijf, amusement, vooral veel geschenken, alles op kosten van de hoopvolle alleenstaande. Blijft bij deze (vooral) de hoop nog overeind staan, dan is een tegenbezoekje uiteraard welgekomen. En dat treft. Op dit prachtige eiland is zij immers net een gastenhuisje aan het bijbouwen. Of haar tuin aan het heraanleggen. Of nieuwe riolering aan het graven. Of olijven aan het plukken. Noem maar wat.

Als geen ander verstaat zij de kunst haar welbespraaktheid en mentaal overwicht op haar zwakke slachtoffers te misbruiken. Slechts 1 misselijke drijfveer jaagt haar elke ochtend uit bed en houdt haar staande en gaande : geld.

De overgelukkige uitverkoren alleenstaande wordt vol verwachting aan het vliegveld opgehaald, meteen – tegen betaling – in het gastenverblijf ondergebracht en – onbetaald – aan het zware werk gezet. Meer nog, Slodder perst hem even tussendoor het nodige gereedschap ook nog af. Samen uit eten, samen iets drinken en verder in het zweet labeurend van zijn “zonnige vakantie” genieten : meer waar krijgt (of wenst) hij voor zijn geld niet (meer).

Platgewalst en met de lippen stijf op elkaar keert zo’n zielenpoot dan naar huis terug, diep ontgoocheld, eindeloos beschaamd omdat hij zich door een vrouw liet rollen.

Sommigen keren echter niet onmiddellijk terug. Besluiten zelfs te blijven, Zij die op het eerste gezicht en hopeloos op het paradijs verliefd zijn geworden. Zij die een ongekunsteld leven ontdekken, een nieuw doel en bestaansreden hopen te vinden. Zij die niets meer willen inhalen, maar in hun laatste levensfase voor zichzelf nog eens alles nieuw willen maken. No questions. Sunshine. Solitude. Silence. Sleep.

Ik ken hun verhaal. Een stuk voor stuk pijnlijk lang en wraakroepend getuigenis van de mannen die voor het praktisch realiseren van hun nieuwe droom niet om haar heen konden.

Zij heeft het geweten. Drie memorabele, woeste ontmoetingen met dit boertig vipeer heb ik ervoor over gehad. Haar lieflijke stulp staat nu te koop. Good riddance.

Thank You So Much!

Afbeelding

Do you like the lamp in the bedroom, Babette?”

De boss heeft drieëntwintig dozen geriefjes, allemaal dingen that he wanted, in Engeland besteld en daar in het bedrijfje van zijn zoon laten afleveren, in afwachting van een oplossing om de spullen heelhuids en budgetvriendelijk naar onze tweede woonst in Kreta te verschepen. Lazy bones als zij zijn, die Engelsen, voelden de meeste leveranciers er echt niks voor om zich gedurende tien minuten te buigen over het berekenen van transportkosten en bedachten dan maar de meesterlijke smoes dat zij niet meer naar precaire ontwikkelingslanden uitvoerden. Of, erger nog, kwamen met een bedrag aanzetten waarvoor ik zelf een aftands containerschip had kunnen opkopen.

Soit, na acht weken staan de dozen hier nu, door zoonlief in UK netjes genummerd van 1 tot 23, geheel volgens de instructies van vader. Die er prompt, om mij te verrassen, die slaapkamerlamp heeft uit gevist en opgehangen.

No, I don’t“. Dat zeg ik naar waarheid, want ik vind die lamp helemaal niks en bovendien hangt ze scheef.

Zo ook zijn gezicht nu, stel ik vast. Boss is diep verontwaardigd, neergesabeld door wat hij als kritiek en a demotivating, negative comment beschouwt. Gaat als een balorig kind aan de tafel zitten mokken en zit er na een uur nog, knabbelend op een al even vernietigende tegenzet.

Ik heb dus huisarrest gekregen in het bergdorp. Een week of twee, zoiets, tot de laatste werkman de Ottomaanse Burcht heeft verlaten en ik mij, naar hij stellig hoopt, in deze tijdspanne over mijn unhealthy bad tempered attitude heb weten te zetten.

Waarvoor mijn onuitputtelijke dank.  Ik ben zo’n vervelend repetitief-dankbaar mens. “Danku” moet het eerste woord van mijn repertoire zijn geweest, mijn moeder vond dit waarschijnlijk goed staan bij mijn haarkleur. Hierin sterk aangemoedigd, blééf ik het herhalen, zelfs als daar niet één bloody reden toe was.

Boss vertrekt ’s ochtends dus alleen, in alle stilte en duidelijk embarrassed by zijn beslissing. Ik kan mijn geluk echter niet op, geen thee zetten, geen koffie schenken, geen lunch bereiden, geen klok kijken, geen duffe Engelse nieuwslezers of irritante horse race commentatoren om mijn oren. Wel gelukzalig ontbijten op het terras met een koor van tsjilpende vogeltjes om me heen en de warme zonnestralen op mijn schouders. Wel struinen en praatjes slaan en lachen en dromen en nadenken. En dankbaar zijn.

Dit ga ik natuurlijk niet aan de boss zijn neus hangen, no way. This won’t do me any good, want net zoals bij jullie, rispt bij elke mij vuig geflikte onrechtvaardigheid steevast als eerste bedenking op “Wat de fok? Na àlles wat ik voor die mestkever heb gedààn?!?”

Nu niet dat deze seclusie mij de volstrekte rust biedt die ik op het oog had. Boss stuurt berichten, met een zekere regelmaat. Dat hij nu al een uur wacht op die schrijnwerker. Dat de apotheek gesloten is. Dat hij souvlaki aan het eten is. Dat hij getankt heeft. Dat zijn bloeddruk 130/82 is.

Afgepeigerd valt hij ’s avonds binnen en sluipt naar de aspirines. Vermeldt terloops dat hij vooral niet mag vergeten zijn zoon te bedanken voor al zijn moeite. (Drieëntwintig nummers zetten is inderdaad niet niks). Laat Waitrose een delicatessenpakketje afleveren waar de jongen gegarandeerd een knoert van een indigestie zal aan overhouden.

Morgen ga ik in Hersonissos een stuk of wat zomerjurkjes uitzoeken, want het wordt heet dit weekend volgens Zoover. Hoeveel is £ 82,37 omgerekend naar euro?

Koffietje morgen?

Ik heb vanmorgen mijn haar niet gewassen.

De boss en ik zijn op weg naar de hoofdstad.
Het is een stralende dag vandaag, er liggen
zelfs mensen in de zee.

Ik zie ze heel duidelijk, ik heb mijn hoofd
dermate verkrampt naar mijn zijraampje gedraaid, dat ik er vanavond geheid geblokkeerde nekspieren aan zal overhouden.

De boss zwijgt eveneens. Hij weet precies welke risico’s hij loopt als hij nu “don’t go silent on me, Babette” zegt.

Zsuzsa hing gisteren aan de lijn.
“Haai, Boss! Koffietje morgen zo rond 10 op Lions’ Square? Ik heb een fan-tas-tisch voorstel!”

Boss, steeds in voor een watdanook voorstel,
hapte toe, zoals een caretta caretta in rugligging naar water.

Zsuzsa is uitgeefster, begenadigd kok en kort aangelijnde pitbull.

Bovendien negeert zij mij straal, dus ik mag haar niet zo
en iemand zal hiervoor boeten.

Zsuzsa vliegt op me af, er hangt een kwart pond zilver aan elk van haar oren. Luchtzoenend slaag ik erin onherstelbare schade aan mijn exclusieve brilmontuur te voorkomen.

Ik voel meteen aan mijn water dat mijn aanwezigheid geenszins op prijs gesteld wordt.

En Zsuzsa heeft een vers gat in de uiterst zwakke markt ontdekt, dat vertelt zij uitgebreid aan de boss, die het wel hoort, maar niet luistert.

Haar Griekse klanten betalen immers haar facturen niet, dus moet zij noodgedwongen haar overigens ongemeen pittige grenzen verleggen. Een winkeltje met Griekse produkten annex vreet-het-nu-meteen-op
bistrootje lijkt haar wel wat.
En laat zij nu net het perfecte pand gevonden hebben. Maar laat zij nu net niet
onmiddellijk in staat zijn de vereiste 15.000 lappen voor de franchise op tafel te leggen.

De boss laadt inmiddels een foto van zijn cappuccino op voor zijn facebookfans. Ik blijf meevoelend en zwijgend naar Zsuzsa
staren.

“How was Istanbul?” vraagt zij mij uiteindelijk.

“Absolutely amazing, my dear. Booming.
Full of opportunities. You must visit it some time”.
          Afbeelding